NSS, Iran en proliferatie ‘track-record’ Nederland

In maart is in Den Haag de Nuclear Security Summit. Nederland heeft niet bepaald een goede geschiedenis als het om proliferatie gaat, relatief gezien misschien nog wel, want veel landen doe het nog veel slechter, maar toch…. Timmermans mag nog zo hoog opgeven van de Nederlandse inzet, tot zeer recent was die inzet vooral gericht op het blijven gebruiken van proliferatie-gevoelige materialen en technologie.
We kennen natuurlijk allemaal de affaires in de jaren 70/80 rond de levering van reactorvaten aan apartheidstaat Zuid-Afrika (nog in 1989 komt Minister van BuZa Van den Broek met een voorstel de nucleaire sancties tegen Zuid-Afrika te versoepelen), de levering van verrijkt uranium aan militaire dictatuur Brazilië en het niets in de weg leggen van Khan bij de diefstal van verrijkingstechnologie.
In latere jaren gaat het vooral om hoog-en laagverrijkt uranium. In het dit weekend afgesproken akkoord met Iran is afgesproken dat Iran uranium mag verrijken tot 5 %. Dus geen 19,75% meer zoals ze dat tot nu toe deden voor gebruik in onderzoeksreactoren en de productie van medische isotopen. Vaak ten onrechte (ook meermalen door onze vorige minister van EZ, Verhagen) werd en wordt dit hoogverrijkt uranium genoemd. Maar tot 19,75% (20% in de volksmond) is het laagverrijkt uranium, daarboven hoogverrijkt en vanaf ongeveer 85% heet het weapons-grade (beetje verhullend, want ook lager-verrijkt uranium –in theorie zelfs 20% of iets minder- kan gebruikt worden voor een kernwapen). Met de verrijkingsgraad wordt het percentage splijtbaar uranium-235 (of U233, maar dat wordt ingewikkeld) bedoelt.

Een percentage van 19,75 verijkt uranium is wat nog steeds als brandstof gebruikt wordt in de HFR. Een jaar af tien geleden, na enorme druk –en allerlei dreigingen van de VS- werd overgeschakeld van hoog- naar laagverrijkte uranium (lees 19,75%) brandstof. Maar de targets waar de medische isotopen mee gemaakt worden bevatten nog wel steeds hoogverrijkt uranium (90%). Wel belangrijk om te vermelden is dat bij laagverrijkt uranium meer plutonium ontstaat dan bij hoogverrijkt uranium. En plutonium is, naast verrijkt uranium – een belangrijke grondstof voor kernwapens. Een "duivels-dilemma" wordt dat wel eens genoemd.

Op de vorige NSS (Seoul, 2012) heeft Nederland, opnieuw onwillig, en opnieuw alleen maar na sterke druk, toegezegd dat ze zullen werken aan conversie naar laagverrijkte targets (dat wil zeggen 19,75%: dus het percentage dat Iran niet mag) in 2015.

We zullen de komende tijd en ook tijdens de NSS aandacht besteden aan verrijking als proliferatie-gevaar. We vinden dat niet hoog- of laagverrijkt uranium het probleem is, maar de technologie om uranium te verrijken.