'Nota inzake het in Nederland te verrichten onderzoek op het gebied van kernreactoren en hun toepassingen'

14 juli 1955

Minister Cals Meteen na het einde van de Tweede Wereldoorlog, waarin Nederland het vlak voor de oorlog gekochte uranium, verborgen hield, werden de structuren opgebouwd voor kernfysisch onderzoek. De overheid speelde geen sturende rol, het was een reactief beleid dat in hoge mate werd bepaald door wetenschappers. Het in 1946 opgerichte FOM (Fundamenteel Onderzoek der Materie) speelde een bepalende rol. FOM kreeg als belangrijkste doelstelling "het uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek op het gebied van de kernfysica met alle ten dienste staande middelen". In 1948 begint in Arnhem de KEMA (opgericht door de elektriciteitsproducenten) ook met onderzoek naar kernenergie. FOM dient in november 1950 een voorstel in met een drie fasenplan voor de ontwikkeling van kernenergie in Nederland. De toon is gezet: "Er kan weinig twijfel over bestaan dat de toepassing van kernenergie uiteindelijk een grote industriële omwenteling teweeg zal brengen". Hiervoor is een 'reactor centrum' nodig.

In juli 1955 bieden de ministers van OK&W (Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen), Cals, en Economische Zaken, Zijlstra, aan de Tweede Kamer de 'Nota inzake het in Nederland te verrichten onderzoek op het gebied van kernreactoren en hun toepassingen' aan. De nota gaat vrijwel uitsluitend over (de oprichting van) het Reactor Centrum Nederland. De eerste constatering is dat het zwaartepunt zich steeds meer zal bewegen van Onderwijs naar Economische Zaken en de minister van EZ zal dan ook als eerst verantwoordelijke optreden.

In het laatste deel van de nota ('VI, Uitvoering der plannen') staat: "De plannen, welke het uitgangspunt vormden bij de opzet van de samenwerking en welke in eerste instantie de bouw van de z.g. Nupop met een warmteproductie van 10 000 kW beoogden, zijn in belangrijke mate gewijzigd". Vervolgens wordt voor het eerst melding gemaakt van besprekingen met de VS over de bouw van een 'materials testing reactor' te komen. De RCN zal zich gaan richten op de Suspop, maar "de eerste fase van de Suspop-ontwikkeling zal door de RCN aan de KEMA worden toevertrouwd". De Suspop is de suspensiereactor die de KEMA al in ontwikkeling heeft.

In mei 1956 wordt beslist dat het RCN gebouwd zal gaan worden in de duinen bij Petten in Noord-Holland


Lees hier de nota Cals, Zijlstra (pdf, 4 bladzijden, 480KB)