PROLIFERATIE VAN WAPENSYSTEMEN MET VERARMD URANIUM

Met de toepassing van verarmd uranium in de conventionele wapentechnologie heeft de NAVO een nieuwe wapenwedloop in gang gezet. Na de ultieme test in het woestijnzand van Irak behoren wapensystemen met verarmd uranium tot de standaarduitrusting van het Amerikaanse en Britse leger. Incidenten met `vriendelijk vuur' tijdens Desert Storm wezen uit dat de M1A1 Abrams tank niet voldoende was uitgerust met verarmd uranium in de bepantsering. De nieuwe serie tanks (M1A2s) werden na de Golfoorlog uitgerust met een dubbele hoeveelheid verarmd uranium.

Ofschoon de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk het verst zijn gevorderd met de ontwikkeling van verarmd-uraniumtechnologie, zijn andere kernwapenstaten druk bezig met een inhaalrace. Ook de Franse LeClerc en de Russische T-72BV en T-80U tanks zijn inmiddels voorzien van uraniumhoudende tankpantsers en antitankgranaten. De tanks van de NAVO en hun bondgenoten kunnen nu de (Derde) wereld inschieten als de slagschepen van grondoorlogen, onoverwinnelijk voor iedere aanval. Met een gemiddeld bereik van drie kilometer schieten de 120mm uraniumhoudende antitankgranaten bijna twee maal zo ver als de verouderde antitankgranaten van Derde Wereldlegers.

Twee Amerikaanse A-10s vernietigden in augustus 1994 Bosnisch Servisch afweergeschut. December 1995 werd de aanwezigheid bevestigd van 160 M1A1s in Bosnië en 12 A-10s op de Italiaanse luchtmachtbasis Aviano als onderdeel van de IFOR-troepenmacht. Gegeven de ruime bevoegdheden van de IFOR om militair in te grijpen, lijkt een nieuw uraniumslagveld niet ondenkbeeldig. Ook als er niet wordt ingegrepen bestaat het gevaar dat een tank met uraanpantser en uraniummunitie aan boord op een landmijn rijdt. Net als in oorlogssituaties zal hier geen enkele handleiding helpen om het risico op uraniumvergiftiging te vermijden.

In september 1996 oefenden tankmanschappen van Britse Challengers en Amerikaanse Abrams in de aanstaande NAVO-lidstaten Polen en Hongarije. Of ze daar ook met uranium schoten is onduidelijk. De Britse oefening was de grootste operatie ooit door de NAVO gehouden op het grondgebied van een voormalig Warschaupactland. Aan de oefening namen 1150 tanks deel.

Het is niet uit te sluiten dat de Nederlandse Apaches van de luchtmobiele brigade met verarmd uranium gaan schieten op het oefenterrein De Haar bij Assen. Meer waarschijnlijk is dat de Nederlandse Apaches de munitie van verarmd uranium zullen testen in Polen, omdat daar nog nauwelijks milieuwetgeving is. A-10s van de Amerikaanse luchtmachtbasis Sembach in Duitsland oefenden van april 1979 tot de crash met een A-10, 8 december 1988 in Remscheid, in scheervluchten met uranium-munitie in de Pfalz. In de START-verdragen voor conventionele bewapening werd overeengekomen dat de Amerikaanse en Britse A-10s niet langer mochten vliegen boven het Europese continent.

Vlak na Desert Storm meldden Amerikaanse exportvergunningen nog dat het proliferatiegevoelige materiaal "alleen bestemd is voor leden van de NAVO, Japan, Australië en Nieuw-Zeeland". De inkt was nog niet droog of ook de rijke Golfstaten werd toegestaan wapensystemen met verarmd uranium kopen. (De Saoedi-Arabische marine bezat al een wapensysteem met verarmd uranium in 1979.) Frankrijk tekende in februari 1994 een contract met de Verenigde Arabische Emiraten voor de levering LeClercs met antitankgranaten.

In een memorandum aan zijn ministers van Binnenlandse Zaken en Defensie van 19 juli 1994 keurt President Clinton de verkoop goed van uranium-tankgranaten aan Saoedi Arabie, Bahrein en Koeweit. Een vakblad over wapenverkopen voegt hieraan toe dat het deze landen ook is toegestaan ander wapentuig met verarmd uranium te kopen, zoals de M1A2.

Dr. Hans Krech van het Hamburgse Orient-Institut rekent voor dat de door het Westen gesteunde Golfstaten hun pantsertroepen van de 5.399 tanks, voorhanden in 1994, kunnen laten toenemen tot 7.311 bij de eeuwwisseling. Hij zegt te vrezen dat als een wapenrace in het gebied niet wordt voorkomen, oorlogen met de inzet van vele duizenden tanks tot de mogelijkheden behoren.

Onder aanvoering van de Verenigde Staten als marktleider vindt thans een wereldwijde proliferatie plaats van verarmd uranium als grondstof met militaire bestemmingen of in de vorm van munitie en pantsermaterieel. Bosnië, Egypte, Israël, Japan, Jordanië, Kroatië, Pakistan, Taiwan, Thailand, Turkije, Zuid-Korea, Zweden en andere landen beschikken over het high-tech conventionele wapensysteem. (Een aantal van deze landen kreeg de wapens gratis via het Pentagon's Excess Defense Articles programma.) Ook Nederland ontkomt niet aan deze schijnbaar onzichtbare wapenspiraal.

Ofschoon het gebruik van verarmd-uraniummunitie tijdens trainingen officieel niet is toegestaan, gebeuren er wel eens `ongelukjes'. In januari bood het Amerikaanse ministerie van Defensie (DoD) aan Japan haar excuses aan voor het schieten met klein-kaliber verarmd-uranium¬munitie op een onbewoond eiland bij Okinawa. Het incident heeft in de Japanse media veel stof doen opwaaien. Haastig verklaarden functionarissen van het Amerikaanse leger dat 32 van de in totaal 347 kilo restanten van het radioactieve zware metaal inmiddels was geborgen. De overige 315 kilo zou zo spoedig mogelijk worden opgeruimd.

Dat is een behandeling waar burgers van Irak en Koeweit niet op hoeven te rekenen. Tot op heden heeft de Amerikaanse regering geen plannen om de minimaal 300 ton uraniumrestanten en stofdeeltjes in bevolkte regio's van Irak op te ruimen. Een dergelijke operatie zou namelijk een forse aanslag betekenen op het toch al krappe Amerikaanse overheidsbudget. Het opruimen van de 75.000 kilo uraniumrestanten op 200 hectare van het recent gesloten Jefferson Proving Ground in Indiana wordt geraamd op minstens 4 miljard dollar. De saneringskosten van de honderden vierkante kilometers Iraaks en Koeweits grondgebied, zouden al snel oplopen tot in de tientallen miljarden dollars. Maar geen "internationale wet of verdrag eist van de Verenigde Staten om de slagvelden van de Golfoorlog te saneren", rapporteert het Amerikaanse militaire milieubureau (AEPI, 1994) geruststellend aan haar hoogste bazen.

Hulpverleners van Oxfam en de Rode Halve Maan hebben in 1991, evenals de Duitse kinderarts dr. Siegwart-Horst Guenther van het Internationale Gele Kruis in 1993, kinderen rond de zuid-Iraakse plaats Basra zien spelen met restanten van uraniumgranaten, die het als speelgoed beschouwden.

In juli 1993 nam Guenther, die regelmatig Irak bezoekt, een gebruikte uranium-projectiel mee naar Duitsland. Zijn `bewijsstuk' werd in beslag genomen door politie in Berlijn en geborgen in een loden doos. Hij kreeg een proces-verbaal en moest een boete van 3000 Duitse mark betalen. In het politierapport luidt de aanklacht `Freisetzung ionisierender Strahlung.'

7 Februari 1995 bracht de Iraakse delegatie binnen ECOSOC een document in over de tussentijdse bevindingen van het nog lopende milieuonderzoek in Irak. Het rapport is echter nooit aan de orde gesteld. In het rapport wordt de aanwezigheid van besmetting door verarmd uranium vastgesteld, met name in het zuiden. Een studie door Muna Elhassani van het Iraakse centrum voor registratie van kanker toont schrikbarende toenames van leukemie in de provincies Al-Muthana, Al-Quadisjah en rond de stad Basra. De auteur verklaart dat ze uit het voorlopige onderzoek nog geen harde conclusies kan trekken. Een half jaar later meldt het Washington Report on Middle East Affairs dat de grote aantallen kinderen die lijden aan leukemie en andere vormen van kanker zijn toe te schrijven aan blootstelling aan verarmd uranium.

De Algerijnse Fatma Zohra Ksentini, Speciale Rapporteur van de Verenigde Naties voor de mensenrechtencommissie, veroordeelt de Verenigde Staten voor het gebruik van verarmd uranium tijdens de Golfoorlog. Daarbij uit ze haar bezorgdheid dat onverklaarbare ziekteverschijnselen bij veteranen mogelijk verband houden met blootstelling aan het gif. Ksentini rapporteert de mensenrechtencommissie van de Economische en Sociale Raad (ECOSOC) over de nadelige effecten van dumping van giftig afval op de naleving van mensenrechten. Haar mandaat moet met het Verdrag van Basel (1989), dat in 1992 in werking trad, en met een reeks andere verdragen, een dam opwerpen tegen de toenemende export van giftig afval naar Derde Wereld- en een aantal Oost-Europese landen.

In haar rapporten uit ze steevast scherpe kritiek op westerse landen (waaronder Nederland, de vierde gifexporteur van de wereld). Ondanks tal van verdragen die export van gif naar Derde Wereldlanden verbieden, blijven dit soort dumpingen plaatsvinden onder het mom van `recycling doeleinden'.
Ksentini pleit voor een bredere definiering van het begrip mensenrechten. Waarin niet alleen de individuele rechten, maar ook de economische en politieke rechten van burgers worden gewaarborgd. Zoals het recht op een schoon leefmilieu.

De deplorabele situatie in Irak laat zien dat westerse landen daar geen enkele boodschap aan hebben. Wapenhandel en afval zijn immers lucratieve business.