Publicatie Laka-bibliotheek:
basisnotitie ten behoeve van de ontwikkeling van toetsingscriterium voor de ondergrondse opberging van radioactief afval (TOR)

AuteurMin. VROM
1-01-4-30-08.pdf
Datumseptember 1987
Classificatie 1.01.4.30/08 (AFVAL - EINDBERGING: ZOUTKOEPELS & KLEI)
Voorkant

Uit de publicatie:

BASISNOTITIE TEN BEHOEVE VAN DE ONTWIKKELING VAN EEN
TOETSINGSCRITERIUM VOOR DE ONDERGRONDSE OPBERGING VAN
RADIOACTIEF AFVAL (TOR)
september 1987

Ministerie van Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en
Milieubeheer.
Directoraat Generaal voor de Milieuhygiëne.

1 DOELSTELLING EN PROCEDURE
In deze basisnotitie worden aspecten beschreven die een rol
kunnen spelen bij de ontwikkeling van een Toetsingscriteria voor
de definitieve opberging van radioactief afval. Een dergelijk
toetsingscriterium is een stelsel van eisen ten aanzien van
milieukwaliteit en volksgezondheid, waaraan een voorstel voor de
definitieve opberging van het afval moet worden getoetst. Het
criterium moet over de aanvaardbaarheid van een opberging
uitsluitsel kunnen geven, maar moet ook bruikbaar zijn voor de
beoordeling van de risico-analyses die daarvoor noodzakelijk
zijn.
Deze notitie is onder verantwoordelijkheid van het ministerie van
Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer opgesteld.
De notitie is bedoeld voor vooroverleg. In de notitie zijn
belangrijke aspecten of kernpunten ten behoeve van de formulering
van een toetsingscriterium speciaal aangegeven. Er wordt tevens
aangegeven op welke punten keuzes mogelijk zijn.
Uit het vooroverleg zal naar voren moeten komen welke criteria
bij het maken van keuzes moeten worden aangelegd, en welke
gegevens daarvoor noodzakelijk zijn.
Het is de bedoeling dat in de loop van 1988 het toetsingscriterium
wordt ontwikkeld. De procedure die daarbij wordt gevolgd, is
op pagina 5 schematisch weergegeven en ziet er als volgt uit:

Deze basisnotitie is verspreid over het land ter inzage gelegd.
Een ieder kan gedurende een periode van 6 weken zijn mening kenbaar
maken. In deze periode zullen ook twee hoorzittingen worden
georganiseerd. Deze basisnotitie zal tevens worden voorgelegd aan
een panel van onafhankelijke deskundigen van de Commissie voor de
milieu-effectrapportage. Dit panel zal tevens worden gevraagd om
bij de advisering over de basisnotitie de resultaten van het
vooroverleg mee in beschouwing te nemen. Het is de bedoeling dat
dit advies een maand na afloop van de termijn voor het vooroverleg,
wordt aangeboden.