Doelmatigheid Kernenergiewet en publieke financiering onderzocht

verstandig_met_energie-078Op de laatste dag van 2014 uitgebracht: Beleidsdoorlichting Energiebeleid 2007-2012 door SEO Economisch Onderzoek in opdracht van het ministerie van Economische Zaken. Een (klein) deel van de 330 pagina’s gaat over kernenergie. Onderzocht zijn o.a. de doelmatigheid van de Kernenergiewet en van de publieke financiering van nucleair onderzoek. Over de Kernenergiewet (Kew) is men niet zeer te spreken. Men stelt weliswaar dat het “stelsel van partijen en verplichtingen zoals dat door de wetgever is ontworpen”, op papier sluitend is, maar signaleert: “Tegelijkertijd moet echter opgemerkt worden dat de Kernenergiewet dusdanig complex en ondoorzichtig is dat er moeilijk mee te werken is. De complexiteit vermindert met andere woorden de doelmatigheid van de wet.” (blz 36). Aan het einde van het rapport (blz 289) is de conclusie nog harder: “Het gebrek aan toegankelijkheid zou bovendien voor burgers en belangenorganisaties een hindernis zijn om kennis te nemen van de geldende regels in het geval zij overwegen om in te spreken of bezwaar te maken.” (iets dat we van harte kunnen onderschrijven).

Er is al lang sprake van een grote herziening van de Kew, maar, zoals ook wordt geconcludeerd, “op dit moment geldt dat het juridisch inbedden van de nieuwe Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS) voorrang geniet boven het herzien van de Kew.”

De doelmatigheid van de publieke financiering (aan NRG, ruim 9 miljoen per jaar) is “redelijk”, hoewel men de kanttekening plaatst dat de doelen en bewijsmateriaal heel zacht zijn. Gekeken werd voornamelijk naar hoeveelheid rapporten, wetenschappelijke publicaties en bijdragen aan congressen.

Er is ook een Eindrapportage van het ministerie van EZ zelf (55 in plaats van 330 blz), maar daarin tevergeefs gezocht naar de conclusie over de Kew dat de complexiteit en ontoegankelijkheid burgers en belangenorganisaties kan beperken bij inspraak en bezwaar mogelijkheden.

Minister Kamp heeft ondertussen in een brief aan de Kamer laten weten dat de bedoeling om de ANVS per 1 januari feitelijk te laten starten “ook daadwerkelijk het geval zal zijn” bij het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Er gaan 120 mensen werken. Nadat de benodigde wetgeving in werking is getreden, kan de ANVS een zelfstandig bestuursorgaan worden. De planning is dat dat op 1 januari 2016 het geval zal zijn.