4. CONCLUSIES

sloop in 1996 onzorgvuldig
Het slopen van de gebouwen op het IKO/NIKHEF terrein in 1996 verliep onzorgvuldig. Het complex bleek makkelijk toegankelijk voor onbevoegden en ruimtes met radioactieve besmettingen waren niet afgesloten. Daarnaast werd er een aanvang gemaakt met voorbereidende sloopwerkzaamheden zonder dat omwonenden waren ingelicht. Dit leidde tot onrust onder omwonenden. Om een herhaling van de problemen uit 1996 te voorkomen werd de bodemsanering beter voorbereid en veel aandacht besteed aan overleg en voorlichting.
 

overleg over aanpak bodemsanering
De stichting Laka heeft namens de buurtorganisaties haar advies kunnen uitbrengen over de aanpak van de bodemsanering. Over deze aanpak heeft diverse malen overleg plaats gevonden tussen Laka, NIKHEF, Gemeentelijk Grondbedrijf en andere betrokken instanties. Alle aanbevelingen van de stichting Laka zijn voor zover mogelijk in de uiteindelijke bodemsanering meegenomen. Tijdens de bodemsanering in maart/juni kon een vertegenwoordiger van Laka aanwezig zijn bij een aantal werkzaamheden op het terrein en werd deze verder op de hoogte gehouden met de dagelijks toegefaxte dagrapporten van het NIKHEF.
 

duidelijke voorlichting aan omwonenden
Richting buurt heeft het Gemeentelijk Grondbedrijf (eigenaar van het terrein) gezorgd voor duidelijke voorlichting. Er werden twee bijeenkomsten georganiseerd voor geïnteresseerde buurtbewoners en omwonenden werden op de hoogte gehouden met huis-aan-huis bezorgde bewonersbrieven. Mensen met vragen konden terecht bij een contactpersoon op het Grondbedrijf en werden vaak ook weer doorverwezen naar de stichting Laka voor verdere vragen.
 

vertrouwen opgebouwd
Overigens bleek de sanering weinig vragen uit de buurt op te roepen. Een openbare bijeenkomst op 4 februari j.l. werd slechts door ongeveer 5 omwonenden bezocht. Een bijeenkomst in december 2000 over de aanpak van de sanering trok toen nog meer dan 15 geïnteresseerden. De stichting Laka heeft in de voorbereiding van de sanering de indruk gekregen dat zich in de buurt vertrouwen had ontwikkeld voor een goede afwikkeling van de zaak. Overleg tussen de partijen, concrete afspraken over de aanpak en goede voorlichting naar de buurt hebben hiervoor gezorgd.
 

Radioactieve besmettingen
Tijdens de sanering zijn een aantal radioactieve vervuilingen opgeruimd en werden een aantal verdachte locaties verder onderzocht. De resultaten worden hierbij samengevat aan de hand van de aandachtspunten die door de stichting Laka voor de sanering werden opgesteld.
 
Aandachtspunt Aangetroffen besmetting Verwijdering
Afvoerleidingen
A-gebouw geen niet radioactief
B-gebouw (noord) Ra-226 in leidingen/putten zand deel leidingen naar COVRA, rest naar stort
B-gebouw (zuid) Cs-137 in zand, onder norm 3 containers zand naar stort
C-gebouw geen  niet radioactief
E-gebouw geen niet radioactief
Afvalwatertanks
tank 2 en 5 Ra-226 / Np-237 / Am-241 in slib 1000 lt, na verwerking naar COVRA
tank 1, 2 en 4 idem in slib, onder norm naar stort
tanks na reiniging geen naar metaalverwerker, beton naar stort
pompen tanks 1 en 2 Ra-226 / Am-241, onder norm naar stort
grond tanks 1 en 2 Pu-239-240 / Am-241, onder norm 1 container zand naar stort
Bodemversneller geen niet radioactief
Kelder C-gebouw
wand CK 14/16 geen niet radioactief
leidingen Co-60 / Cs-137 / Am-241, onder norm naar stort
Sloot C-gebouw niet aangetroffen -
Begraven afval niet aangetroffen -

Samengevat komt het er dus op neer dat een deel van de leidingen en putten bij het B-gebouw besmettingen vertoonden die boven de norm voor radioactief afval lagen. Die werden verpakt en afgevoerd naar de COVRA. Ook het besmette slib uit de afvalwatertanks 2 en 5 werd na bewerking naar de COVRA gebracht. Materiaal wat niet boven de officiële norm voor radioactief afval lag werd verpakt en afgevoerd naar de Nauerna stort in Assendelft. De grootste hoeveelheid daarvan betrof het besmette zand rond het B-gebouw en zand wat was afgegraven bij de afvalwatertanks. Een aantal locaties die voor de sanering als verdacht werden aangemerkt bleken na onderzoek geen radioactiviteit te bevatten (leidingen rond A, C en E; bodem versneller; wand CK/14/16, sloot en begraven afval).
 

"Alles wat tikt gaat weg"
De radioactieve besmettingen boven de officiële norm voor radioactief afval zijn nu verwijderd evenals de lichtere besmettingen (de "alles wat tikt gaat weg" norm). Nu het terrein is onderzocht en schoongemaakt van radioactieve vervuilingen kan het worden vrijgegeven voor ander gebruik. Op het terrein zal in eerste instantie een verbindingsweg worden aangelegd, later gevolgd door de bouw van woningen.