De beantwoording van verschillende Kamervragen over de kosten en haalbaarheid van nieuwe kerncentrales, deze week, roept meer vragen op dan ze beantwoordt. Uit de antwoorden blijkt dat het kabinet zich baseert op sterk uiteenlopende kostenramingen, waarbij eerdere kritische analyses nu worden afgedaan als “gedateerd”, terwijl nieuwere, hogere ramingen nauwelijks worden weersproken.
Een ander opvallend punt is de beantwoording van vragen van GroenLinks/PvdA, over de afhankelijkheid van Russisch uranium. Waar telkens wordt benadrukt dat EPZ - de exploitant van Borssele - geen directe afhankelijkheid kent, is die wel echt direct voor COVRA – het bedrijf verantwoordelijk voor de opslag van het kernafval van Borssele.
Wanneer EPZ afziet van haar Ruslandroute, zijn de Zeeuwse opslagfaciliteiten van COVRA, volgens VVD-minister Hermans, namelijk ongeschikt om kernafval te bewaren.
Overigens is dit niet waar: Als EPZ van een beetje goede wil zou zijn, dan zouden ze afzien van de Ruslandroute: Opwerkingsproducten kunnen prima direct bij COVRA worden opgeslagen.
Zo stelde adviesbureau Witteveen+Bos in een door de regering bestelde studie, dat kernenergie alleen rendabel is bij investeringskosten onder de €4.600 per kilowatt (kW) bij een WACC van 7%. De huidige inschatting, van TNO, ligt echter op €7.100 per kW – een enorm verschil. Toch blijft het kabinet, in antwoord op vragen van PvdD Kamerlid Christine Teunissen vasthouden aan de wenselijkheid van kernenergie, zonder duidelijke onderbouwing waarom deze hogere kosten nog steeds “systeemkosten-optimaal” zouden zijn.
Daarbij komt dat het rapport van Profundo uit oktober 2024, dat spreekt van realistische kosten tussen de €9.665 en €15.175 per kW (tot wel €20 miljard per centrale), wel erkend wordt, maar niet inhoudelijk wordt weerlegd. De stijgende kosten worden toegeschreven aan inflatie, hogere arbeidskosten en materiaalprijzen die bij kernenergie kennelijk extra zwaar aantikken.
Opvallend is ook de zinsnede in de beantwoording van vraag 3, over een reflectie over het rapport van het Expertteam Energie: “een systeem met kernenergie naast zon en wind is robuuster dan alleen zon en wind.” Deze stelling wordt gepresenteerd zonder enige onderbouwing of verwijzing naar wetenschappelijke consensus, wat de indruk wekt van beleidsmatige wensdenken in plaats van feitelijke analyse.
Verder blijkt uit de antwoorden dat het zogenaamd “onafhankelijke” TNO-rapport, dat pas na de zomer zou verschijnen, kennelijk nu al in conceptvorm circuleert en besproken wordt met betrokken partijen. Dit roept vragen op over de onafhankelijkheid van het onderzoek en de transparantie hierover richting de Kamer.
Tot slot blijkt uit de beantwoording andere vragen, naar aanleiding van de voorjaarsbegroting van VWS, vraag 165, dat de kosten van de PALLAS-kernreactor in Petten met haast een half miljard zijn gestegen, onder meer door een duurder ontwerp en gedoe met de aannemer. NSC-VWS minister Eddy van Hijum: "De prijzen in de nucleaire sector zijn harder gestegen dan normaal." Typisch.
De beantwoording van de vragen laat zien dat het demissionaire kabinet zich in bochten aan het wringen is om haar kernenergiebeleid overeind te houden, ondanks stijgende kosten, onduidelijke aannames en een gebrek aan transparantie. De levensgrote vraag rijst is of kernenergie in Nederland überhaupt wel een onderdeel van de elektriciteitsmix kan zijn – of dat het hier vooral om politieke volharding in plaats van rationele besluitvorming. Tijd voor verkiezingen.