Begin dit jaar zijn er 1649 reacties ontvangen over het ontwerp-Nationaal Programma Radioactief Afval (NPRA). Dat zijn er zoveel dat de reactienota die in augustus verwacht werd vertraging heeft opgelopen. Dit deelde de directeur Participatie van het ministerie van IenW, afgelopen donderdag (28 augustus) mee: er is “meer tijd nodig om deze zorgvuldig te verwerken en beantwoorden”. Naar aanleiding van het kritische advies van de Commissie mer over het milieueffectrapport komt er “aanvullend onderzoek”, dat onderzoek zal een “beter onderbouwd beeld moeten geven van de milieu- en veiligheidsaspecten van het huidige beleid.“ In Noord-Nederland werd verbaasd en verontrust gereageerd omdat mogelijke locatie-keuze (in zoutkoepels) geen onderdeel van de procedure blijkt te zijn.
De onrust in Noord-Nederland heeft betrekking op de laatste zin in de mail van 28 augustus: “We hebben signalen ontvangen over zorgen over mogelijke locaties van de eindberging van radioactief afval. We willen benadrukken dat de procedure over het (concept)NPRA en de procedure over de aanvulling van het milieueffectenrapport geen locatiekeuze betreft. Het participatieproces over de mogelijke locatie(s) van eindberging start pas na 2027. Dan wordt u door ons hierover ook verder geïnformeerd.”
Maar in het ontwerp-NPRA, waar de inspraak over ging, staat een Routekaart naar de Eindberging. En in die Routekaart gaat het meerdere keren (zie bijv blz 40) wel degelijk over “keuzes voor het reserveren en kiezen van een locatie” en over proefboringen vanaf 2035.
Onduidelijkheid troef; worden alle inspraakreacties uit Noord-Nederland (alleen uit Onstwedde kwamen er al 424 -een kwart!) nu terzijde geschoven, als zijnde niet ter zake doende en voorbarig?
Dit is de zoveelste keer in een lange rij in de al zeer lange geschiedenis van mogelijke opslag van kernafval in zoutkoepels in Noord-Nederland met 'misverstanden/miscommunicatie' over locaties, inspraak en criteria.