Stichting Laka

Publicatie Laka-bibliotheek:
de snelle kweekreactor Kalkar (1974)

AuteurSEP
Datumjuni 1974
Classificatie 2.01.8.10/20 (DUITSLAND - KALKAR - ALGEMEEN)
Voorkant

Uit de publicatie:

Wat is een snelle kweekreactor en waarom is die nodig?
Het Kalkarproject.

Het lot van Duitse grensplaatsjes schijnt te zijn dat ze pas bekend worden wanneer
Nederlanders er iets komen doen. Was dat eerder zo met Elten, nu is dat het geval 
met Kalkar, eens een Hanzestad, thans een aan de Rijn gelegen plaatsje in de buurt 
van Kleef, niet zo ver van Arnhem en Nijmegen verwijderd. Kalkar is bekend 
geworden omdat daar een kernenergiecentrale, de SNR 300, gebouwd wordt waarin 
niet een, zoals tot nu toe gebruikelijke zg. lichtwaterreactor voor de 
energieopwekking zorgt, maar een snelle kweekreactor. Eén van de redenen dat het 
project in Nederland zo'n grote belangstelling geniet wordt gevormd door het feit 
dat Nederland deelneemt aan de bouw van deze kernenergiecentrale samen met 
Duitsland en België-Luxemburg.
Nederland en België-Luxemburg nemen ieder voor 1.5 procent deel. Duitsland voor 
70 procent. Het plan om de centrale in Kalkar te bouwen is een Duits plan dat ook 
zonder de Nederlandse en Belgisch-Luxemburgse deelname zou zijn doorgegaan. 
Dat de Nederlandse regering, in 1966, op een Duits verzoek om in het project deel 
te nemen is ingegaan vond zijn reden in het feit dat het gewenst werd geacht dat de 
Nederlandse industrie in het project zou meedoen. Daardoor immers kan de industrie 
ervaring krijgen in het fabriceren van de voor de bouw van een dergelijke centrale 
benodigde componenten, waaraan zeer hoge kwaliteits- en fabricageeisen worden 
gesteld. Om die reden hebben de Nederlandse elektriciteitsbedrijven besloten 
eveneens deel te nemen in de bouw van de centrale en zich verplicht om t.z.t. een
gedeelte van de geproduceerde elektriciteit af te nemen. Bovendien waren en zijn 
de Nederlandse elektriciteitsbedrijven van mening dat het goed is om vanaf den 
beginne bij de ontwikkeling van mogelijke (elektrische) energiebronnen
betrokken te zijn. Zodoende kan de kennis opgedaan worden die nodig is om 
eventuele toepassingsmogelijkheden voor de praktijk op de juiste wijze zelf te 
kunnen beoordelen. In het verleden is op precies dezelfde wijze gehandeld bij de 
invoering van de lichtwaterreactor voor de elektriciteitsopwekking. En met 
duidelijk gunstig resultaat.

Ook Nederlandse onderzoekinstituten als het Reactor Centrum Nederland (RCN) en 
TNO nemen voor 15 procent deel aan het wetenschappelijk onderzoek dat voor de
realisering van het project nodig is. Ook industrieel bestaat een internationale 
samenwerking; in een daartoe opgerichte Naamloze Vennootschap is Duitsland 
voor 70 procent vertegenwoordigd, terwijl Nederland en België- Luxemburg ieder 
voor 15 procent deelnemen.

Deze publicatie is alleen op papier bij Laka beschikbaar, niet als pdf.
Publicaties zijn te leen of informeer of we een kopie kunnen maken. Soms, als we tijd hebben, lukt dat tegen kostprijs van de kopieën.