9. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

In dit laatste hoofdstuk worden conlusies getrokken over de vier behandelde theoretische kaders ethiek, duurzaamheid, risicobeleving en markering in relatie tot terughaalbaarheid. We gaan kort in op de voorwaarden voor en discussie over de opslag van bestaand kernafval en geven een tevens een aantal aanbevelingen aan de CORA en beleidsmakers.

CONCLUSIES

Terughaalbaarheid en ethiek

Terughaalbaarheid kan voorkomen dat het kernafval vrijkomt of oncontroleerbaar wordt. Controle en reparatie blijft mogelijk. Tegelijkertijd worden de noodzakelijke inspanningen groter, omdat we ervoor moeten zorgen dat de opslag intact blijft: terughaalbaarheid betekent een zorgplicht voor toekomstige generaties en kost meer.

Ook heeft terughaalbaarheid het voordeel dat men later altijd nog kan kiezen om het afval op een andere wijze op te slaan. Bij niet-terughaalbare, definitieve opslag, is een andere optie voorgoed afgesloten.

Het idee van terughaalbaarheid is daarom in theorie ethisch minder slecht dan definitieve opslag, zo luidt onze conclusie. Daarbij is een belangrijke randvoorwaarde dat er voldoende geld gereserveerd wordt om toekomstige opslagkosten te kunnen betalen.

Permanente terughaalbare opslag in zout- of klei-formaties ligt minder voor de hand, omdat opslagmijnen dichtvloeien en daarom terughaalbaarheid niet gegarandeerd kan worden. Daarom concluderen we dat bovengrondse terughaalbare opslag de ethisch minst slechte keuze is. Dit roept wel de vraag op van de stabiliteit van instituties die het kernafval moeten beheren en de duurzaamheid van gebouwen en locatie. Er blijft een dilemma, waarvoor geen echte oplossing voorhanden is.

Terughaalbaarheid en duurzaamheid

Productie van kernafval wordt in overeenstemming met duurzaamheid genoemd, omdat het om kleine hoeveelheden afval zou gaan. Doch deze kleine hoeveelheden zijn wel van een hoge gevarenklasse. Volgens de principes van duurzaamheid moet dit afval zo worden opgeslagen dat er geen schade in de toekomst optreedt. Terughaalbaarheid kan hier in principe invulling aan geven, mits de terughaalbaarheid permanent is. Terughaalbaarheid op zich is geen reden om de productie en het bestaan van kernafval in overeenstemming te noemen met duurzaamheid.

Terughaalbaarheid en risicobeleving

We hebben uit de literatuur 14 factoren opgespoord die van invloed zijn op de beoordeling van risico's. Terughaalbaarheid zal de factor controleerbaarheid en omkeerbaarheid positief be nvloeden. Daarbij merken we op dat ook de andere dertien factoren van invloed zijn op de risicobeleving. De factor vermijdbaarheid speelt nog een grote rol in de beoordeling, door de doorgaande toepassing van kernenergie.

Terughaalbaarheid en markeringen

Permanente terughaalbaarheid betekent wel dat informatie over het afval moet worden overgedragen aan de generaties die na ons komen. Over deze kwestie is tot nu toe niet of nauwelijks nagedacht, zo concluderen we uit de beschikbare literatuur.

Terughaalbaarheid en milieuorganisaties

Uit interviews met milieuorganisaties concluderen we dat vrijwel alle geformuleerde factoren van invloed zijn op de risicobeleving van kernafval. Met name de factoren verdeling over de tijd, globaliteit en vermijdbaarheid bepalen het negatieve oordeel over opslag van kernafval in het algemeen. De factoren vrijwilligheid, vertrouwen in de overheid, controleerbaarheid en stigmatisering zijn van invloed op concrete plannen voor een opslag.

De milieuorganisaties kennen een belangrijke rol toe aan de factor controleerbaarheid bij de opslag van geproduceerd kernafval. Terughaalbaarheid houdt controleerbaarheid in, een belangrijke factor bij het oordeel over risico's, maar slechts één van de door ons genoemde factoren. We concluderen dat met terughaalbaarheid de risicobeoordeling ten dele wijzigt.

Het in het verleden gegroeide wantrouwen in de overheid is een belangrijk obstakel bij elk beleid of bij elke discussie over omgaan met het al geproduceerde kernafval.

Discussies over de opslag van kernafval

De aard van de discussies over opslag van kernafval is in de loop van de tijd verschoven, zo concluderen we uit de analyse van een aantal landen. Aanvankelijk kozen overheden vestigingsplaatsen uit en deelden de keuze mee aan de bevolking. Dit leidde tot dermate fel verzet dat de plannen over het algemeen geen doorgang vonden. In de jaren-negentig werden de maatschappelijke acceptatie en de vrijwillige medewerking van belang.

Wij concluderen dat een discussie over de opslag van bestaand kernafval aan een aantal voorwaarden moet voldoen:

- Ethische en maatschappelijke aspecten moeten een volwaardige rol krijgen in de discussie.

- Niemand moet van de discussie uitgesloten worden en de verschillende partijen moeten fondsen krijgen om hun standpunten te onderbouwen.

- Er moet een onafhankelijke instantie komen die de discussie organiseert.

- Gegeven de vrees dat een discussie door de overheid aangegrepen zou kunnen worden om toch nieuwe kerncentrales te gaan bouwen, moet de overheid zich in deze vastleggen. Een mogelijkheid is dat de overheid bepaalt dat een besluit tot nieuwe kerncentrales slechts na een bindend referendum genomen zou kunnen worden.

- De uitkomst van de discussie moet niet van tevoren vaststaan. Zo mag men er niet zonder meer van uit gaan, dat het kernafval honderd jaar bovengronds opgeslagen blijft bij de COVRA in Zeeland.
 
 

AANBEVELINGEN AAN DE CORA

1. We bevelen de CORA aan te laten onderzoeken in hoeverre de ideeën van de bevolking en van technici over risicobeleving met elkaar overeenkomen. Daarbij kunnen de door ons onderscheiden veertien risicobelevings-factoren een leidraad zijn.

2. We adviseren de CORA een voorstel te ontwikkelen over hoe het technisch onderzoek nauwer verweven kan worden met maatschappelijke en ethische aspecten.

3. Onze beweringen over oordelen over risico's zijn gebaseerd op empirisch onderzoek in het buitenland. Of de resultaten daarvan in volle omvang gelden voor Nederland is onbekend. We nemen als hypothese aan dat het wel zo is, de CORA kan deze hypothese laten toetsen, dan wel bij het uit te zetten beleid er rekening mee houden dat de hypothese klopt.

4. Bestraling in ziekenhuizen met radioactieve stoffen wordt wel breed aanvaard. Dit toont aan dat een stralingstechnologie aanvaard kan worden wanneer de mensen er bekend mee zijn, de voordelen duidelijk en degenen die de bestraling uitvoeren vertrouwd worden. Dit is misschien een aanknopingspunt voor het pad dat de CORA kan begaan, als de productie van kernafval stopt.

5. In het buitenland zijn vele discussie geweest over opslag van kernafval. Er bestaat geen goed overzicht van de aard van die discussies, de gebruikte methodologieën en de besluitvormingsprocedures. Ten behoeve van een eventuele discussie in Nederland bevelen we aan dat een dergelijk overzicht gemaakt wordt.

6. De CORA gaat uit van een periode van terughaalbaarheid van ongeveer 200 jaar. Daarmee neemt de CORA afstand van de regering die spreekt over permanente terughaalbaarheid. Wij bevelen de CORA aan om permanente terughaalbaarheid te handhaven.

7. Op welke manier kennis over kernafval bewaard moet worden en of de opslagplaatsen gemarkeerd moeten worden en welke elementen uit de in Hoofdstuk 6 besproken studies toepasbaar zijn in de Nederlandse situatie, zou voorwerp van nadere studie moeten zijn. In dit rapport ontbreekt ons de tijd om een dergelijke evaluatie te maken. Wij bevelen aan dat de CORA een dergelijke studie uit laat voeren.

AANBEVELINGEN AAN BELEIDSMAKERS

1.We bevelen de beleidsmakers aan duidelijk te maken hoe permanente terughaalbare opslag van afval vorm kan krijgen.

2. We adviseren de ontwikkeling van plannen om een maatschappelijk draagvlak voor permanente terughaalbare opslag te verkrijgen.

3. We bevelen een brede discussie aan over de keuzes die er gemaakt moeten worden over terughaalbare opslag van kernafval.