Stichting Laka

Publicatie Laka-bibliotheek:
Kerncentrales en volksgezondheid I (1975)

AuteurGezondheidsraad
6-01-3-20-03.pdf
Datumseptember 1975
Classificatie 6.01.3.20/03 (VEILIGHEID - REACTOREN - DRUK- EN KOKENDWATER)
Opmerking Zie Kamerstuk 13 122, nr. 11, p. 22.
Voorkant

Uit de publicatie:

            1. Inleiding

                 De toepassing van kernenergie voor de elektriciteitsproduktie is reeds ge-
            ruime tijd geleden in Nederland geïntroduceerd. Er zijn thans in Nederland
            twee kerncentrales in bedrijf, namelijk de centrale in Dodewaard, een ko-
            kendwaterreactor van ongeveer 50 MWe en de centrale te Borssele, een druk-
            waterreactor van ongeveer 450 MWe. In de Energienota van september
            1974 worden plannen ontvouwd om in de komende tien jaar nog drie centra-
            les, elk van 100 MWe, te installeren. Deze zullen worden gebaseerd op
            lichtwaterreactoren van één of beide der bovengenoemde typen. De uitvoe-
            ring van deze plannen wordt in de Energienota onder andere afhankelijk
            gesteld van het advies van de Gezondheidsraad over de mogelijke invloed
             hiervan op volksgezondheiden milieu.
                 De behoefte aan een dergelijk advies komt voort uit het besef dat de intro-
             ductie van kernenergie in de hedendaagse samenleving bepaalde risico's
             met zich meebrengt. De productie van kernenergie onderscheidt zich name-
             lijk van andere industriële processen door de vorming van sterk radioactieve
             afval- en bijprodukten, die bij verspreiding een gevaar voor volksgezondheid
             en milieu kunnen opleveren vanwege de straling die zij uitzenden.
                 Voor het berekenen van de consequenties van de toepassing van kern-
             energie zijn theoretisch modellen beschikbaar. Al zijn deze modellen nog on-
             volmaakt, zij vormen in ieder geval een basis voor de berekening van de ge-
             volgen voor de volksgezondheid, een basis die voor andere vormen van in-
             dustriële activiteit en met name voor de conventionele elektriciteitsproduk-
             tie niet of nauwelijks beschikbaar is. Naar de mening van de Commissie mag
             haar analyse van de risico's van kernenergie er niet toe leiden dat, alléén
             omdat er geen risico-analyse voor is uitgevoerd, ander industriële activitei-
             ten veiliger worden geacht.
                 De voornaamste risico's voor volksgezondheiden milieu die moeten wor-
             den overwogen, zijn de volgende.
                 a. Blootstelling van de bevolking aan straling uit de nucleaire installatie
              zelf of aan straling afkomstig van de geloosde afvalstoffen, hetgeen late li-
              chamelijke en erfelijke effecten teweeg zou kunnen brengen. (Onder nucleaire
              installaties worden hier niet alleen kerncentrales verstaan, doch ook de in-
              stallatiesdiein andere fasen van de splijtstofcyclus worden gebruikt.)
                  b. Bestraling van flora en fauna in de omgeving van de nucleaire installaties.
                  c. Langdurig opslaan of opbergen van de radioactieve (en ten dele zeer
               lang levende) afvalprodukten.
                  d. Verspreiding van radioactieve gassen en deeltjes bij een ernstig onge-
               val in een nucleaire installatie, hetzij voortkomend uit technische storingen,
               hetzij teweeggebracht door sabotagedaden.
                  e. Misbruik van splijtbaar materiaal zoals plutonium, dat in de kernreacto-
               ren wordt gevormd en in opwerkingsbedrijven wordt afgescheiden.

               Thermische effecten op het millieu worden in dit rapport niet in de be-
             schouwing betrokken. Ook de bestraling van het personeel in nucleaire in-
             stallaties valt buiten het bestek van dit rapport.