VVD-minister Hermans (Klimaat en Groene Groei) heeft eerder deze week geantwoord op Kamervragen over het artikel in FTM over mogelijke problemen met kerncentrale koelwater uit de Westerschelde. Eerder had al Omroep Zeeland bericht over de slechte ecologische staat waarin de Westerschelde verkeert. Hermans meldt nu dat regering de afgelopen jaren studies heeft laten doen naar de “beschikbaarheid en de capaciteit van koelwater”. Echter: "Deze studies keken niet naar mogelijke ecologische impact.” Dat komt pas in de milieueffectrapportage, die nu wordt uitgevoerd. Daarmee zijn eerdere claims van de regering, dat er geen koeltorens in Zeeland komen, vooralsnog op drijfzand gebaseerd.
Demissionair minister Hermans antwoordt dit naar aanleiding van Kamervragen van Christine Teunissen (Partij voor de Dieren). Hermans stelt dat er “geen rode vlaggen” waren in de onderzoeksrapporten dat de nieuwe kerncentrales zonder koeltorens “onvergunbaar“ zouden kunnen zijn. Dat is dan een beetje voorbarig nu de ecologische gevolgen nog niet in kaart zijn gebracht. En ook al zijn kerncentrales “niet onvergunbaar”, zonder koeltorens worden ze, net als in Frankrijk, stilgelegd wanneer de Westerschelde te warm is om op te lozen. Koeltorens zijn dan de voor de hand liggende oplossing: maar die zijn kostbaar – de minister wil niet zeggen hoe duur - en gigantisch. De “Borssele Voorwaarden" zijn dan ook duidelijk: geen koeltorens. Hermans: “Er zijn ook andere mitigerende maatregelen mogelijk. Bijvoorbeeld tijdelijke stilstand, het plannen van onderhoudsvensters of andere vormen van (bij)koeling.”
De minister laat weten dat nu gewerkt wordt aan het Plan-MER waarin “onderzocht [wordt] in hoeverre de thermische en chemische lozingen van de kerncentrales de waterkwaliteit beïnvloeden.” Het Plan-MER wordt direct na de zomer verwacht, aldus Hermans.