Bodemvervuiling op het voormalige NIKHEF terrein aan de Oosterringdijk staat in principe los van de ontmanteling van de deeltjesversneller. Het terrein is eigendom van het gemeentelijk Grondbedrijf geworden. De recente vondst van een radioactief besmette pijpleiding is reden om in deze notitie toch in te gaan op het oude terrein.
Naar aanleiding van de besmettingen die gevonden werden bij de sloop van de oudbouw en een door NIKHEF uitgevoerd bodemonderzoek concludeerde Laka in haar rapport "Bodemonderzoek voormalig NIKHEF terrein": "De conclusie dat het terrein volledig schoon is van radioactiviteit kan nu nog niet getrokken worden. Volledige zekerheid kan pas dan verkregen worden als ondergrondse afvoerkanalen en putten zijn opgegraven en onderzocht, de afvaltanks nader zijn onderzocht en er onderzoek heeft plaatsgevonden naar de genoemde kelders en de bodem onder de voormalige versneller".
De besmette leiding werd gevonden bij het graven van een proefsleuf. Deze proefsleuven werden gegraven in een nader onderzoek naar (in eerste instantie) chemische vervuiling. Bij een aantal van de afgravingen was een stralingsdeskundige aanwezig ter controle op radioactiviteit. In één van de sleuven is in de week van 3 tot 7 april een leiding aangetroffen die verhoogde activiteit vertoonde. De radioactiviteit werd pas gemeten toen de pijp was blootgelegd. De bodem zelf had voor afscherming van de straling gezorgd, zodat de pijp niet bij eerder bodemonderzoek kon worden ontdekt.
Volgens een onderzoek van de Röntgen Technische Dienst (RTD), die een monster van de afzetting onderzocht, betrof het een radioactieve afzetting binnen in de pijp. De bodem zelf vertoonde verder geen verhoogde activiteit. De besmetting werd vooral bepaald door de stof radium-226. Maar ook de niet-natuurlijke stoffen cobalt-60 en cesium-137 werden gemeten.
De totale concentratie in de afzetting kwam uit op 135 Becquerel per gram. De huidige norm voor radioactief afval ligt op 100 Bq/g, zodat de pijp behandeld zal worden als "radioactief afval".
De pijpleiding ligt overigens voor het grootste deel nog in de grond. Voor de metingen is voor het onderzoek alleen een stuk van de pijp genomen. De pijp is weer afgedekt met grond zodat er geen straling boven de grond te meten valt. Plannen moeten gemaakt worden voor het verwijderen van de rest van de pijp.