Waterbedrijven vinden ondergrondse berging radioactief afval onacceptabel

Vewin, de vereniging van waterbedrijven in Nederland, vindt ondergrondse opslag van kern­afval in zoutkoepels of (klei)lagen die direct of indirect in contact staan met watervoerende lagen die wor­den gebruikt voor de drinkwatervoorziening onacceptabel. Dat blijkt uit een eind april gepubliceerd ‘position paper’. Een andere aanbeveling is om diepere kleilagen in het onderzoek naar mogelijke eindberging te betrekken.

Vewin stelt in het gepubliceerde standpunt dat de ondergrond cruciaal is voor de drink­watervoorziening. Circa 60% van ons drinkwater wordt gemaakt van grondwater. Drinkwater is ook nauw verbonden met volksgezondheid. Drinkwatervoorziening is aan­gemerkt als top vitaal omdat het van groot belang is voor het ongestoord functioneren van onze maat­schappij. De Tweede Kamer heeft in 2014 een motie aangenomen waarmee drinkwater ook als Nationaal belang is aangemerkt. Drinkwater moet daarom een juiste positie krijgen in de afweging ten opzichte van andere ondergrondse functies. Vewin steunt wel het overheidsbeleid om voorlopig nog geen keuze te maken over eindberging en voor langdurige bovengrondse tussenopslag. De risico’s voor grondwater van ondergrondse opslag van kernafval zijn namelijk “onvoldoende duidelijk”.

Vewin: “Elke optie voor eindberging van radioactief afval moet zekerheid geven dat risico's op besmetting van dit grondwater volledig uitgesloten zijn. Hierbij moet de hoogst mogelijke voorzorg in acht genomen worden. Ondergrondse opslag van kern­afval in zoutkoepels of (klei)lagen die direct of indirect in contact staan met watervoerende lagen die wor­den gebruikt voor de drinkwatervoorziening vindt Vewin onacceptabel.