In augustus 2001 werd de stichting Laka benaderd door een aantal mensen die van plan waren het leegstaande complex van het voormalige Instituut voor Toepassing van Atoomenergie in de Landbouw (ITAL) aan de Keijenbergseweg 6 te Wageningen te gaan bewonen. De kantoor- en onderzoeksgebouwen staan dan al enkele jaren leeg en volgens de Nederlandse kraakwetgeving is het betrekken van een leegstaand pand onder bepaalde voorwaarden toegestaan.
Omdat de naam van het instituut doet vermoeden dat er in het verleden met radioactieve stoffen is gewerkt wordt de stichting Laka benaderd voor advies over de mogelijke risico's. Een eerste onderzoek in het documentatiecentrum van Laka geeft een indruk van de werkzaamheden die op het ITAL werden verricht. Zo werd er gebruik gemaakt van een aantal ingekapselde stralingsbronnen en werd in laboratoria gewerkt met "open radioactieve bronnen" (vloeistoffen en grondmonsters). Van 1963 tot 1980 is de kernreactor Biologisch Agrarische Reactor Nederland (BARN) in bedrijf geweest. Daarnaast was het Proefbedrijf Voedselbestraling (PROVO) op het terrein gevestigd, waar voedselbestralingsonderzoek werd gedaan met twee grote gamma-stralingsbronnen en een electronengenerator.
Aan de stichting Laka werd gevraagd of het bewonen van de gebouwen stralingsrisico's met zich mee kon brengen. Twee weken voordat de krakers het complex op 27 augustus betrokken werden er door Laka stralingsmetingen verricht in diverse ruimtes. Deze metingen toonden geen verhogingen aan ten opzichte van de natuurlijke achtergrondstraling. Kleine verhogingen door (kunstmatige) besmettingen laten zich echter moeilijk detecteren vanwege locale variaties in de hoogte van de natuurlijke achtergrondstraling, die bij het ITAL tussen de 0,07 en 0,10 microSievert per uur lagen.
De stichting Laka kon zich in haar oordeel over de potentiële risico's niet alleen baseren op de uitgevoerde metingen die geen verhoging konden aantonen. Mogelijk direct contact met achtergebleven radioactieve resten en inname in het lichaam kan ook leiden tot een extra blootstelling aan straling. Om daar meer duidelijkheid over te krijgen was meer informatie nodig over de werkzaamheden met radioactieve stoffen in de gebouwen en de uitgevoerde schoonmaakwerkzaamheden. In afwachting van die informatie werd met de krakers afgesproken dat ze bepaalde ruimtes niet zouden gaan gebruiken.
Om beter inzicht te verkrijgen in mogelijk besmettingen in de gebouwen werd contact opgenomen met de Arbo en Milieudienst (voorheen Buro Veiligheid en Milieuhygiëne) van Wageningen University and Research (WUR) en met de Wageningse dependance van het Ministerie van Landbouw, feitelijk verantwoordelijk voor het beheer van de leegstaande gebouwen. Het verzoek om inzage in rapportages betreffende schoonmaakwerkzaamheden werd echter geweigerd door het ministerie. Ook de stralingsdeskundige van de Arbo en Milieudienst van WUR mocht op gezag van het ministerie geen mededelingen doen.
Inzage in de rapportages met beschrijvingen van radioactieve besmettingen en uitgevoerde schoonmaakwerkzaamheden was voor een goed oordeel noodzakelijk. Om deze rapporten alsnog te verkrijgen is een procedure in het kader van de Wet Openbaarheid Bestuur (WOB) gestart. In november 2001 en in januari 2002 zijn dan ook de benodigde rapporten beschikbaar gekomen.
Dit rapport beschrijft in hoofdstuk 1 de geschiedenis van het ITAL en het daar uitgevoerde onderzoek. Zo wordt ingegaan op onderzoek met gamma stralingsbronnen in het Radio Biologisch Laboratorium (RBL), onderzoek met radioactieve stoffen in het Radio Chemisch Laboratorium (RCL), de BARN-reactor en het voedselbestralingsonderzoek in Nederland. Hoofdstuk 2 gaat dieper in op het omgaan met radioactieve stoffen op het ITAL, de schoonmaak van diverse ruimtes van het RCL-lab, de Waste-afdeling, het hot-lab, de ontmanteling van de BARN-reactor en het buiten gebruik nemen van de PROVO en de lysimeter. Hoofdstuk 3 betreft de periode nadat de ITAL- en PROVO-gebouwen waren verlaten, het bewonen door de krakers, de nog aanwezige radioactieve restbesmettingen en de risico's daarvan voor de bewoners. Ook wordt in dat hoofdstuk aandacht besteed aan de vondst van een radioactieve cesiumbron. Dit rapport wordt in hoofdstuk 4 afgesloten met een samenvatting en conclusies.
Medio januari 2002 hebben de krakers op last van de rechter het complex verlaten en is men begonnen met de sloop van de gebouwen.
De informatie in dit rapport is voor een deel gebaseerd op documenten uit het documentatiecentrum van de stichting Laka. Wat betreft de geschiedenis van het ITAL is veel gebruik gemaakt van op het complex achtergebleven documentatie. De WOB procedure heeft met name geleid tot informatie over radioactieve besmettingen en schoonmaakwerkzaamheden.
Stichting Laka
Robert Jan van den Berg
Februari 2002