02 november, 2002, verschenen in Ravage.

Ziek van de oorlog

De gezondheidsklachten van de Balkan- en Golfoorlogveteranen zijn begin vorig jaar uitvoerig in de media gekomen. Uit alle landen die troepen naar de Golfregio en de Balkan hadden gestuurd kwamen alarmerende berichten over zieke en overleden veteranen. Ook bij de burgerbevolking in Irak en op de Balkan werden in oorlogszones meer kankergevallen en andere ziektes vastgesteld, die normaal zeldzaam zijn. De veteranen kregen te horen dat hun probleem “tussen de oren” zat. Dat verhaal echoot bijna twaalf jaar na de Golfoorlog nog altijd na in de media. Maar is die verklaring wel juist?

De Vlaamse freelance journaliste Marleen Teugels (Knack, De Morgen) liet het er niet bij zitten en voerde een diepgaand onderzoek uit. Het getuigt van moed om zo’n project te beginnen. Schrijven over de medische gevolgen van ‘de nieuwe oorlogen’ is immers een hachelijke onderneming. Er zijn zoveel factoren bij betrokken dat je over veel expertise moet beschikken om door de bomen het bos te kunnen blijven zien. Marleen Teugels is hier met haar boek “Met stille trom - De naweeën van de nieuwe oorlog” ruimschoots in geslaagd. Aan de hand van haar gesprekken met talrijke betrokkenen, waaronder veteranen, militaire autoriteiten, politici,  traditionele en onafhankelijke wetenschappers en onderzoekers uit de wereld van de vredes- en milieubeweging, maakt ze inzichtelijk dat het onderzoek naar de syndromen op het verkeerde spoor zit.

De zoektocht van Teugels naar de waarheid over het Balkan- en Golfsyndroom rekent grondig af met de nog altijd wijdverspreide opvatting dat de gezondheidsklachten van de veteranen louter te wijten zijn aan stress. Ook de ervaringen en problemen van de slachtoffers van de Bijlmerramp - die vrijwel identiek zijn aan die van de veteranen – betrekt ze bij haar onderzoek. Gaandeweg wordt het Teugels duidelijk dat de zieke veteranen en slachtoffers van de Bijlmerramp nauwelijks te maken hebben met het zgn. posttraumatisch stress-syndroom (PTTS). De gezondheidklachten van de veteranen houden verband met blootstelling aan giftige stoffen en de pillen en vaccins die de militairen tegen chemische en biologische wapens moesten beschermen.

Het heeft er alle schijn van dat PTTS van meet af aan - na de Golfoorlog van 1991 - bewust is gebruikt als ‘de verklaring’ van de gezondheidsklachten onder Golfoorlogveteranen, en later de Balkanveteranen, om de aandacht voor verarmd uranium, gifgassen en andere factoren zoveel mogelijk buiten beschouwing te laten. Al vrij snel na terugkomst van de Amerikaanse troepen uit de Golfregio vonden legerartsen sporen van chemische en biologische strijdmiddelen bij zieke veteranen. Het Pentagon bleef  de feiten ontkennen. Pas op 21 juni 1996 gaf het Pentagon toe dat 400 eigen manschappen ‘vermoedelijk aan Iraaks zenuwgas zijn blootgesteld’. Dit gebeurde toen in maart 1991 Amerikaanse genietroepen de munitiebunkers in Khamisiyah tot ontploffing brachten, waarna de rookpluimen in de richting van onbeschermde troepen dreven. In de maanden na deze bekendmaking bleef het aantal blootgestelde militairen groeien tot 98.800 man op 24 juni 1997. In datzelfde jaar werd een studie uit 1990 van het Amerikaanse leger vrijgegeven, waarin – drie maanden voor het begin van de Golfoorlog – wordt voorspeld dat door het bombarderen van Iraakse chemische wapenfabrieken dodelijke stoffen de Amerikaanse manschappen konden bereiken. Het verspreidingsgebied van de strijdmiddelen in dit rapport was tien keer groter dan wat in de studies van het Pentagon en de CIA werd gehanteerd.
Een soortgelijke tactiek werd gevolgd bij de blootstelling van troepen aan verarmd uranium. In de jaren na de Golfoorlog (1991) werd steevast ontkend dat er soldaten waren blootgesteld aan verarmd uranium. Pas in januari 1998 werd toegegeven dat er duizenden soldaten aan verarmd uranium zijn blootgesteld, waaraan direct werd toegevoegd dat hier niemand ziek van is geworden. Inmiddels was toen al decennia lang bekend dat in tal van documenten van het Amerikaanse leger van voor de Golfoorlog een oorzakelijk verband wordt gelegd tussen militair gebruik van verarmd uranium en de gezondheidsrisico’s die daaruit voortvloeien. Hoewel het verband tussen interne besmetting met verarmd uranium en gezondheidsproblemen nog niet is bewezen, wijzen onderzoeken van onafhankelijke wetenschappers anders uit. Volgens hen zijn de risicomodellen van de Internationale Commissie voor Stralingsbescherming (ICRP) voor interne radioactieve besmetting hopeloos verouderd en aan dringend aan herziening toe.

Golfoorlogveteraan Doug Rokke, belast met het ontsmetten van radioactief besmet materieel,  schrijft aan Marleen Teugels: “Verwarring scheppen, liegen, verdelen en heersen, polemieken uitlokken, voeding geven aan valse informatie, wraak nemen tegen iedereen die geheimen verklapt, ontkennen, informatie achterhouden, informatie vernietigen, ontkennen dat informatie bestaat. Dat doet het ministerie van defensie. Ik weet het, want ik heb eraan meegewerkt, toen ik meedraaide in het systeem. [..]  Er wordt actief voor gezorgd dat vitale informatie niet doorstroomt. Het aantal overleden veteranen? Dit soort informatie wordt achtergehouden. Dat is ‘classified’. Volgens mijn informatie zijn er al minstens 15.000 dood. Waarom zijn er zoveel veteranen gestorven en ziek? Dat is heel eenvoudig: in het heetst van de strijd, als het erop aankomt de vijand te verslaan, gelden geen veiligheidsnormen. Hier gebeurt blootstelling aan nucleaire, chemische en biologische stoffen gelijktijdig en ongecontroleerd. Vandaar al die ontkenningen, de weigering om veteranen medische hulp te geven, de cover-up.”

Uit de verhalen van de Belgische veteranen blijkt dat het Belgische leger (in VN- en NAVO-verband) dezelfde doctrine hanteert als het Amerikaanse leger. Zonder enige bescherming zijn ze moedwillig blootgesteld aan schadelijke stoffen. Woordvoerders van het Belgische leger proberen Marleen voortdurend wijs te maken dat ze niet op de hoogte waren van de risico’s die de Belgische blauwhelmen liepen. Maar er is een overdaad aan bewijsmateriaal die deze verklaring ontkracht. Kolonel Vilet schreef haar dat in 1994 (tijdens de oorlog in Bosnië) de problematiek van verarmd uranium nog niet bestond.  Charles Gérard, een gepensioneerd medewerker van de Belgische militaire inlichtingendienst SGR stelt: “Iedereen wist het, de hele legertop! Ik was in die tijd als Belgian National Representative gedetacheerd door de SGR bij het pas opgerichte Joint Analysis Center (JAC) in Molesworth, Groot Brittannië, en ik kan u bevestigen: ze waren allemaal op de hoogte dat de Amerikanen vanuit hun A10-vliegtuigen munitie met verarmd uranium hebben gebruikt. Ik heb informatie hierover zelf doorgestuurd. Maar wat hebben ze er mee aangevangen? Alle militaire en politieke autoriteiten van de NAVO waren trouwens perfect op de hoogte dat er aan het gebruik van verarmd uranium risico’s zijn verbonden, maar ze hebben die geminimaliseerd.” Hij verklaart ook dat de top van de Verenigde Staten al in november 1993 genoeg bewijzen in handen had om te stellen dat Bosnië aan de rand van een chemische oorlog stond. Uit verklaringen van veteranen valt op te maken dat er inderdaad gifgassen werden gebruikt in de zomer van 1994. Daar waren ze totaal niet op voorbereid.

Vergelijkbaar met de gezondheidsklachten van de veteranen zijn in Nederland de hypotheses van het posttraumatisch stress-syndroom en van de massahysterie populair als verklaring voor de gezondheidsklachten als gevolg van de Bijlmerramp. Psychologe Elke van Hoof (Vrije Universiteit Brussel) onderkent dat stress een rol kan spelen, maar wijst erop dat een psychologisch èn lichamelijk onderzoek van de hele Bijlmerpopulatie noodzakelijk is. Elke van Hoof: “Het is van het grootste belang uit te maken bij hoeveel procent van de Bijlmerbewoners de problemen lichamelijk zijn. Zo lang je dat niet weet, kan je die mensen geen adequate hulp geven en sukkelen ze verder achteruit. [..] Nu had de Nederlandse overheid een commissie opgericht die goede initiatieven heeft genomen. Er is een grootscheeps onderzoek opgezet, maar dat hebben ze weer afgeblazen. Het was onder meer de bedoeling na te kijken of er in de Bijlmer méér mensen ziek werden, maar de controle groep bestond uit mensen die dicht bij de Bijlmer wonen. De voornaamste doelstelling van het onderzoek was de onrust bij de Bijlmerbewoners weg te nemen. De onrust bij de bewoners is er echter alleen maar groter op geworden, onder meer omdat ze de bewoners niet bij het onderzoeksprotocol hebben betrokken.”

Zo zijn er talrijke parallellen te vinden tussen de ervaringen van de Bijlmerbewoners en de veteranen. Ze voelen zich niet serieus genomen en in de steek gelaten. Voor aanvang van hun missie waren de blauwhelmen vol vertrouwen. Ze dachten als ‘neutrale vredeshandhavers’ een goede zaak te dienen, maar kwamen bedrogen uit. Achter de schermen namen ze absurde zaken waar, die niet passen in het beeld van de gebeurtenissen op het  televisiescherm. Anonieme veteranen delen Marleen in diverse gesprekken mee: “Ik wil mijn zending als blauwhelm liever zo snel mogelijk vergeten. In die frusterende periode heb ik een totaal andere kijk gekregen op de VN als organisatie. Ik hou alleen vragen over. Zo zagen we in een kazerne van het Kroatische leger aan de rand van Osijek hypermoderne tanks van Duitse makelij. Tijdens die zending gebeurde er tal van vreemde dingen. We vernamen dat een colonne voertuigen van het Servische leger, geladen met houwitsermunitie [veldgeschut] zomaar, zonder controle, toegang kregen tot onze sector. Niemand weet wat er nadien mee is gebeurd. In een van de burgerbedrijven waar we mee samenwerkten, stonden plots ook drie zware tanks, vermoedelijk voor herstel, terwijl in het zwart geklede, gemaskerde Arkantijgers in het gebouw aanwezig waren. Hoe die tanks daar ongemerkt konden komen was voor iedereen een raadsel.”
(…)De Duitsers wilden hun vroegere invloedssfeer in de Balkan terug. De hulp aan de Kroaten ging veel verder dan wapenleveringen. Aan het Kroatisch commando werden op verschillende niveaus in de hiërarchie gepensioneerde Amerikaanse en Duitse militairen als experts toegevoegd. Dat waren mensen van MPRI, een Amerikaans huurlingenbedrijf dat trouwens ook moslimsstrijders heeft gecoacht. (…)De medewerkers van mpri hebben de Kroaten actief gecoacht. Het waren vooral voormalige Amerikaanse topmilitairen. Achter de schermen kreeg ook het door moslims aangevoerde Bosnische leger Amerikaanse steun. Het conflict had alles te maken met de nakende oprichting van het Europese leger. Begin jaren ’90 waren de Amerikanen er als de dood voor. De navo werd een overbodig militair instituut. De campagne in Kosovo moest de NAVO een nieuwe bestaansreden geven. De ultieme doelstelling was het creëren van een groot-Albanië. De Amerikanen verkozen dat boven een groot Joegoslavië.

Dat er in het boek veel anonieme veteranen aan het woord komen, zou als een zwak punt kunnen worden aangemerkt. Maar door de manier waarop de zieke veteranen worden geïntimideerd is dat bepaald begrijpelijk. Van Amerikaanse en Britse Golfoorlogveteranen, maar ook wetenschappers en onderzoeksjournalisten, die hun nek uitsteken is al langer bekend dat ze regelmatig te maken hebben met serieuze intimidaties en bedreigingen. Teugels gaat hier uitvoerig op in en beschrijft dat deze methodes ook in Frankrijk en België worden toegepast, en dat er zelfs een speciale afdeling van de militaire inlichtingendienst mee is belast. Pottenkijkers worden niet op prijs gesteld.

Ondanks pleidooien van de Amerikaanse Algemene Rekenkamer (GAO, 1993) en diverse onderzoekscommissies - onder leiding van de Amerikaanse senator Donald Riegle (1994)  en een commissie in het Huis van Afgevaardigden (1997) - voor een onafhankelijk (medisch) onderzoek onder veteranen, zijn we anno 2002 nog geen stap verder. Het medisch onderzoek is nog altijd in handen van het Amerikaanse leger. Geen zinnig mens zou er ook maar enigszins over piekeren om de bouwwereld de bouwfraude te laten onderzoeken. Maar de legers van de NAVO-landen doen dat zelf wel en er is geen haan die er naar kraait. En de getroffen burgers kunnen rekenen op geen enkele steun, ondanks herhaalde oproepen daarvoor van zeer bezorgde artsen en medisch specialisten in Irak en het voormalige Joegoslavië.

Een lichtpuntje is dat uit gesprekken van Marleen Teugels met Amerikaanse wetenschappers blijkt dat daar de relatie tussen schadelijke stoffen en de gezondheidsklachten van veteranen steeds breder wordt erkend. Meer en meer wetenschappelijk onderzoek bewijst de verbanden.  Specialisten zien verrassende overeenkomsten tussen de klachten van mensen met het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS), in Nederland beter bekend onder de benaming ME (myalgische encefalomyelitis). De ME-achtige klachten van de Golfoorlogveteranen werden inmiddels bij wet erkend en Golfoorlogveteranen met 2 of meer dergelijke klachten hebben recht op compensatie.

“Met stille trom” is een boek dat allesbehalve luchtig is, maar toch leest als een trein. In Vlaanderen werd het boek goed ontvangen, breed gerecenseerd en goed verkocht. Nu Nederland nog.

Met stille trom - De naweeën van de nieuwe oorlog.
Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar. Amsterdam – Antwerpen.
349 blz.  19,95 euro

Henk van der Keur
Stichting Laka
november 2002
 

 terug naar boven