Publicatie Laka-bibliotheek:
Scheiding en transmutatie als mogelijke aanvulling op geologische berging voor een veilig langetermijnbeheer van hoogactief en langlevend radioactief afval

AuteurSCKCEN, NIRAS, Walle, Demarche
6-01-5-56-26.pdf
Datumaugustus 2019
Classificatie 6.01.5.56/26 (AFVAL - ACTINIDEN (-TRANSMUTATIE/VERBRANDEN))
Voorkant

Uit de publicatie:

Samenvatting
  Meer dan veertig jaar onderzoek door NIRAS en het SCK•CEN heeft aangetoond dat geologische
  berging van langlevend en hoogradioactief afval (met inbegrip van verbruikte splijtstof indien deze
  aangegeven wordt als afval) in weinig verharde klei een veilige en haalbare oplossing voor het
  langetermijnbeheer zou zijn. In de verwachte evolutie van het bergingssysteem zouden enkel de
  langlevende radionucliden de biosfeer kunnen bereiken. Aangezien de diffusie van radionucliden
  door de geologische barrière een zeer traag proces is, zou zelfs het vrijkomen van de meest mobiele
  van deze langlevende radionucliden, i.e. de activatie- en splijtingsproducten, gespreid worden over
  een lange tijdsperiode, waardoor de blootstelling aan straling van mens en milieu aanzienlijk lager
  blijft dan de wettelijke grenswaarden. De actiniden, die in het bijzonder weinig mobiel zijn, zouden
  slechts verwaarloosbaar bijdragen tot de dosis; deze wordt door de langlevende activatie- en
  splijtingsproducten gedomineerd. In geval van een intrusiescenario, dat overeenkomt met de
  onwaarschijnlijke gebeurtenis van menselijk binnendringen in de bergingsinrichting na het sluiten
  ervan, wordt de blootstelling bepaald door de radiotoxiciteit van het afval. Voor een bepaalde
  gastformatie wordt de voetafdruk van de bergingsinrichting voornamelijk bepaald door de
  uiteindelijke volumes en de thermische output van het geborgen afval.

  Scheiding en Conditionering (PW, Partitioning and Conditioning) en Scheiding en Transmutatie (P&T,
  Partitioning and Transmutation) van verbruikte splijtstof kunnen voordelen opleveren voor de
  geologische berging doordat de radiotoxiciteit enlof de thermische output van de verbruikte
  splijtstof wordt verminderd. Deze technieken worden vandaag de dag niet beschouwd als praktisch
  toepasbaar op afval dat al geconditioneerd is (bijvoorbeeld verglaasd of gebitumineerd afval).

  Het MYRRHA-project van het SCK•CEN, dat de Belgische regering heeft besloten te ondersteunen, zal
  een proefinstallatie zijn om de haalbaarheid van transmutatie (voornamelijk van lagere actiniden)
  door een versnelleraangedreven systeem (ADS, Accelerator Driven System) te onderzoeken. In
  combinatie met geavanceerde opwerking en het hergebruik van plutonium, bij voorkeur in
  toekomstige reactoren (snelleneutronensystemen), kan een splijtstofcyclus met een ADS-systeem
  voordelen opleveren voor de geologische berging, zowel door de radiotoxiciteit van het te bergen
  afval te verminderen als door de vereiste voetafdruk van een bergingsinrichting te verkleinen. Deze
  snelle neutronen reactoren zijn niet gepland in het huidige Belgische energiebeleid.

  De mogelijke toepassing van geavanceerde splijtstofcycli in de toekomst neemt echter niet weg dat
  er een langetermijnoplossing (tot honderdduizenden jaren - wegens de aanwezigheid van
  langlevende splijtingsproducten) nodig is voor het veilige beheer van het afval dat geproduceerd
  wordt door de geavanceerde splijtstofcyclus, alsook van het reeds.geproduceerde hoogactieve afval
  en het laag- en middelactieve langlevende afval. Een dergelijke veilige beheeroplossing kan worden
  geboden door geologische berging.

  NIRAS en het SCK•CEN werken al tientallen jaren nauw samen om de veiligheid en haalbaarheid van
  geologische berging aan te tonen en zullen dat ook in de toekomst blijven doen.

  Vanuit hun respectieve wettelijke opdrachten zullen NIRAS en het SCK•CEN blijven samenwerken
  rond de ontwikkeling van een duurzame afvalbeheerstrategie voor het Belgische hoogactieve en
  langlevende afval, rekening houdend met nieuwe benaderingen die de implementatie ervan kunnen
  bevorderen.

  Deze Scientific Position Paper is gerealiseerd in kader van de communicatieopdracht van NIRAS en
  SCK•CEN.