Discussie opslag kernafval vergt nieuwe opzet en einde kernenergie

Tot voor kort gingen plannen voor opslag van kernafval volgens een vast patroon: de overheid en de kernindustrie besloten het kernafval ergens op te slaan en vervolgens maakte men de locaties bekend. Dit leidde tot veel weerstand. Daarom wordt nu internationaal gedacht aan manieren om de bevolking bij de opslagplannen te betrekken. Dit zal alleen maar slagen als de discussie geleid wordt door een onafhankelijke commissie en ook het gebruik van kernenergie op de agenda staat.

Dat zijn enkele conclusies uit het rapport "Discussions on Nuclear Waste. A survey on public participation, decisionmaking and discussions in eight countries" dat Herman Damveld (zelfstandig onderzoeker en publicist) en Robert Jan van den Berg (Stichting Laka) in opdracht van de door de regering ingestelde Commissie Opberging Radioactief Afval (CORA) hebben geschreven. De CORA studeert op opslag van kernafval ondergronds (zoutkoepels of kleilagen) of bovengronds gedu-rende bijvoorbeeld 300 jaar. De CORA zal over een half jaar met een voorstel komen voor de verdere gang van zaken.

In Zwitserland, Duitsland, België, Engeland en Spanje treffen we tot op heden de traditionele methode van besluitvorming aan van "besluiten, aankondigen en verdedigen". Een voorbeeld hiervan is de opslag in de zoutkoepel te Gorleben. De zoutkoepel werd in 1977 uitgekozen, het besluit aangekondigd en vervolgens werd het besluit verdedigd. Dat gaf vanaf het begin meningsverschillen, die doorwerken in het regerings-programma van de huidige regering voor een moratorium op het onderzoek te Gorleben. Het traditionele beleid heeft niet tot maatschappelijke aanvaarding geleid. De trend is dan ook dat veel landen zoeken naar een andere benadering.

Kernenergie is een belangrijke bron van kernafval. Daarom ligt het voor de hand dat kernenergie een rol zal spelen in elke discussie over opslag van kernafval. In vele landen stellen milieuorganisaties dat stoppen met kern-energie, hetzij meteen of binnen afzienbare tijd, een noodzakelijke voorwaarde is voor een discussie over wat er moet gebeuren met het kernafval dat onvermijdelijk geproduceerd is. In Groot-Brittannië heeft een zogeheten consensus-conferentie plaatsgevonden over kernafval, waarbij het burgerpanel de aanbeveling deed kernenergie niet uit te breiden. In Duitsland noemde milieuminister Jürgen Trittin het einde van kernenergie een voorwaarde voor een maatschappelijk draagvlak van een oplossing van het kernafvalprobleem. Ook in Canada speelde kernenergie een rol in de kernafval-discussie.

In Canada werd de discussie over kernafval geleid door een onafhankelijke commissie, die los stond van de belangen van de kernindustrie of milieuorganisaties. Dit wekte zoveel vertrouwen dat veel groeperingen mee wilden doen. Canada is het enige land waar het gelukt is een discussie van een dergelijke omvang te organiseren. De regering heeft de uitvoering van de nieuwe discussie voor het beleid echter in handen gegeven van de kernindustrie. Dat leverde meteen protesten op van milieu-organisaties, omdat de onafhankelijkheid op deze manier verloren gaat.