Rechts, links en kernenergie


Bij veel sociaal–economische vraagstukken, zien we een erosie van de politieke begrippen rechts en links. Bij milieu en klimaat zien we dat minder en bij (kern)energie zien we dat eigenlijk helemaal niet. Daar zijn de posities blijkbaar traditioneel en diep ingegraven. Wat is dat dan toch, dat zodra rechtse regeringen aan de macht komen, kernenergie weer toekomst lijkt te hebben. Wat hééft rechts toch met kernenergie? En is dat inderdaad altijd zo geweest? En waar is het GroenRechts van Rutte eigenlijk gebleven?

Drieluik: verkiezingen en kernenergie
In dit derde deel over politieke partijen en verkiezingen proberen we de vraag te beantwoorden waarom rechts inzet op kernenergie, terwijl links er niet veel van moet hebben. Het eerste deel van dit drieluik gaat over de programma’s van de politieke partijen voor de komende verkiezingen. Het tweede deel gaat over de rol van kernenergie in de verkiezingsprogramma’s vanaf 1952.

In het verleden is in Nederland meerdere malen door (centrum-)rechtse kabinetten besloten tot de bouw van kerncentrales. In Frankrijk wil de exploitant van de kerncentrale in Fessenheim de definitieve beslissing om de kerncentrale te sluiten, over de verkiezingen heen tillen. De verwachting is namelijk dat rechts flink gaat winnen en daarmee de beslissing tot sluiting teruggedraaid kan worden. In België werd het kernuitstap scenario uit 2003 van het paars-groene kabinet Verhofstadt-1 eerst half terug gedraaid door regering Di-Rupio (christen-democraten, socialisten en liberalen) en met het aan de macht komen van het rechtse kabinet Michel (liberalen, christendemocraten en Vlaams-nationalisten) helemaal van tafel. In Duitsland werd de Atomausstieg uit 2001 teruggedraaid door het CDU/CSU, FDP-kabinet van Merkel in 2010 (die echter na Fukushima in 2011 geen ander weg zag dan de Ausstieg versneld weer terug in te voeren).

Perspectief
Zowel links als rechts zegt iets over kernenergie: maar wat ze belangrijk vinden, uit welk perspectief ze kijken, verschilt zeer. Of zoals het Sociaal en Cultureel Planbureau het uitlegt in het in mei 2010 verschenen rapport ‘De publieke opinie over kernenergie'.

"Het perspectief dat iemand hanteert bij het beoordelen van het thema kernenergie heeft invloed op de uiteindelijke opvatting, doordat de manier waarop men informatie interpreteert tot een bepaalde uitkomst leidt. In het economische perspectief ligt de nadruk op economische voordelen van kernenergie in het licht van nadelige hoge kosten. Het energie- en klimaatperspectief kijkt naar kernenergie met het oog op energiezekerheid, co2-uitstoot en klimaatverandering. Bij het milieuperspectief spelen onderwerpen als radioactief afval en de gevolgen van uraniumwinning een rol.
Het veiligheids- en risicoperspectief behandelt nucleaire ongelukken, terroristische aanvallen en de gevaren van radioactief afval. Ten slotte staat in het geopolitieke perspectief energietoevoer in de context van internationale verhoudingen en gaat het politieke perspectief over de invloed van politieke ideologieën op opvattingen over kernenergie."

Voorstanders van kernenergie kijken vanuit het economische perspectief, het energie- en klimaatperspectief en het geopolitieke perspectief en zullen de risico’s relatief laag inschatten.
Tegenstanders daarentegen hanteren vooral het milieuperspectief en het veiligheids- en risicoperspectief en kennen minder waarde toe aan de economische voordelen van kernenergie of betwijfelen die.

Het persoonlijke is politiek
Dit is natuurlijk niet de enige reden, er is meer: over het algemeen is rechts tegen staatsbemoeienis, vindt ‘de markt’ belangrijk en daarom bestaande ongelijkheden in inkomen en macht redelijk of onvermijdelijk. Links streeft een maatschappij na met een grotere gelijkheid van inkomen, kennis en macht en wil hiervoor ook de staat, het overheidsbeleid, gebruiken.
Die houding van rechts, dat ze niet beperkt willen worden in hun persoonlijke vrijheid, zien we sterk terug in hun perceptie van milieubeleid. Maatregelen om het milieu- en klimaat te beschermen worden al snel ervaren als een beperking van hun persoonlijke vrijheid. Dat leidt eerst tot ontkenning (van ‘er is geen klimaat-probleem’ tot ‘er is geen bewijs dat mens oorzaak is van klimaatprobleem’) en daarna tot de impuls dat de markt het op moet lossen en niet de overheid.

Vooralsnog zijn de bemoeienissen van rechts met milieu, klimaat en energie krampachtige pogingen om consequenties buiten de persoonlijke levenssfeer te houden. En dan wordt kernenergie als een mooie oplossing gezien. Want één van de meest geprezen eigenschappen van kernenergie is dat het overvloedig, of zelfs ‘ongelimiteerd’ is. In elk geval heel veel dus en geen enkele reden om iets aan de industriële economische groei te veranderen en zeker geen reden om jezelf te limiteren in wat dan ook. Business as usual, onbeperkte groei, daar houdt het bedrijfsleven van en (dus) rechts ook.
Natuurlijk is die houding niet voorbehouden aan rechts, maar is wel –vrijwel altijd- de basis attitude van rechts.

Die houding is meteen zichtbaar als we kijken naar de schamele pogingen van rechts om een milieu- en klimaatbeleid te ontwikkelen.

Linkse hobbies
De situatie in Nederland is in één opzicht wel uniek: namelijk de enorme haat tegen links die er bij populistisch rechts is. Van de ‘linkse hobbies’ van de VVD tot de ‘linkse gekkies’ van GeenPeil/Stijl; het zijn gevleugelde begrippen geworden. En aangezien ook bij populistisch rechts milieu als een links thema wordt gezien is alleen daarom kernenergie al goed, als provocatie. Inhoudelijke argumentatie is er vrijwel niet; het gaat om dogma’s (‘windmolens draaien op subsidie’).

Groen en rechts?
Even leek het er op dat milieu, klimaat en duurzaamheid ook een thema voor rechts werd: in november 2008 publiceerde Mark Rutte en de VVD het GroenRechts manifest, getiteld ‘Pamflet van een optimist’. “Het wordt tijd voor de Groen Rechtse agenda: een agenda gericht op de economie van de toekomst. Groen Rechts is een manier van denken. Eén die uitgaat van kansen en de vaststelling dat economie en milieu niet tegengesteld zijn.
Maar het is eerder een aanval op de linkse thema’s en de ontkenning dat de mens van invloed is op klimaatverandering.

“De pessimist maakt een film, doet daarin een hoop discutabele aannames en voorspelt dat de mensheid overmorgen door woeste watermassa's uit het bed wordt gespoeld. (…) Andere pessimisten zien de film, geraken in een depressie en zien nog maar één oplossing: de mens is schuldig, hij zal boeten. Een ongefundeerde klimaathysterie is het gevolg. Op alle bangmakerij volgt de opdracht tot consuminderen. Genieten wordt verboden, op alles wat het leven leuk maakt komt een belastingheffing.”

Nee, Rutte is een optimist: “Dit pamflet geeft antwoord op de meest urgente bedreiging: het voor onze energie afhankelijk worden van de Poetins en Ayatollahs van deze wereld. Dit pamflet geeft een optimistische kijk op hoe de energierekening betaalbaar blijft en de tank vol.” (Op de voorkant van het pamflet dan ook een benzinepomp in een idyllisch groen –Microsoft Windows- heuvel landschap.)
Rutte pleit –natuurlijk- voor kernenergie: “Wij moeten twee dingen doen. In de eerste plaats het bouwen van nieuwe kerncentrales.(…) Het wordt tijd dat dit taboe doorbroken wordt”. Alternatieven –“met kernenergie alleen redden we het niet”-, hebben weliswaar potentie maar moeten “nog verder doorontwikkeld worden”. En verder lost de markt het op, als we de industrie maar niet te teveel regeltjes opleggen. “In de moderne economie die ik voor ogen heb, passen geen betuttelende milieuheffingen voor burgers en ondernemers.”

Het pamflet had de blauwdruk moeten zijn voor het milieubeleid van het volgende kabinet, maar in het eerstvolgende regeerakkoord (Kabinet Rutte: VVD en CDA met gedoogsteun PVV) is ‘Groen’ weggevallen en bleef alleen ‘Rechts’ beleid over.
Misschien is het wel veelzeggend dat het manifest nergens online te vinden is; zelfs de VVD heeft het van haar website verwijdert. Na ons verzoek om een exemplaar bij het VVD-partijarchief laat men na een week eindelijk weten dat ze over het verzoek eerst met ons willen bellen. Maar gelukkig heeft het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen in Groningen een exemplaar in haar collectie. (update: het Pamflet maakt sinds dit artikel een ware 'revival' door en is nu ook hier online te vinden )

En andere poging om het begrip GroenRechts in te vullen zijn de ‘Tien Punten voor een verstandig milieubeleid’ van wetenschapsjournalist Simon Rozendaal, gepubliceerd in Elsevier in december 2010 (4-12-2010). Deze “uitgangspunten voor zo’n nog niet bestaande GroenRechtse politiek” is vooral een aanval op de milieubeweging (omschreven als een “destructieve macht”) en als sublimatie daarvan GroenLinks. Maar ook op Rutte wiens GroenRechts te veel lijkt op GroenLinks: Rozendaal citeert Wilders om zijn punt te maken: “Rutte is definitief de weg kwijt met de GroenRechtse onzinagenda”.
De tien standpunten van Rozendaal zelf, variëren van ‘Zorg dat economische groei vergroent’ (“het is niet waar wat de milieubeweging al 30 jaar beweert: dat wij mensen een plaag voor de planeet zouden zijn”) via ‘Er is geen klimaatprobleem, wel een energieprobleem’ naar ‘Geen sou voor de milieubeweging’. En verder het obligate ‘Geen windmolens’ en tenslotte natuurlijk de belangrijke troefkaart: ‘Stap over op kernenergie’.

Het begrip GroenRechts is overigens al ouder. In Nederland is zelfs een politieke partij geweest die GroenRechts heette. De partij, opgericht in 1997, had naast typisch rechtse thema’s (strenge beperking van immigratie, meer politie, etc) ook een paar milieuthema’s: “een economie die geen roofbouw op de natuur pleegt” en “betere milieu- en dierenbescherming, ook voor vee”. De partij is marginaal gebleven en heeft zelfs nooit meegedaan aan Tweede Kamer verkiezingen.

Binnen de VVD is nu een ‘themanetwerk’ Liberaal Groen dat “een duurzame economische groei voorstaat” en de “hedendaagse uitdagingen op het gebied van milieu, energie, klimaat, water, voedsel, sociale cohesie en mondiale verdeling van welvaart” bespreekt. Het is een groep “[L]iberalen, van binnen én buiten de VVD”, die elkaar treffen “om samen stappen te zetten in verduurzaming van politiek en beleid.”

Maar duidelijk is dat milieu, klimaat en energie geen thema’s zijn waar je rechts op mobiliseert of waar rechts electoraal succes van verwacht.

Kernenergie als symbool
In de jaren zeventig werd breed gedragen dat kernenergie ergens uitvloeisel van was; symbool voor stond: het was meer dan alleen maar een manier om water te koken. Naast argumenten over milieu en veiligheid, werden er meer politieke en maatschappelijke problemen aan kernenergie gekoppeld. Zo werd kernenergie het symbool van een technocratische gecentraliseerde samenleving waar steeds minder invloed van 'gewone burgers' mogelijk zou zijn. En dat was iets waar veel mensen geen zin in hadden. Het stond ook symbool voor geloof in technologie, voor (onbeperkte) groei van de economie en voor een sterke, repressieve, staat. En het is niet voor niets dat de landen waar kernenergie het (relatief) goed deed en doet, landen zijn met een sterke gecentraliseerde autoritaire staat, met weinig ‘civil society’; landen als China, Rusland, Japan (tot Fukushima), Zuid-Korea, etc.

Veel van die begrippen zijn stokpaartjes van rechts, vooral het geloof in technologie (lees ‘Pamflet van een optimist’ er maar op na) en het groei-denken, maar ook de –repressieve- sterke staat, want economische en financiële belangen moeten wel verdedigd worden.

Traditionele verbanden industrie - politiek
Een andere belangrijke, zelden genoemde, reden waarom kernenergie het goed doet bij rechts zijn de traditionele verbanden tussen de industrie en politiek. Hoewel dit vooral het laatste decennium in belang afneemt is de erfenis daarvan nog steeds voelbaar.

Oud-rechts waartoe van oudsher de christen-democratische partijen behoren (KVP, CHU en ARP, die samen in 1977 fuseerden tot het CDA), maar ook de VVD en klein Christelijk rechts tot allerlei (extreem-) rechtse splinters, heeft traditioneel veel banden met (en is soms zelfs regelrecht onderdeel van) het bedrijfsleven. Dat is -niet alleen- bij het (kern-) energiebeleid van groot belang. Die verwevenheid –en de invloed van de kernenergielobby in de politiek- is voor een deel gevolg van de inrichting van de energieproductie in de vorige eeuw: regionale en provinciale bedrijven, waarin de politiek het voor het zeggen had. Toen die elektriciteitsproducenten en de daaruit voortvloeiende industrie, kozen voor kernenergie zat de atoomlobby meteen in het centrum van de macht (voor een uitgebreide analyse daarvan, lees bijvoorbeeld: ‘Kernenergie in Nederland -een onderzoek naar machtstructuren’)

“Bij de uitbouw van kernenergie is er vanaf het begin een sterke verwevenheid geweest tussen de werkzaamheden van overheid en partikuliere ondernemingen. Om de nukleaire ontwikkelingen te bevorderen zijn onderzoekinstellingen en adviesorganen ingesteld. Naast bijdragen ter financiering van de onderzoekinstituten heeft de staat steun verleend in de vorm van marktbescherming, kredietgaranties en dergelijke aan de nationale kernindustrie.“

De belangen van overheid –politiek- en industrie raakten steeds meer verweven. Die verwevenheid is natuurlijk meer ter rechterzijde (‘de werkgevers’) dan ter linker zijde (‘de arbeiders’). Die verstrengeling tussen bedrijfsleven en politiek neemt af, maar is er –tegenwoordig meer in ideologie en traditie dan fysiek in dubbelrollen- nog steeds. Zo bleek dat hogere ambtenaren op verschillende ministeries de kabinetsbeslissing in 1994 om Borssele in 2004 te sluiten, actief saboteerden. Deze ‘reflex’ zien we overigens niet alleen bij kernenergie maar ook bij traditionele fossiele brandstoffen als kolen en gas.

Nieuwe ideeën en technologieën hebben het in een dergelijk klimaat moeilijk. Vanaf 1972 wordt er in de Kamer gepleit voor zon en wind als alternatief voor kern en kolen. Na decennia niet serieus genomen te zijn, lijkt daar pas de afgelopen 5 jaar een werkelijke kentering in te zijn gekomen. En dat is dan nog meer een politiek die de ontwikkelingen volgt dan één die de ontwikkelingen start.