Brexit: gevolgen voor nucleaire industrie


OP 29 maart heeft de Britse overheid Artikel 50 in werking gezet waarmee de uittreding van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie begint. Omdat het land tegelijkertijd uit het Euratom-verdrag stapt zijn de gevolgen voor kernenergie groot. De nucleaire industrie en als onderdeel daarvan Urenco, maakt zich grote zorgen. Opmerkelijk was dat een rapport naar de gevolgen van de Brexit voor Nederland twee weken geleden nog pleitte voor het loskoppelen van de Brexit-onderhandelingen van het Euratom verdrag.

De Britse regering heeft in haar witboek van februari 2017 gesteld dat het Verenigd Koninkrijk (VK) voornemens is om naast de EU ook Euratom te verlaten. Euratom is een -precies 60 jaar oud- verdrag bestaande uit de EU-lidstaten met als doel “het bevorderen van vreedzame toepassingen van kernenergie”. Euratom “verdeelt Europese fondsen voor nucleair onderzoek, stelt regels op om de veiligheid van onderzoek te bewaken en controleert of de regels worden nageleefd.” Dat is 29 maart geëffectueerd. De Britse regering wil Euratom verlaten omdat deze organisatie bestuurd wordt door de Europese instellingen (Raad, Parlement en Commissie). De artikel 50-procedure is daardoor volgens de Britse regering niet alleen van toepassing op het EU-verdrag maar ook op het Euratom-verdrag.

De Nederlandse rapporteurs die voor de Tweede Kamer de gevolgen voor Nederland van de Brexit op een rij moesten zetten, deelden die opvatting niet. In hun bevindingen die ze midden maart naar de Kamer stuurden, stellen ze dat samenwerking op nucleair gebied niet wordt gereguleerd door het EU-verdrag. Ze zien daarom geen juridische noodzaak om de werkingssfeer van de artikel 50-procedure uit te breiden met het Euratom-verdrag. “Als beide verdragen aan elkaar gekoppeld worden, verlaat het VK in dat geval ook abrupt Euratom. Vanwege de mogelijke veiligheidsrisico’s vinden de rapporteurs dit een hoogst onwenselijke situatie.

Het was lange tijd onduidelijk of het mogelijk was om wel lid te zijn van de EU maar niet van Euratom. Dat leek geregeld in het Verdrag van Lissabon dat per december 2009 van kracht werd. Daarin wordt mogelijk gemaakt het Euratom Verdrag eenzijdig op te zeggen. En als het twee verschillende verdragen zijn, is het andersom ook mogelijk lid te zijn van Euratom zonder tot de EU te behoren. De Nederlandse rapporteurs zijn daarvan overtuigd. En dat standpunt wordt gedeeld door een serie juridische onderzoeken naar de mogelijkheid voor EU-lidstaten om het Euratom-verdrag op te zeggen. Die discussie is namelijk al heel oud. Opmerkelijk is dat de nucleaire industrie, tot dusver altijd van mening dat de twee onlosmakelijk met elkaar verbonden waren, recent van mening zijn veranderd en nu vinden dat er geen enkele reden is om ook gelijktijdig het Euratom-verdrag op te zeggen.

Maar die interpretatie deelt dus lang niet iedereen. In september 2016 liet de European Economic and Social Committee (EESC) na consultatie van de Europese Commissie weten dat het opzeggen van het EU-lidmaatschap automatisch ook leidt tot het opzeggen van het Euratom lidmaatschap. Afgelopen week liet de Duitse regering op vragen van die Grünen weten dat een vertrek uit de EU ook een vertrek uit Euratom betekent: „Aus Sicht der Bundesregierung bedeutet ein Austritt aus der EU zugleich auch einen Austritt aus der Europäischen  Atomgemeinschaft (EURATOM). Das Austrittsverfahren bestimmt sich nach Artikel 106 a Absatz 1 des Vertrags zur Gründung der Europäischen Atomgemeinschaft in Verbindung mit Artikel 50 des Vertrags über die Europäische Union.

Euratom
De (Britse) nucleaire industrie is als de dood voor het gelijktijdig opzeggen van het Euratom verdrag. Die nucleaire industrie voorziet namelijk veel problemen als alles wat nu door Euratom wordt geregeld (vergunningen, wetgeving, controle, etc.) binnen twee jaar op een andere manier geregeld moet worden. Men denkt dat die twee jaar veel te kort zijn om met alle individuele landen tot nieuwe verdragen te komen.

Euratom heeft bijvoorbeeld binnen de EU veel taken overgenomen van het Internationale Atoom Energie Agentschap (IAEA)  –een soort ‘zelfcontrole’ volgens critici- die allemaal verandert moeten worden. Omdat Euratom in naam eigenaar is van veel splijtstoffen in de EU, is transport binnen de EU relatief eenvoudig: dat is niet langer het geval na Brexit en Brexatom. Met elk land (binnen en buiten de EU), moet er een nieuw verdrag onderhandelt worden. Euratom zorgt ook voor een enorme geldstroom richting kernfusie, maar één van de belangrijkste kernfusie-onderzoekscentra ligt in Culham in het VK.

En dan is er nog Urenco. Het Brits, Duits, Nederlandse bedrijf is extreem afhankelijk van transporten tussen de fabrieken in de drie landen. Het is niet voor niets dat de topman van Urenco, Thomas Haeberle, een dringend beroep doet op May om de nucleaire sector te beschermen tegen de gevolgen van de Brexit.

Genoeg kopzorgen kortom voor de nucleaire industrie. Begin maart kwam er ook al een noodkreet van de Britse nucleaire industrie: in een hoorzitting in het parlement werd gesteld dat mogelijk kerncentrales gesloten moeten worden en dat de bouw van de geplande kerncentrales in gevaar komen. Tevergeefs; May houdt vast aan het koppelen van beide verdragen en wil op het zelfde moment uit Euratom te stappen als uit de EU.

Kantelpunt voor kernenergie in EU?
Er is al lang heel veel kritiek op Euratom. Was het misschien logisch dat kernenergie zestig jaar geleden financiële prikkels en een voorkeursbehandeling nodig had, dat is echter al lang  niet meer vol te houden. Toch zorgt Euratom nog steeds daarvoor: de enorme subsidies voor de bouw van de kerncentrale in Hinkley Point wordt door de EU geaccepteerd omdat in het 60 jaar oude Euratom verdrag staat dat kernenergie gesubsidieerd moet worden. Er is ook heel weinig invloed mogelijk vanuit het Europese Parlement op het beleid van Euratom.

Toch zou het zo maar kunnen dat de komende jaren veel verandert in de houding van Europa.
Van de huidige 28 EU landen, heeft ongeveer de helft een kernenergieprogramma. Maar daarvan hebben ook minimal drie landen een einddatum voor kernenergie: Duitsland (2022), Zwitserland (2040) en België (2025) en maar heel weinig landen zetten in op nieuwe kernenergiecapaciteit. De nu nog bestaande pro-kernenergie balans in de EU kan zo maar omslaan in een antikernenergie houding als het zeer sterke pro-kernenergie VK de EU verlaat.

Daar liggen kansen om Euratom ingrijpend te veranderen. Of beter nog, af te schaffen.