“Stoppen Pallas-reactor beter voor patiënten”


De Nederlandse vereniging voor nucleaire geneeskunde NVNG vindt dat het kabinet snel moet besluiten over de toekomst van de productie van medische isotopen. De vereniging is bang dat de gebrekkige Hoge Flux Reactor HFR in Petten het definitief begeeft voordat de nieuwe Pallas-reactor in bedrijf komt. Volgens de NVNG moet minister Schippers van Volksgezondheid daarom snel besluiten de nieuwe reactor Pallas te gaan bouwen. Laka stelt dat hopen op Pallas niets oplost. De kans dat er een nieuwe kernreactor in Petten komt is namelijk erg klein. En, dat is belangrijker, een nieuwe reactor is helemaal niet nodig om de beschikbaarheid van medische isotopen op peil te houden.

Uit een onderzoek van RIVM in opdracht van minister Kamp afgelopen zomer bleek dat het onverhoeds wegvallen van de HFR binnen een jaar zal worden opgevangen door de markt. Daaruit blijkt al dat Pallas niet noodzakelijk is.

Nu worden nog in de HFR medische isotopen geproduceerd, maar die is oud en gebrekkig. Sinds 2005 wordt er gepraat over een reactor die de HFR moet opvolgen. Die nieuwe reactor, Pallas, zou nu in bedrijf moeten zijn, want de HFR was in 2016 aan het einde van de technische levensduur. Nu wordt gehoopt dat Pallas in 2024 in bedrijf zal komen, maar door allerlei factoren is het hoogst onzeker of Pallas er ooit zal komen.

Tegelijkertijd stellen (clusters van) ziekenhuizen investeringen in eigen productiefaciliteiten uit, juist omdat Pallas maar boven de markt blijft zweven. “We begrijpen daarom de frustratie van de nucleaire geneeskundigen, ook voor Laka is de leveringszekerheid van medische isotopen het belangrijkst”, aldus Henk van der Keur van Laka. Van der Keur, die al jaren voor het onderzoekscentrum kernenergie onderzoek doet naar de productie van medische isotopen, stelt dat we daarom ook snel een andere weg moeten kiezen. “De productie van medische isotopen in Petten is een commerciële activiteit. De HFR levert wereldwijd 30-40 % van alle medische radioisotopen, maar de risico’s en het radioactief afval zijn voor ons.

Drie tot vier cyclotron-versnellers zijn in Nederland voldoende om aan de vraag naar het meest gebruikte isotoop (technetium-99m) te voldoen. De behoefte aan radioactieve isotopen voor behandelingen (irridium-192 en lutetium-177 bijvoorbeeld) zijn gering en die kunnen ook in andere reactoren geproduceerd worden. Daar hoef je in Nederland geen reactor voor te bouwen. Temeer omdat er alternatieven voor die isotopen in ontwikkeling zijn die met versnellers geproduceerd worden. Van der Keur: "Of Pallas er wel of niet komt zal nog lang onduidelijk blijven; dat hangt ook van factoren af waar Nederland geen invloed op heeft. Snel beslissen om te stoppen met Pallas schept daarentegen duidelijkheid en is de beste optie om de leveringszekerheid van medische isotopen ook op langere termijn veilig te stellen. En dus voor patiënten."

Decentrale productie heeft meer belangrijke voordelen: het is veiliger dan kernreactoren en met een fractie van het gevaarlijk radioactief afval. Er zijn veel minder transporten nodig van nucleair materiaal en kent minder andere veiligheidsrisico’s. Tenslotte is de beschikbaarheid niet meer afhankelijk van een klein aantal (al dan niet oude) reactoren, maar is er decentrale productie naar behoefte.

Het is mogelijk.