Hoewel er boven de vloeren en/of op de ondergrond verhoogde straling werd geconstateerd kunnen er nog moeilijk conclusies worden getrokken over de exacte hoeveelheden thorium. Een vloer, maar ook het zand van de ondergrond zelf zorgt voor een bepaalde mate van afscherming van de stralingsbron. De waardes die werden gemeten op de ondergrond of vloer geven dus geen uitsluitsel over de hoeveelheid thorium dieper in de bodem. Het NRG rapport concludeert wel dat het bij de doucheruimte (P92) om een "aanzienlijke hoeveelheid" gaat. Daar werd immers de hoogste waarde gevonden (450 nSv/u). Men kon daar alleen òp de vloer meten, die overigens zelf weer voor een "aanmerkelijke mate van afscherming" van de daawerkelijke bron zorgt.
De thoriumbesmettingen kunnen in het zand van de kruipruimte zitten, maar ook in oude leidingen. Bij de productie van gaskousjes worden de kousjes in een vloeistof met thoriumzouten gedompeld en later gedroogd. Er werd dus gewerkt met vloeistoffen die thorium bevatten. Bij de productie kan er gemorst zijn op de vloer, waarna de oplossing door de vloer (houten planken) in de ondergrond lekt. Het kan ook zijn dat resten via afvoerleidingen zijn weggespoeld en daarin een radioactieve afzetting hebben veroorzaakt. Bij de IJsruimte (P92) is daadwerkelijk thorium gevonden in het zand. Het traject wat gevonden werd in het Atelier (P96) lijkt eerder te duiden op een ondergrondse afvoerleiding. Het betrof een soort van recht spoor waarboven verhoging kon worden gemeten.
Het produceren van de gaskousjes
vond zo’n 100 jaar geleden plaats. In die tijd had men andere normen over
het omgaan met radioactieve stoffen. Het is dus aan te nemen dat men destijds
(radioactief) afvalwater direct op het riool loosde. In die tijd was het
ook niet ongebruikelijk om afvalproducten direct op een bedrijfsterrein
te begraven. De Inspectie Milieuhygiëne concludeert dan ook dat er
onderzoek moet komen naar oude riolen en putten en mogelijke afvalkuilen
op het terrein.
3- De gemeten stralingswaardes en risico’s voor gebruikers
De gevonden stralingswaardes liggen
op alle drie locaties boven het natuurlijke achtergrondnivo. Op de vloer
in de doucheruimte (P92) is die 6,5 keer hoger dan de normale achtergrond
(450:70). Dat wil overigens niet zeggen dat de gebruikers van de ruimtes
een risico lopen. Het NRG heeft een berekening gemaakt van de maximale
dosis die iemand zou kùnnen hebben ontvangen. Het zou dan gaan om
iemand die een heel jaar lang, 8 uur per dag, 250 werkdagen per jaar, in
de doucheruimte zijn werkplek heeft (dit was in het verleden het
geval). Deze persoon zou een extra stralingsdosis van 0,25 milliSievert
per jaar ontvangen. Dit ligt onder de huidige norm van 1 milliSievert per
jaar. Op de andere locaties zal de jaarlijks te verwachten dosis nog kleiner
zijn omdat de gevonden stralingswaardes daar ook enkele malen kleiner waren
dan in de doucheruimte. Er wordt op het moment natuurlijk geen intensief
gebruik gemaakt van de doucheruimte. Een individu zal zich slechts
enkele uren per jaar in totaal in die ruimte bevinden. De opgelopen extra
stralingsdosis is dan ook zeer klein.
4- Het verwijderen van de besmettingen
Voordat de besmettingen kunnen worden
verwijderd zal eerst onderzocht moeten worden wat zich precies in de bodem
bevindt. Aangezien de besmettingen er al bijna 100 jaar liggen kan worden
aangenomen dat het thorium zich niet of nauwelijks verspreidt. Anders was
het inmiddels al wel verdwenen. Er is dus geen grote noodzaak om de besmettingen
op korte termijn te verwijderen. Echter gezien de verwachte hoeveelheden
is het een feit dat het voorhanden hebben van deze hoeveelheden volgens
de Kernenergiewet vergunningplichtig is. En dus moet er een plan gemaakt
worden om het te verwijderen. Aangezien het pand Polderweg 92 in 2002 gesloopt
zal worden is het logisch de sanering om praktische redenen te integreren
in het sloopplan. De bestemming van Polderweg 96 is onbekend en voor een
sanering van die ruimtes zal een apart plan ontwikkeld moeten worden.