'Nota inzake de kernenergie (Opwekking van elektriciteit door middel van kernenergie)'

3 juli 1957

Minister Zijlstra De 'Nota inzake de Kernenergie' wordt door de Minister van Economische Zaken in het kabinet Drees-IV, Zijlstra, naar de Staten-Generaal gestuurd. In de nota wordt verwacht dat het opgesteld elektrisch vermogen (dan 3180 MW) in 1975 zal zijn gegroeid tot 8650 MW, waarvan 3000 MW door kernenergie zal worden opgewekt. Waarna dan "de noodzakelijke uitbreidingen en vervangingen in 1975 geheel op basis van kernenergie zouden kunnen plaatsvinden".
De eerste 100 MW kernreactor zal, zo is de verwachting, al in 1962 in gebruik worden genomen (in Geertruidenberg zo wordt een week later meegedeeld).... Een jaar later zullen er dan al twee kerncentrales met een gezamenlijk vermogen van 300 MW tot stand moeten zijn gekomen.

Andere toepassingen van kernenergie worden in de Nota niet genoemd, en het lijkt dat met deze Nota het ministerie van EZ het terrein van de kernenergie voor de toekomst voor zich opeist. De Nota begint dan ook met "Nu de ontwikkeling van de kernenergie (…) zover is voortgeschreden dat uit de fase van voorbereidend onderzoek tot het stadium van praktische toepassing kan worden overgegaan..".

Er wordt aangekondigd dat er gewerkt wordt aan 'Atoomwetgeving'. Daarin zal "onder meer aandacht worden besteedt aan het belangrijke veiligheidsaspect alsmede aan de verplichtingen, voortvloeiende uit de door de Staat gesloten internationale overeenkomsten".

De minister deelt ook mee dat er ook "in West-Duitsland aan de ultra-centrifuge methode gewerkt wordt. Teneinde het onderzoek te versnellen hebben de RCN en de desbetreffende Duitse instelling met elkaar kontakt opgenomen omtrent een samenwerking op dit gebied, over de hoofdlijnen waarvan in beginsel reeds overeenstemming werd bereikt". Bijzonder is dat in november 1953, dus nog voor de 'Atoms for Peace' speech, waarbij de VS het monopolie op technologie ophief, Nederland al uranium had verrijkt. Weliswaar een minieme hoeveelheid (10 milligram) en niet via centrifuges, maar toch…

Het optimisme van de Nota is snel achterhaald: Na de Suez-crisis (1956) komt er een overvloed aan goedkope olie uit het Midden-Oosten, en er worden in Nederland grote gasvoorraden gevonden. Dit heeft tot gevolg dat de Nota pas jaren later in de Kamer wordt besproken, als de volgende Kernenergie Nota verschijnt, die meer een bijstelling van deze is.


Lees hier de hele nota (pdf, 31 bladzijden, 2.8MB)