Publicatie Laka-bibliotheek:
Radioactive Waste Management Program (RWMP) - Plan van Aanpak

AuteurNRG
1-01-8-53-12.pdf
Datumfebruari 2017
Classificatie 1.01.8.53/12 (OLP - HISTORISCH AFVAL (Waste Storage Facility-Pluggenloods))
Opmerking PvA + aanvulling van 10 april, vrijgegeven nalv een Wob-verzoek van Laka op 8 mei 2017.

Uit de publicatie:

Management samenvatting

In 2015 zijn plannen van aanpak voor het Radioactief Afval Project (RAP) en het Radioactive Waste
Management Program (RWMP) ingediend bij de overheid. In 2016 volgde een plan van aanpak voor
RAP-alfa. De drie plannen zijn goedgekeurd door de minister onder voorwaarden. Eén voorwaarde was
een nieuwe versie van een overkoepeld plan van aanpak van de drie vorige plannen. Dit plan van aanpak
is het nieuwe plan dat RAP, RWMP en RAP-alfa combineert. Dit overkoepelend plan van aanpak wordt
ter goedkeuring aan de Minister aangeboden.

Ontwikkelingen 2015-2016

Afgelopen anderhalf jaar hebben de volgende ontwikkelingen plaatsgevonden (hoofdpunten):

•   Binnen RAP blijkt uit de opgedane ervaring dat het scheidings- en sorteerproces bewerkelijker is dan
    eerder aangenomen. Daarnaast is het karakteriseren van de radionucliden in het afval een meer
    complexe taak dan verondersteld. Daarom is meer tijd nodig dan eerder aangenomen.
•   Van alle afvalstromen die onderhanden zijn, is een ontwerp afvoerroute bepaald.
•   Voor het verwerken en opslaan van de harsvaten zal een gedetailleerd karakterisatie-proces worden
    vastgesteld waarna deze verder zullen worden verwerkt.

De scope van RWM P omvat de afvoer van radioactief afval van de Onderzoekslocatie Penen, bestaande
uit opgeslagen (historisch) afval, decommissioning afval en operationeel afval.
Kosten

Voor RWMP is in de vastgestelde jaarrekening 2015 een ECN/NRG voorziening getroffen van 107 M€.
De ramingen van de kosten van de afvalstromen binnen RWMP en daarmee de benodigde financiële
voorziening laten een grote spreiding en onzekerheid zien. De onverwachte en onvoorspelbare
prijsverhogingen voor het transport en de opslag van het radioactief afval, alsmede onduidelijkheid over
acceptatiecriteria bij COVRA, spelen hierbij zeker een rol. Ook bij de decommissioning van de gebouwen
en installaties is de financiële onzekerheid groot. Gegevens die noodzakelijk zijn om een goede en
betrouwbare schatting te maken, zijn onvoldoende bekend en internationale ervaringen met
decommissioning projecten vergroten de onzekerheidsfactor.

In het RWMP programma is in het optimistische scenario voorzien dat de radioactieve afvalstromen,
waaronder het RAP en RAP-Alfa project, doorlopen tot eind 2022. Alle rek is door de eerder genoemde
herijkte inzichten uit de planning, zodat verdere tegenvallers tot andere einddatums zullen leiden. Het
programma na de periode 2022 omvat enkel nog drie radioactieve afvalstromen, te weten: de afvoer van
de vaten met splijtstof, de sanering van het pluggennest in gebouw' en de afvoer van de afval
blikkenpers. Verder zullen de decommissioning afvalstromen van de gebouwen en installaties van
ECN/NRG doorlopen tot ver na 2030.