Bedrijfsduurverlenging zonder inspraak mag niet. En Borssele?

Gisteren oordeelde het het Europese Hof van Justitie dat de kerncentrales Doel-1 en Doel-2 in België geen bedrijfsduurverlenging hadden mogen krijgen zonder een milieueffectprocedure met grensoverschrijdende inspraakmogelijkheden. Maar hoe zit het dan met kerncentrale Borssele? Die had toch ook een levensduurverlenging zonder inspraakprocedure? Het wachten lijkt op een lopende beroepsprocedure tegen de laatst afgegeven vergunning. Een terugblik op de pogingen van de afgelopen jaren om die inspraak via de rechter af te dwingen.

In 2006 werd via een convenant tussen de eigenaar van de kerncentrale en de Staat afgesproken dat de kerncentrale tot 2034 in bedrijf mag blijven, mits er aan een aantal voorwaarden voldaan wordt. Een vergunning daarvoor bleef lang uit, maar eindelijk verleende het Ministerie van Economische Zaken op 18 maart 2013 dan toch eindelijk de vergunning voor de levensduurverlenging tot 31-12-2033, de zogenaamde LTO: Long Term Operation. Laka ging in beroep (zie hier de procedure) en vocht de vergunning, ook door middel van een voorlopige voorziening aan. Tevergeefs. Want in 2016 besliste de Raad van State uiteindelijk dat er geen inspraak nodig was omdat de LTO “niet tot gevolg [heeft] dat binnen de KCB feitelijke wijzigingen plaatsvinden”.

Voor Laka, en Greenpeace, een reden om in beroep te gaan tegen de eerste vergunning waarbij wel ‘feitelijke wijzigingen’ in de kerncentrale plaatsvinden, de Revisievergunning uit 2016. Weer twee jaar later, in mei 2018 verklaarde de Raad van State de bezwaren van Laka en Greenpeace tegen deze vergunning ook ongegrond: de Raad van State stelt dat een milieueffectprocedure met inspraak niet hoeft omdat het hier niet om de LTO-vergunning gaat: “Bij het besluit van 18 maart 2013 is reeds vergunning verleend ten behoeve van de zogenoemde Long Term Operation (…). De LTO-vergunning is met de uitspraak van de Afdeling van 19 februari 2014, onherroepelijk geworden”. Tsja,

Daarmee kwam er een, wat we toen al ‘voorlopig’, einde noemden aan de pogingen om milieueffecten van de 20-jaar langere exploitatie van de kerncentrale mee te laten wegen.

Greenpeace was ondertussen naar het Aarhus Comitee gestapt. Het Verdrag van Aarhus garandeert toegang tot informatie, inspraak in besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden. In oktober 2018 concludeerde het Nalevingscommitee van het Verdrag dat de beslissingsprocedure om de kerncentrale Borssele langer open te houden in strijd is met het Verdrag.

Staatssecretaris Van Veldhoven en ook de toezichthouder ANVS stellen eind vorig jaar dat het allemaal best kon zoals het gegaan is.

Eindelijk in april 2019 laat de staatssecretaris weten tot de conclusie te zijn gekomen dat de levensduurverlenging van kerncentrale Borssele inderdaad in strijd is met het Verdrag van Aarhus. Ze stelt voor om hierop de Kernenergiewet aan te passen, maar pas nadat er meer duidelijkheid is in een aantal lopende procedures over de levensduurverlenging van de kerncentrales in Borssele en in Doel.

Die duidelijkheid over Doel is er met de uitspraak van het Europese Hof gisteren gekomen.
Blijft het wachten op de behandeling van het beroep van Greenpeace en Wise tegen de laatste vergunning van Borssele, waar de conclusie van het nalevingscomité van het Verdrag van Aarhus over de onrechtmatige levensduurverlenging als beroepsgrond is ingebracht.