Evaluatieverslag
aandeelhouderschap van de Staat in Ultra
Centrifuge Nederland N.V.
Inleiding
In het kader van de
vijfjaarlijkse evaluatie van Staatsdeelnemingen, zoals
aangekondigd in de Nota Deelnemingenbeleid Rijksoverheid,
treft u hierbij een verslag aan over het aandeelhouderschap
van de Staat in de Ultra Centrifuge
Nederland N.V. (hierna UCN). Aangezien
UCN een houdstermaatschappij is die als enige activiteit heeft
het houden van een belang van 33,3% van de aandelen in Urenco
Ltd (hierna Urenco), zal in deze evaluatie weliswaar primair
op UCN worden ingegaan maar ook op Urenco.
Over het doel van de
evaluatie leest u in de aanbiedingsbrief waarmee deze eerste 6
evaluatieverslagen aan de Tweede Kamer zijn aangeboden en in
de bijgevoegde vragenlijst “Publiek kader”.
De evaluatie is opgebouwd uit
een korte beschrijving van de onderneming en een beoordeling
van het publieke kader, de financieel-economische situatie en
de corporate governance structuur van de onderneming. Er wordt
afgesloten met een conclusie.
Beschrijving
UCN
UCN NV is in 1969 door de
Staat en vier Nederlandse ondernemingen (Shell, Philips, DSM
en Stork) opgericht om het ultracentrifugeprocédé
(UC-technologie) te ontwikkelen. Met behulp van dit procédé
kan uranium worden verrijkt. Bij oprichting was het de
bedoeling om het belang van de Staat in UCN NV langzaam af te
bouwen. Na verloop van tijd bleek de markt echter niet erg
bereidwillig om te participeren in UCN NV o.a. vanwege het
onzekere klimaat inzake de politieke aanvaarding van
kernenergie. Het belang van de private partijen in UCN is
daardoor na verloop van tijd afgenomen naar 1,1%. De Staat was
bereid die aandelen over te nemen: het overgrote deel van de
aandelen is thans in handen van de Nederlandse Staat (98,9%).
In 1970 is tevens een samenwerking ontstaan tussen de
Nederlandse onderneming UCN, de Duitse onderneming Uranit en
de Britse onderneming BNFL op het gebied van de ontwikkeling
van de UC-technologie en de verrijking van uranium voor
gebruik in kerncentrales. In 1993 is deze samenwerking verder
versterkt door de fusie van de activiteiten in een
gezamenlijke onderneming Urenco Ltd. een Britse vennootschap
waarin UCN, Uranit en BNFL ieder voor 1/3 deel participeren.
In Urenco zijn de activiteiten van de Nederlandse tak, Urenco
NL BV, gevestigd te Almelo, ondergebracht. UCN houdt in ruil
voor het inbrengen van de activiteiten 33 1/3% belang in
Urenco Ltd.
|
Enkele cijfers van
UCN (over 2003) |
|
Balanstotaal |
€ 220 miljoen |
|
Omzet |
- |
|
Netto winst |
€ 38 miljoen |
|
Aantal
werknemers |
1,3
fte |
Aandeelhoudersstructuur
Urenco

Publiek
kader
De redenen voor de Staat om
in 1969 bij de oprichting van UCN te participeren waren
-
financiële betrokkenheid en
afhankelijkheid van de Staat bij de ontwikkeling van het
ultracentrifugeprocédé vanuit technologische, industriële en
energetische invalshoeken;
-
toenmalige politieke plannen voor
bouw van kerncentrales in Nederland, waardoor een behoefte aan
verrijkt uranium zou ontstaan;
-
de wens om Nederlandse bedrijven
te betrekken in de ontwikkeling van de
UC-technologie.
Deze oorspronkelijk redenen
spelen geen rol meer. De projectfase is succesvol afgerond en
de UC-technologie heeft zich bewezen, ook in commercieel
opzicht. Daarnaast heeft het Rijk geen plannen voor het bouwen
van kerncentrales in Nederland. Ook als dat wel het geval zou
zijn, is toegang tot leverantie van verrijkt uranium verzekerd
door middel van het Verdrag van Almelo (zie hieronder).
Tenslotte kan worden vastgesteld dat de rol van de vier
private partijen beperkt is gebleven.
De publieke belangen rond UCN
die sinds de oprichting van toepassing zijn gebleven betreffen
veiligheidsaspecten en het Non-Proliferatieverdrag ten aanzien
van de ontwikkeling en exploitatie van de UC-technologie. Deze
publieke belangen worden door het Verdrag van Almelo en door
middel van vergunningen geborgd.
In het Verdrag van Almelo,
een verdrag gesloten in 1970
tussen Nederland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, zijn
afspraken vastgelegd aangaande de ontwikkeling en exploitatie
van de UC-technologie, bescherming van gevoelige informatie
mede in verband met veiligheidsaspecten en het
Non-Proliferatieverdrag. Op grond van het verdrag van Almelo
is de zogenoemde “Gemengde Commissie” ingesteld, waarin
overheidsvertegenwoordigers van de drie landen plaatsnemen. De
Gemengde Commissie houdt toezicht op naleving van het Verdrag
en komt minstens twee maal per jaar bij elkaar. Er worden dan
beslissingen genomen m.b.t. onderwerpen op gebied van export
van verrijkingsdiensten, technologie, wijzigingen in de
structuur van de onderneming, verlenen van licenties,
beveiliging van de technologie, classificatie, benoeming
inspecteurs etc. (als opgenomen in art. II, 5 sub d van het
Verdrag van Almelo ). Alle beslissingen dienen met unanimiteit
te worden genomen. Alle contracten die Urenco sluit met
elektriciteitsbedrijven in het buitenland dienen door de
Commissie te worden goedgekeurd.
Het verrijkingsbedrijf van
Urenco in Almelo is, als installatie waar splijtstoffen worden
verwerkt, vergunningplichtig op basis van de Kernenergiewet.
In deze vergunning zijn voorschriften ter naleving door Urenco
opgenomen ten aanzien van veiligheid en milieu en t.a.v. de
beveiliging van gevoelige informatie en technologie. De
conventionele activiteiten van Urenco, zoals met name de
fabricage van centrifuges, zijn onderworpen aan de
voorschriften opgenomen in de milieuvergunningen
terzake.
Het spreekt voor zichzelf dat
naast de bovengenoemde instrumenten om het publieke belang te
borgen, het Euratom-Verdrag en andere verdragen zoals het
Non-Proliferatieverdrag van toepassing zijn. De
borgingsinstrumenten zijn naar het oordeel van de
verantwoordelijke minister van Economische Zaken
effectief.
De minister van Financiën
vult het aandeelhouderschap in UCN in vanuit zijn
verantwoordelijkheid voor een goede behartiging van de
zakelijke belangen van de Staat. UCN op zijn beurt behartigt
het aandeelhouderschap in Urenco en legt daarover
verantwoording aan zijn aandeelhouders af. Een eventuele
wijziging van de aandeelhoudersstructuur van Urenco zal door
de Gemengde Commissie worden beoordeeld vanuit haar
verantwoordelijkheid voor het toezicht op de naleving van het
Verdrag van Almelo.
Financieel economische
situatie en marktomstandigheden
De resultaten van UCN zijn
direct afhankelijk van de resultaten van Urenco Ltd. Dus als
het goed gaat met Urenco, gaat het goed met UCN. Urenco is
succesvol in het verwerven van verrijkingscontracten, niet in
de laatste plaats door zijn geavanceerde verrijkingstechniek
waarmee het haar concurrenten op de Westerse wereldmarkt ( het
Amerikaanse USEC en het Franse Aréva) goed aankan. Urenco is
een commercieel bedrijf met een sterke marktpositie. Op de
wereldverrijkingsmarkt heeft Urenco momenteel een aandeel van
ca. 18%, USEC 30%, Aréva 20% en het Russische TENEX ca. 25%.
De resterende markt is verdeeld over kleinere producenten en
voorraden. Het businessplan van Urenco mikt op een forse groei
van haar marktaandeel. Met name in Oost-Azie en de VS heeft
Urenco de laatste jaren terrein veroverd op USEC en Aréva.
Urenco heeft op 1 oktober
2003 een juridische herstructurering doorgevoerd en heeft
daarbij zijn activiteiten op gebied van ontwikkeling en
productie van ultra-centrifuges ondergebracht in een aparte
dochter, Enrichment Technologie Company (ETC) genoemd. De
verrijkingsactiviteiten werden ondergebracht in een andere
dochter: Urenco Enrichment Company (UEC)
De meest recente ontwikkeling
is dat Urenco heeft aangekondigd voornemens te zijn 50% van de
aandelen in bovengenoemd technologiebedrijf aan de Franse
onderneming Aréva te willen verkopen. Hiervoor dient een
intergouvernementele overeenkomst tussen de drie Urenco-landen
en Frankrijk te worden gesloten. Vermoedelijk zal een voorstel
daartoe op korte termijn aan het Parlement ter goedkeuring te
worden voorgelegd. Een andere ontwikkeling is dat Urenco de
mogelijkheid onderzoekt van investering in een faciliteit
uraniumverrijking in de Verenigde Staten, om
energieproducenten in Noord-Amerika te bedienen.
Urenco opereert binnen een
complexe geo-politieke context, waarbij momenteel
proliferatierisico’s hoog op de internationale politieke
agenda staan. Het International Atomic Energy Agency (IAEA)
volgt met verhoogde waakzaamheid de ontwikkeling in
hoog-risico landen als Iran en Noord-Korea.
Door deze huidige
geo-politieke gevoeligheden rond nucleaire aangelegenheden,
alsmede de genoemde andere ontwikkelingen (joint venture en
investering in de V.S.) en daarmee gepaard gaande
onzekerheden, wordt een eventuele verkoop van UCN op korte
termijn niet opportuun geacht.
Corporate
Governance
UCN is een
houdstermaatschappij van het 33 1/3 belang in Urenco Ltd. De
Staat houdt dus indirect eenderde deel van de aandelen in
Urenco. Ten aanzien van UCN beschikt de Staat over de
gebruikelijke bevoegdheden die door de wet aan de
aandeelhouder van een niet-structuurvennootschap worden
toegekend. Urenco is een vennootschap opgericht naar Engels
recht. Er zijn zowel in de statuten van UCN als in de statuten
van Urenco geen beperkingen opgenomen die een verkoop van de
aandelen in UCN respectievelijk in Urenco belemmeren. Op het
niveau van de aandeelhouders van Urenco is er een
aandeelhoudersovereenkomst. Hoewel geen belemmering voor
verkoop betekent dit wel dat UCN als minderheidsaandeelhouder
in Urenco mede afhankelijk is van de opstelling van de andere
aandeelhouders.
Met betrekking tot de
aandeelhoudersstructuur van Urenco kan verder worden opgemerkt
dat de niet-Nederlandse aandeelhouders in Urenco (BNFL, Eon en
RWE) grote industriële nevenbelangen in de energiesector
hebben. Zij zijn bijvoorbeeld ook afnemer van verrijkt uranium
van Urenco en hebben in die hoedanigheid ook in belangrijke
mate bijgedragen aan de goede marktpositie van Urenco. In de
corporate governance van Urenco is met eventuele
tegengestellingen tussen belangen als aandeelhouder en andere
industriële belangen rekening gehouden, teneinde bijvoorbeeld
levering tegen marktconforme condities te waarborgen.
Niettemin zou de Staat positief staan tegenover een
ontwikkeling van de aandeelhouderstructuur in Urenco naar een
structuur met verhoudingsgewijs een groter aandeel
onafhankelijke aandeelhouders.
Conclusie
De redenen om in 1969 UCN op
te richten, spelen thans geen rol meer. De publieke belangen
rond de UC-technologie en verrijking van uranium worden
geborgd door publiekrechtelijke instrumenten (Verdrag van
Almelo en vergunningen). De financiële resultaten van UCN zijn
goed en vormen derhalve geen belemmering voor een verkoop van
het aandelenbelang van de Staat in UCN. Uit het corporate
governance gedeelte van de evaluatie blijkt dat er geen
statutaire of wettelijke beperkingen zijn die een verkoop van
het aandelenbelang belemmeren.
Om diverse redenen worden er
echter vanuit de Staat geen initiatieven ontplooid om op korte
termijn over te gaan tot verkoop van UCN. Dit heeft te maken
met de gevoelige geo-politieke situatie rond nucleaire
aangelegenheden, de bestaande onzekerheden op het vlak van
de voorgenomen joint venture tussen
Urenco en Aréva en de investering in de
VS. De Staat zal zijn aandeelhouderschap in UCN op zakelijke
wijze voortzetten.