Stichting Laka

Publicatie Laka-bibliotheek:
Rapportage van onderzoek aan eigenschappen van de klei van Boom die relevant zijn bij de beschouwing van dit laagpakket voor opslag van kernafval (2011)

AuteurJ.Brugge, B.Vrouwe, Greenpeace
1-01-4-30-68.pdf
Datumjanuari 2011
Classificatie 1.01.4.30/68 (AFVAL - EINDBERGING: ZOUTKOEPELS & KLEI)
Voorkant

Uit de publicatie:

Management samenvatting

Stichting Greenpeace Nederland heeft T&A Survey B.V. op 16 november 2010 opdracht
verstrekt voor een geologische studie van de verspreiding en verticale ontwikkeling van de
Klei van Boom in de ondergrond van Nederland. De studie dient aan te geven waar deze
aardlaag op dieptes ligt en diktes heeft die beide voldoen aan gestelde randvoorwaarden voor
de opslag van kernafval. Tevens dienen, zo mogelijk, uitspraken te worden gedaan aangaande
de kwaliteit van de Klei van Boom en verdere condities die relevant zijn bij overwegingen om
dit laagpakket in delen van de Nederlandse ondergrond voor de opslag van radioactief afval te
kwalificeren of diskwalificeren.

Uitvoering van het onderzoek
Een inventarisatie is uitgevoerd van beschikbare gegevens over de Klei van Boom in de
ondergrond van Nederland. Naast gegevens betreffende de ruimtelijke eigenschappen van dit
laagpakket (primaire doelstelling), zijn tevens gegevens verzameld die de kwaliteit en
geologische condities van deze aardlaag in het verspreidingsgebied betreffen en relevant zijn
bij de beschouwing van deze laag voor de opslag van kernafval. Met het oog op dit laatste zijn
tevens gegevens over enkele niet-geologische condities verzameld.

Verwerking van de gegevens is primair uitgevoerd om vast te stellen waar de Klei van Boom
aanwezig is en waar het hier tevens voldoet aan navolgende randvoorwaarden:
 Diepte van de top van het laagpakket ligt op minstens 500 meter onder maaiveld;
 Dikte van het laagpakket bedraagt tenminste 100 meter.
Op basis van beschikbare gegevens is tevens aangegeven op welke wijze de homogeniteit en
waterdoorlatendheid van de kleilaag binnen het verspreidingsgebied varieert.
Verder zijn enkele geologische condities onderzocht en in kaart gebracht: direct contact van
de Klei van Boom met watervoerende aardlagen, verstoring van het pakket door
breukstructuren, risico van aardbevingen, effect van winning van delfstoffen en de
aanwezigheid van grote zoutstructuren.
Gegevens over enkele niet-geologische condities zijn in kaartvorm, als bijlagen aan de
resultaten van deze studie toegevoegd. Deze betreffen de verdeling van de bevolkings-
dichtheid in Nederland en de gebieden die als bijzonder natuurgebied gelden.

Conclusies van het onderzoek
Uit de evaluatie komt naar voren dat de Klei van Boom in vier gebieden binnen het
onderzoeksgebied aan de gestelde randvoorwaarden voor dikte en diepte voldoet.
 - I Gebied met NW-ZO oriëntatie over Noord-Brabant en westelijk Gelderland;
 - II N-Z gerekt gebied over centraal Gelderland;
 - III Gebied dat het zuidwesten van Friesland, delen van de Noordoostpolder en het
       IJsselmeer en de regio Enkhuizen in Noord-Holland beslaat;
 - IV Gebied in het noorden van Friesland en Groningen en aangrenzende delen van de
       Waddenzee.
Deze gebieden zijn afgebeeld in de figuur hieronder (en in bijlage 5).

Op basis van gegevens over de eigenschappen van de Klei van Boom, gemeten in de twee
onderzoekslocaties in het bereik van zuidelijk Nederland (Zeeland en noordelijk België),
wordt afgeleid dat de Klei van Boom in zuidelijk Nederland bestaat uit siltige klei (klei met
een iets grover-korrelige component) en dat het laagpakket hier is onder te verdelen in
meerdere lagen waarvan de waterdoorlatendheden verschillen. In noordelijke richting (dus:
van deelgebied I naar IV) is sprake van een geleidelijk meer homogene samenstelling van het
laagpakket en een hoger kleigehalte. In deze richting neemt daardoor de waterdoorlatendheid
af.
In het zuiden van Nederland worden de laagpakketten die direct onder en boven de Klei van
Boom liggen gekwalificeerd als watervoerende lagen. Deze begrenzende laagpakketten
worden in noordelijke richting (dus: van deelgebied I naar IV) geleidelijk kleiiger, waardoor
hun watervoerende capaciteit sterk afneemt.
In de regio Noord-Brabant (deelgebied I) is de Roerdal Slenk de locatie van een intensief en
nog altijd actief breukensysteem. Door verticale bewegingen langs breuken is de horizontale
continuïteit van de Klei van Boom verstoord en bestaat tevens de mogelijkheid dat het
laagpakket plaatselijk via een breuk ook zijdelings in contact staat met een watervoerende
aardlaag. Breuken op het niveau van de Klei van Boom zijn in de overige drie deelgebieden
niet/nauwelijks aanwezig.
In verband met het genoemde breukensysteem in de regio van deelgebied I, bestaat hier een
risico van (natuurlijke) aardbevingen. In de omgeving van deelgebied IV bestaat eveneens het
risico van aardbevingen; deze zijn hier echter gevolg zijn van de winning van aardgas.


Onderhavige studie presenteert resultaten van onderzoek aan de Klei van Boom.
Gepresenteerde resultaten betreffen eigenschappen en condities van dit laagpakket die mede
bepalen of dit pakket kan worden beschouwd voor de opslag van kernafval. Naast het feit dat
hier niet wordt beoogd om op basis van de gerapporteerde eigenschappen en condities
uitspraken te doen over ruimtelijk geduide (on)geschiktheid van de Klei van Boom voor een
dergelijk doel, is dit op basis van de beschikbare (/bestaande) gegevens momenteel zelfs niet
eens mogelijk. Elk initiatief van de daartoe bevoegde instantie om een gebied aan te wijzen
voor de gestelde toepassing dient daarom begeleid te gaan van de aankondiging en
specificatie van een uitgebreid onderzoek aan de Klei van Boom ter plaatse.