Klankbordgroep Kernafval: het doorschuiven gaat door

De langverwachte klankbordgroep, reeds in februari 2016 aangekondigd in het nationaal programma radioactief afval, is er! Of ten minste, de klankbordgroep is verwaterd tot een adviesopdracht aan het Rathenau Instituut, wat zich er de komende vijf jaar over mag buigen. Daarmee is de hete aardappel van het Nederlandse kernafvalbeleid, in dit geval de Klankbordgroep, door voormalig minister Kamp van EZ op het bordje van zijn opvolger Van Veldhuizen achtergelaten, door haar op haar beurt keurig doorgeschoven naar háár opvolger. Het Rathenau Instituut heeft van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat namelijk opdracht gekregen om op zoek te gaan naar manieren waarop de maatschappelijke betrokkenheid bij de besluitvorming over de definitieve, veilige opslag van radioactief afval in (god betere het!) het jaar 2130 vergroot kan worden. En Rathenau mag daar vijf jaar over doen want; tijd genoeg! Ondanks een brief van veertien kantjes over haar nucleaire beleid, hult de Staatssecretaris van I&W zich nog steeds in stilzwijgen over de precieze reden dat de Europese Commissie in mei vorig jaar Nederland over haar kernafvalbeleid in gebreke heeft gesteld.

In het Nationaal Programma Radioactief Afval en Splijtstoffen uit 2016 wordt gesproken over het instellen van een klankbordgroep: een uitstelmanoeuvre concludeerden we toen al. Jan Paul van Soest, die eerder de geesten rijp maakte voor de levensduurverlenging van kerncentrale Borssele, werd vervolgens aangesteld als kwartiermaker om de komst van de klankbordgroep voor te bereiden. Vorig jaar mei meldde Van Veldhoven de Kamer nog het advies van Van Soest over te nemen en een Klankbordgroep in te stellen.

Opvallend was dat de staatssecretaris toen al niets meer deed met het dringende advies van de Commissie MER om “gezien de onomkeerbaarheid wat er in de ondergrond gebeurt” zo snel mogelijk (de CieMER had het toen over 2018) mogelijke locaties voor geologische berging aan te wijzen en te ‘reserveren’. Dat hoorde in 2016 ook nog nadrukkelijk tot de taken van de Klankbordgroep, maar werd vorig jaar door Van Veldhoven al weggeschreven uit die taakomschrijving. Het was juist een pleidooi om dat hele ‘locatiegedoe’ los te laten: “Voor de eerstkomende stappen, te zetten in en door een Klankbordgroep, is het van belang de materie zoveel mogelijk los van locaties te benaderen”. Kortom: de angel uit de discussie, dan gaan we gezellig nog honderd jaar af en toe een onderzoekje doen, en ons verbazen waarom de maatschappij maar niet participeert.

En ook een andere conclusie van Van Soest lijkt helemaal van tafel: Hij constateerde dat er wel draagvlak is voor het vormen van een Klankbordgroep maar dat deze dan een actievere invulling moet hebben dan alleen “klankborden”, dus niet alleen het beleid volgen, maar ook beleid máken. Zowel in de brief van de staatssecretaris als op de projectpagina van Rathenau is daar geen sprake meer van en gaat het alleen om het bestendigen van het huidige uitstel-beleid.

'Besluitvorming als eerlijk proces'
In een eerder onderzoek over participatie rond de opslag van radioactief afval (Bouwstenen voor participatie) concludeerde Rathenau dat “[B]urgers willen dat besluitvorming een eerlijk proces is.” Ook vond het instituut dat overheden, stakeholders en wetenschappers betrokken moesten worden. Ze hebben bovendien wensen over de manier waarop bestuurders binnen verschillende overheidslagen, wetenschappers en maatschappelijke organisaties betrokken worden bij de voorbereiding van een dergelijk besluit.

Rathenau kwam in 2015 nog met de aanbeveling: “Tot [2025] lijkt de kans op goede publieksparticipatie met burgers vrij klein. Wij bevelen aan dat de ANVS tot 2025 zich vooral richt op het voorbereiden van publieksparticipatie. Hiertoe onderzoekt de ANVS op participatieve wijze met verschillende betrokkenen (wetenschappers, lagere overheden, bedrijven en ngo’s) het perspectief op de onderhavige visie over publieksparticipatie en de inhoudelijke agenda (deelonderwerpen)." Als dank mag Rathenau dat dus vijf jaar, van 1 juli 2019 tot 1 juli 2024, doen.

Op een naar aanleiding van het eerdere rapport in 2015 door Ratheanu georganiseerd symposium, riep het hoofd van de Zweedse stralingsbescherming Strålsäkerhetsmyndigheten, Ansi Gerhardsson, Nederland op om snel werk te maken van eindberging voor kernafval. Nederland wacht nu nog tot het jaar 2130 voordat radioactief afval definitief wordt geborgen. Gerhardsson stelde dat uitstel onverstandig is en dat Nederland op korte termijn moest beginnen met het voorbereiden van een eindberging.

Met deze volgende uitstelmanoeuvre – we gaan eerst maar weer eens vijf jaar praten over participatie - lijkt ‘haast maken’ wel mee te vallen.

Naar een eindberging in 2035!
Maar goed: in 2015 concludeerde Rathenau ook al dat vooral 2033 een belangrijk jaar wordt: “Dit is het jaar waarin de kerncentrale in Borssele buiten bedrijf zal worden gesteld. Dit maakt de discussie over het langdurig beheer van radioactief afval actueler. Daardoor zal de participatie-bereidheid op dat moment vermoedelijk groot zijn.

Dat liep parallel met het (gestrande) verzoek van Laka om vergunningverlener ANVS de COVRA op te laten dragen voorbereidingen te treffen opdat een eindberging in het jaar 2035 operationeel kan zijn.

Dat is nog steeds haalbaar. Maar dan moeten de komende vijf jaar spijkers met koppen worden geslagen. Dat moet waarschijnlijk sowieso, omdat de Europese Commissie ontstemt is over (het gebrek aan) Nederlandse plannen voor eindberging, ook al blijft de precieze inhoud van de ruzie geheim. Als Nederland zich richt op het jaar 2035 in plaats van op het jaar 2130, dan worden locaties aangewezen, en dan komt de maatschappelijke participatie echt wel op gang, let maar op!

Maar ja, de Haagse beleidsmakers zijn niet uit op maatschappelijk debat, maar op het doorschuiven van de hete aardappel van wat we de komende 100.000 jaar gaan doen met ons kernafval. En, als de Tweede Kamer zich niet roert, is het doorschuiven deze staatssecretaris ook weer prima gelukt. Laat de kinderen van onze kleinkinderen het maar lekker uitzoeken!

Door - nota bene - een D66 staatssecretaris zijn VVD, CDA, PVV, FvD en SGP, de vijf politieke partijen die nu graag een onderzoek willen naar kernenergie, de komende jaar vijf jaar opnieuw vrijgesteld van de vraag: "en wat met het kernafval?".

Heeft de discussie al een valse start?