'Energienota Deel III: Brandstofinzet centrales'

17 juli 1980

Minister Van Aardenne De nieuwe energie nota (Brandstofinzet centrales) van de regering Van Agt wordt gepubliceerd. Het is het derde deel van de Nota Energiebeleid (Deel I = uitgangspunten en besparingsprogramma uit sept. 1979; Deel II = Steenkool uit februari 1980). Het is het uitgangspunt voor de Brede Maatschappelijke Discussie (over kernenergie) die op 1 januari 1981 van start moet gaan. Het is ook de dikste tot nu toe: 459 bladzijden. In de nota wordt gesteld dat binnen twee jaar besloten moet worden tot de bouw van drie 1000 MW kerncentrales en dat er dan tot 2000 nog eens twee of drie gebouwd moeten gaan worden. Bij voorkeur moeten de eerste drie worden gebouwd bij de westelijke Noordoostpolderdijk (Urk) (2) en een in Borssele.

Over veiligheid zegt de Nota: "De conclusie van deze (Rasmussen) studie is dat het risico van kernenergie centrales -zelfs in aanmerking nemend de onnauwkeurigheid in de berekeningen van de kansen en de gevolgen van ongevallen - buitengewoon klein is wanneer dat wordt vergeleken met andere risico's waaraan de samenleving blootstaat of zichzelf bloot stelt". Over afvalopslag staat er: "De regering is van oordeel dat de methode voor het opbergen van radioactief afval in diepgelegen, stabiele geologische formaties zonder onaanvaardbare risico's voor de mens en zijn leefwereld in beginsel aanwezig is."

Een 'flodderstuk' wordt het genoemd, gebaseerd op archaïsche standpunten en Energienota 1980 uitgangspunten, "geen flauw benul van de breed uitgemeten bezwaren en kritieken op kernenergie, valse redeneringen, slechte argumenten en fantasieën voeren de boventoon" (Hervormd Nederland) NRC schrijft: "Zo barst en kraakt de Nota van alle kanten. En die moet dan de inzet zijn van de "brede maatschappelijke discussie"; een discussie over een nota die rammelt en waarover men kan discussiëren zoveel men maar wil".

Op 11 januari 1985, net na afloop van de BMD, die aantoonde dat er geen draagvlak is voor kernenergie en zeker niet voor meer kerncentrales, besluit het kabinet Lubbers-I tot de bouw van "minimaal 2 kerncentrales te bouwen met een minimale gezamenlijke capaciteit van 2500 MW". De mogelijkheid wordt open gehouden voor uitbreiding naar 4000 MW. De voorkeur gaat uit naar Borssele als eerste vestigingsplaats. Daarnaast worden vijf andere locaties genoemd: Noordoostpolder, Eemshaven, Maasvlakte, Moerdijk en Ketelmeer.


Lees hier de Energienota Van Aardenne (zoals gezegd is deze Nota 459 bladzijden. Hiervan hebben we de 'Samenvatting en conclusies' -29 blz- gedigitaliseerd, 1.4MB)