Stas erkent: Levensduurverlenging kerncentrale Borssele in strijd met Verdrag


De oplossing laat alleen nog op zich wachten

Na onderzoek van vijf maanden is staatssecretaris Van Veldhoven van Infrastructuur en Waterstaat uiteindelijk ook tot de conclusie gekomen dat de levensduurverlenging van kerncentrale Borssele inderdaad in strijd is met het Verdrag van Aarhus. Haar voorganger, Pieter van Geel, had met het Borssele Convenant in 2006 vastgelegd dat de kerncentrale 30 jaar langer open mocht blijven, zonder inspraak te organiseren. Dat mag dus niet, zeker niet als het gaat om een controversiële installatie zoals een kerncentrale. Van Veldhoven erkent dit nu ook. Ze stelt voor om hierop de Kernenergiewet aan te passen, maar pas nadat er meer duidelijkheid is in een aantal lopende procedures over de levensduurverlenging van de kerncentrales in Borssele en in Doel (België).

Greenpeace had in 2014 bij het Aarhus nalevingscomité een klacht ingediend nadat de Raad van State had geoordeeld dat er geen milieueffectrapportage nodig was voor de levensduurverlenging tot 2034 van kerncentrale Borssele. In oktober kwam het nalevingscomité tot de conclusie dat de klacht van Greenpeace gegrond was: Het Comité oordeelde onder andere dat het ondenkbaar is dat het veranderen van de bedrijfstijd van Borssele géén gevolgen heeft voor het milieu - het Nederlandse standpunt - en dat inspraak niet tot veiligheidstechniek alleen mag worden beperkt, maar (ook) over het milieu moet gaan.

Hierop stelde GroenLinks een aantal Kamervragen waarop de Staatssecretaris aangaf de bevindingen van het Comité nog te bestuderen. Daar is ze nu dus uit en ze concludeert onder andere:

De les die uit de bevindingen van het Aarhus nalevingscomité te trekken is, is dat bestuursorganen die betrokken zijn bij richtinggevende afspraken over (de duur van) nucleaire activiteiten ervoor moeten zorgen dat, wanneer deze afspraken de keuzemogelijkheden voor het tot vergunningverlening bevoegde gezag kunnen beperken, deze aan een ieder voor inspraak moeten worden voorgelegd.

Ook geeft de Staatssecretaris aan dat artikel 17 van de Kernenergiewet wordt gewijzigd. We nemen aan dat ze daarmee bedoelt dat ze lid 4 van dat artikel wil schrappen, waaruit nu nog volgt dat dat er geen inspraak hoeft te worden gehouden als niet per se milieugevolgen zijn te verwachten van een vergunningswijziging. Van Veldhoven schrijft dat toezichthouder ANVS heeft aangegeven al volgens haar voornemen te gaan werken en dat ze het nalevingscomité over hierover zal informeren.

Dat over dat wetsartikel is echter raar, want, bij de levensduurverlenging van Borssele was juist wèl inspraak georganiseerd. Het grote probleem is echter dat daarna alle zienswijzen over de levensduurverlenging van de kerncentrale zonder pardon van tafel zijn geveegd, want: “Aangezien deze zienswijze geen betrekking heeft op de veiligheidstechnische onderbouwing van de vergunningaanvraag voor de verlenging van de ontwerpbedrijfsduur van de kerncentrale, zal deze zienswijze niet leiden tot aanpassing van de ontwerpbeschikking.”. Maar liefst 24 keer!

Dit blijkt dus rechtstreeks in strijd met wat volgens het Comité uit het Verdrag van Aarhus volgt, namelijk dat er inspraak moet worden gehouden over activiteiten die aanzienlijk effect op het milieu kunnen hebben, én dat er naar behoren rekening wordt gehouden met het resultaat van die inspraak. Het van tafel vegen van zienswijzen omdat ze geen betrekking hebben op “veiligheidstechnische onderbouwing van de vergunningaanvraag” is daarmee ongeveer het tegenovergestelde van wat Nederland op grond van Aarhus verplicht was.

Laka ziet alleen niet hoe dit in 2013 anders zou zijn gegaan zijn als artikel 17 lid 4 van de Kernenergiewet geschrapt was geweest.

Van Veldhoven constateert dat er volgens de Aanwijzing van Convenanten eigenlijk al inspraak had moeten worden georganiseerd voor het sluiten van het Borssele Convenant maar “dat dit aspect van de Aanwijzingen onvoldoende toegepast [is] bij het Convenant Borssele in 2006”.

Om nu niet meteen haastje-repje de Kernenergiewet te veranderen wil de Staatssecretaris eerst wachten op wat er uit het beroep van Greenpeace en Wise tegen de laatste vergunning van Borssele komt, waar de milieuorganisaties juist de conclusie van het nalevingscomité over de onrechtmatige levensduurverlenging als beroepsgrond hebben ingebracht. Ook speelt er bij het Europese Hof een procedure over de levensduurverlenging van kerncentrale Doel die raakvlakken heeft met de klacht van Greenpeace.

Omdat niet echt duidelijk wordt hoe het schrappen van de bepaling uit de Kernenergiewet de levensduurverlenging van Borssele opeens wèl rechtmatig maakt, lijkt het inderdaad verstandig van Van Veldhoven om daar in ieder geval nog even mee te wachten.

Wellicht eerst maar eens EPZ opdragen die milieueffectrapportage over de levensduurverleningen van de kerncentrale op te stellen?