De Tweede Kamer krijgt geen instemmingsmoment meer over de definitieve start van de bouw van de omstreden Pallas-kernreactor in Petten. Dat blijkt uit een brief van kersverse demissionair minister van VWS Van Hijum (NSC), waarin hij aankondigt vóór het zomerreces zelf te beslissen over de start van de bouw van de kernreactor. Daarmee lijkt de Kamer feitelijk buitenspel gezet bij een miljardenproject dat al jaren onder vuur ligt vanwege oplopende kosten, vertragingen en twijfels over de noodzaak.
De minister stelt dat de Kamer “periodiek geïnformeerd” zal blijven, maar een formele rol in de besluitvorming over de bouwstart is niet langer voorzien. Dit roept vragen op over de democratische controle op een miljardenproject dat inmiddels een geraamde terugverdientijd van maar liefst 35 jaar kent en waarvan de risico’s als “groot” worden bestempeld. Juist eind vorig jaar had de Kamer besloten de ontwikkeling van de Pettense kernreactor nauwer te volgen, NRC kwam begin maart met de scoop dat Pallas al jaren een bodemloze put was, en Van Hijum's PVV-voorganger Agema had in maart nog aangegeven dat allemaal zaken rondom de bouw niet in orde waren.
En ondertussen winnen innovatieve alternatieven terrein. Zo plant het Amerikaanse bedrijf SHINE in Veendam een fabriek voor de productie van medische isotopen zonder kernreactor. Deze methode is goedkoper, schoner en veroorzaakt veel minder kernafval op. SHINE verwacht al binnen enkele jaren operationeel te zijn en mikt op een groot deel van de Europese markt – dezelfde markt waarop Pallas zich richt.
Critici wijzen erop dat de overheid jarenlang vrijwel exclusief heeft ingezet op Pallas, terwijl veelbelovende alternatieven zoals SHINE of het Lighthouse-project van ASML nauwelijks politieke of financiële steun kregen. “We dreigen miljarden te investeren in een verouderde technolog, terwijl de markt zich razendsnel ontwikkelt,” aldus een medewerker van Laka.
De vraag is of Pallas, met zijn nucleaire technologie en lange bouwtijd, nog wel past in een toekomst waarin flexibiliteit, duurzaamheid en innovatie centraal staan. De Kamer mag daar nu niet meer over oordelen.