Voorwaarden voor milieueffectrapport Pallas

pallasbuttonHet advies reikwijdte en detailniveau voor het milieueffectrapport van de Pallas is door de nucleaire autoriteit ANVS uitgebracht. Eindelijk, mag men wel zeggen, want eigenlijk was het eind augustus al de bedoeling geweest. De twee documenten zijn ook gedateerd 17 september, maar nu pas gepubliceerd. Het wisselen van de verantwoordelijke ministeries heeft er veel mee te maken. Hoewel in eerste instanties redelijk tegemoet lijkt te zijn gekomen aan de aangedragen punten in de zienswijzen, lijkt bij nadere beschouwing dit advies vergeleken met hetzelfde advies uit de afgebroken procedure in 2010, een stap achteruit: minder gedetailleerde voorwaarden en minder eisen aan ‘nut en noodzaak’ van een reactor.

Hoe zat het ook al weer; Op 26 mei 2015 heeft de Stichting Voorbereiding Pallasreactor de ‘mededelingsnotitie voor de MER van Pallas’ naar het bevoegd gezag gestuurd. Van 4 juni 2015 en met 15 juli was er de mogelijkheid om te reageren door middel van een zienswijze en er was op 11 juni een informatiebijeenkomst in Petten. Er zijn 50 zienswijzen ingediend, waarvan driekwart via de site van Laka. Vervolgens heeft de Commissie voor de MER op 13 augustus 2015 advies uitgebracht over de reikwijdte en het detailniveau van het MER. “Daarbij is door de Commissie kennisgenomen van de tot en met 6 augustus 2015 door haar ontvangen zienswijzen en adviezen.

Met het nu gepubliceerde Advies reikwijdte en detailniveau “geeft het bevoegd gezag aan welke milieu-informatie het MER dient te bevatten om het milieubelang, in de besluiten over de vergunningaanvragen, in het bijzonder op grond van de Kernenergiewet en de Waterwet, mee te kunnen wegen.”

Een belangrijk punt is de aanbeveling om aandacht te besteden “aan de gehele keten ook al gaat het hier om een reactor voor de productie van isotopen”. Deze aanbeveling wordt gedaan vanwege “het voortdurende maatschappelijk debat over de toepassing van kernsplijting in het algemeen en over de voor- en nadelen van diverse technieken voor de productie van medische isotopen in het bijzonder.” En, wordt er aan toegevoegd: “De meeste zienswijzen bepleiten een brede verantwoording van de toepassing van kernsplijting voor de productie van (medische) isotopen en vragen (de effecten van) de afvalproblematiek in het MER te behandelen.

De volgende punten worden beschouwd als essentiële informatie in het MER. Dat wil zeggen dat voor het meewegen van het milieubelang in de besluitvorming het MER in ieder geval onderstaande informatie moet bevatten:

  • de onderbouwing van de beoogde doelen van het voornemen, zoals: de vraag naar medische isotopen en de bijdrage die de reactor kan leveren mede in het licht van de ontwikkeling van alternatieve productiemethoden, en de vraag naar experimenteel bestralingsonderzoek;
  • een beschrijving van de milieueffecten van de hele keten (zowel de splijtstofketen als de productieketen van medische en industriële isotopen). Doe dat gedetailleerd en locatiespecifiek voor de alternatieven van dat waarvoor vergunning wordt aangevraagd en op basis van beschikbare gegevens voor de overige onderdelen van de keten;
  • een beschrijving van de veiligheidssituatie en maatregelen om de veiligheid te waarborgen;
  • de gevolgen voor het Natura 2000-gebieden Noordzeekustzone en Zwanenwater & Pettemerduinen.

Als we deze detail en reikwijdte vergelijken met die uit 2010 –toen de procedure kort daarna wegens gebrek aan geld werd afgebroken- valt allereerst op dat die uit 2010 veel gedetailleerder is; die was 46 deze is 19 pagina’s. In wat toen nog gewoon Richtlijnen Milieueffectrapport heette, werd alles veel meer puntsgewijs behandeld en vaak zit het verschil in vormgeving. Maar toch ontbreken er ook zaken: bijvoorbeeld in 2010 werd gezegd dat de gevolgen van een reactor voor proliferatie beschreven moesten worden. Nu komt het hele woord proliferatie niet in het advies voor.

En hoewel in dit advies over het uitwerken van alternatieve productiemethodes voor medische isotopen staat “Werk in het MER op basis van beschikbare gegevens op hoofdlijnen de voor- en nadelen uit van beide productiemethoden om de keuze voor een reactor te motiveren. Onderscheid daarbij voorzienbare en onzekere ruimtelijke, technologische en economische ontwikkelingen en hun betekenis voor de haalbaarheid van dit voornemen”, klinkt dat toch heel anders dan het advies in 2010. Daarin werd zelfs een heel hoofdstuk gewijd aan “Nut en noodzaak van het voornemen” en wordt veel meer gevraagd over alternatieven voor de reactor, waarom de productie juist in Nederland vervangen moet worden en zelfs “alternatieve productiemethoden in Europees kader. Betrek daarbij ook in algemene zin (buitenlandse) reactoren die op dit moment geen medische isotopen produceren maar dit wel zouden kunnen.”

Wel goed is de voorwaarde dat alsnog uitgelegd moet worden waarom Petten een betere locatie is dan Borssele (dat in 2010 ook nog in de race was) en welke milieueffecten een rol hebben gespeeld bij het afvallen van Borssele. De enige reden namelijk dat voor Petten gekozen is, is die 40 miljoen euro van de provincie Noord-Holland.

De Stichting Voorbereiding Pallasreactor heeft eerder al laten weten in het derde kwartaal van 2016 met het milieueffectrapport te komen en dan ook de Kernenergiewet-vergunning aan te vragen.