Publicatie Laka-bibliotheek:
Studie kenmerken van bovengrondse constructie van een opbergmijn voor radioaktief afval in de Noordzee (1982)
| Auteur | ECN |
![]() | - |
| Datum | mei 1982 |
| Classificatie | 6.01.5.59/01 (AFVAL - REST 'OPLOSSINGEN') |
| Voorkant |
|
Uit de publicatie:
Binnen het kader van de NORA studie heeft het ECN opdracht verstrekt aan RSV. Proces en Energie B.V./Hydronamic B.V. (contract 92106, december 1981) voor het uitvoeren van een vergelijkende studie betreffende de haalbaarheid, kosten en veiligheidsaspecten van het aanleggen en bedrijven van een opbergmijn ten behoeve van radioactief afval vanuit een con- structie boven een Noordzeekoepel. Deze samenvatting geeft een beknopt· overzicht van de studie, haar resultaten en aanbevelingen. De volledige studie naar de kenmerken van de bovengrondse constructie is vastgelegd in drie rapporten: deel A - Samenvattende Nota, deel B - Randvoorwaarden, deel C - Concepten en Selectie. Mei 1982 Voor het onderzoeken van de haalbaarheid en de veiligheid van het opbergen van radioactief afval in een zoutformatie onder de Noordzee is een vergelijkende studie uitgevoerd naar de kenmerken van de daartoe noodzakelijke faciliteiten op zee. Het aanleggen en bedrijven van een opbergmijn in zee is een complex probleem met vele nieuwe aspecten. Het karakter van de uitgevoerde studie is in grote mate kwalitatief-concipiërend. Daarbij is, naast het vormgeven van de buitengaatse voorzieningen, veel aandacht besteedaanhet vormen van een integraal beeld omtrent de gang van het radioactief afval vanaf de productiebron tot en met de definitieve opberging. Teneinde de voorwaarden voor de bovengrondse constructie op zee te kunnen formuleren is tevens aandacht besteed aan het karakter en de omvang van de afval-stromen. Bovendien zijn mijnbouwkundige aspecten onderzocht. In deze studie wordt geen oordeel gegeven omtrent deze randvoorwaarden. Het resultaat van de studie is de beschrijving van de kenmerken van een volledige concept-opbergfaciliteit die als haalbaar en veilig wordt beoordeeld. Op grond van die beschrijving kaneen voorontwerp gemaakt worden, waarmee de haalbaarheid kan worden aangètoond, de veiligheid kan worden gekwantificeerd en kosten kunnen worden begroot. De voorlopige conclusie is, dat er geen wezenlijk verschil qua haal- baarheld en veiligheid is tussen een opbergmijn op zee en een opberg- mijn op land. Voor een kostenvergelijking zijn nog onvoldoende gegevens beschikbaar. De bovengrondse constructie is een kunstmatig eiland met haven- faciliteiten. Het platform-concept wordt YOor de bedrijfsfase afgewezen, in hoofdzaak vanwege onvoldoende veiligheid met betrekking tot de regelmatige aanvoer van het afval op het platform. Omtrent de studie en haar resultaten zijn drie rapporten uitgèbracht, in mei 1982, onder de titel : "Studie naar de kenmerken van de bovengrondse constructie van een opbergmijn voor radioactief afval in de Noordzee", deel A: Samenvattende nota, deel B: Randvoorwaarden, deel C: Concepten en selectie. De rapporten zijn aangeboden aan de Stichting Energieonderzoek Centrum Nederland, ECN, en opgesteld door RSV Proces en Energie B.V./Hydronamic B.V.
Deze publicatie is digitaal beschikbaar in de Laka-biblitoheek maar de pdf staat niet online.
Mail ons (info@laka.org) als u de pdf toegestuurd wilt krijgen (met onderwerp, volgnummer en titel). U kunt natuurlijk ook langskomen.
