Publicatie Laka-bibliotheek:
Besluit tot wijziging van het besluit in-, uit- en doorvoer radioactieve afvalstoffen en bestraalde splijtstoffen, het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen en het Besluit stralingsbescherming in verband met de implementatie van richtlijn 2011/70/Euratom: Nota van toelichting

AuteurMin. EZ
1-01-4-15-03.pdf
Datumdecember 2012
Classificatie 1.01.4.15/03 (AFVAL - RICHTLIJN 2011/70/EURATOM)
Voorkant

Uit de publicatie:

Besluit tot wijziging van het Besluit in-, uit- en doorvoer radioactieve afvalstoffen en
bestraalde splijtstoffen, het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen en het
Besluit stralingsbescherming in verband met de implementatie van richtlijn
2011/70/Euratom

NOTA VAN TOELICHTING

I. ALGEMEEN

1. Inleiding

Dit besluit strekt tot implementatie van richtlijn nr. 2011/70/Euratom van de Raad van
19 juli 2011 tot vaststelling van een communautair kader voor een verantwoord en veilig
beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval (PbEU L 199) (verder: de richtlijn). De
uitvoering van de richtlijn, voor zover deze betrekking heeft op het wijzigen van wet- en
regelgeving, moet uiterlijk op 22 augustus 2013 zijn gerealiseerd. Ter uitvoering van de
richtlijn moet er ook een nationaal programma radioactief afval (verder: nationaal
programma) worden opgesteld. Dit nationale programma moet uiterlijk op 23 augustus 2015
gereed zijn.
Dit besluit wijzigt hiertoe:
- het Besluit in-, uit- en doorvoer van radioactieve afvalstoffen en bestraalde splijtstoffen,
- het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen en
- het Besluit stralingsbescherming.
In de transponeringstabel in de bijlage bij deze toelichting is aangegeven of en waar de
verschillende onderdelen van de richtlijn in de Nederlandse wet- en regelgeving zijn
uitgevoerd.

In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de inhoud van de richtlijn en de gevolgen die de richtlijn
heeft voor het Nederlandse beleid voor radioactief afval. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3
dieper ingegaan op de wijzigingen van wet- en regelgeving waartoe de richtlijn leidt. In
hoofdstuk 4 worden de gevolgen van dit besluit voor de administratieve lasten en de
nalevingskosten besproken. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de reacties die op het
ontwerpbesluit zijn ontvangen. Ten slotte wordt in hoofdstuk 6 nog kort ingegaan op de
inwerkingtreding van dit besluit.

2. De richtlijn

2.1. Overwegingen ten grondslag aan de richtlijn

Aan de richtlijn liggen ond