Ontwerp-Nationaal programma radioactief afval: eindberging eerder dan 2130

Iedere tien jaar moeten de lidstaten van de Europese Unie een Nationaal programma maken voor de opslag en het beheer van radioactief afval en verbruikte splijtstoffen ("NPRA") . In dit Nationaal programma beschrijft een lidstaat hoe nu en in de toekomst met haar kernafval omgaat. Veiligheid is hierbij het belangrijkste uitgangspunt om zo mens en milieu te beschermen. Nederland moet voor augustus 2025 een nieuw nationaal programma vaststellen. Een jaar geleden was de commissie MER al erg kritisch over voorgestelde afbakening  van het NPRA. Vanochtend is alsnog het vertraagde concept gepubliceerd waarop iedereen tot 24 maart kan reageren.

De belangrijkste reden waarom we benieuwd zijn naar ontwerp Nationaal Programma Radioactief Afval (NPRA) is de aankondiging van staatssecretaris Jansen dat de regering de tijdsplanning voor de aanleg van de eindberging naar voren haalt. Tot nu ging het beleid sinds 1984 en er namelijk vanuit dat pas in 2100 een beslissing genomen zou worden over de eindberging. De Routekaart, één van de vandaag gepubliceerde stukken, bevestigt opnieuw dat die planning is losgelaten: “Dit betekent dat niet langer een einddoel wordt gesteld waaruit terug geredeneerd wordt. In plaats daarvan wordt gekozen voor een participatieve stapsgewijze aanpak. De beslissingen over het tijdspad volgen dan uit het stapsgewijze proces. De voorbereidingen voor het besluitvormingsproces starten na publicatie van het NPRA in 2025 en kunnen leiden tot een eerdere datum voor besluitvorming over de locatie en beheermethode.” Vaag; we gaan er eerst maar weer eens over praten met “alle stakeholders”. Maar toch ook winst want 2130 is – vooralsnog – van tafel, iets waar Laka al heel lang voor pleit.

Bericht gaat door onder de video

Maar goed, wat gaat er dan nu gebeuren: er wordt voornamelijk een nieuwe ronde overleggen en onderzoeken opgestart. Inclusief opnieuw een Klankbordgroep (waar kennen we die ook al weer van?) Aan het slot van de Routekaart is een schema met 24 ‘acties’ die er nu moeten volgen.

Er is ook een Plan-MER opgesteld door consultancy bureau Mott MacDonald. Het is 277 bladzijden, kost wat tijd om het door te nemen, maar iets wat ons opviel: zoals altijd is opwerking en hergebruik slecht uitgewerkt: heel veel nauwelijks onderbouwde aannames over hergebruik: geen enkele melding van emissies bij opwerking - want in Frankrijk dus dat telt niet; geen enkele melding van het feit dat hergebruik hooguit maar voor enkele procenten van het kernsplijtingsafval geldt, en ook niet dat de Franse nucleaire toezichthouder ASN al jaren meldt dat verbruikte MOX-brandstof nooit opgewerkt wordt; erg optimistisch over ‘nieuwe reactorontwerpen’ die actiniden kunnen verbranden - zonder de vermelding dat technologie om actiniden, behalve uranium en plutonium, te isoleren uit het kernsplijtingsafval grotendeels nog ontwikkeld moeten worden; en stelt dat opwerken (hergebruik) veel goedkoper is. Dat is dan zeker waarom maar een heel klein aantal landen opwerken en hergebruiken; en dat het Verenigd Koninkrijk net vorige maand besloot al haar plutonium, met daarbij het plutonium uit Dodewaard (140 ton) gereed te maken voor eindberging. Men heeft lang gespeeld met de gedachte dit plutonium te verwerken tot MOX-kernreactor-brandstof, maar deze route is onzeker, en opslag en beveiliging zijn erg kostbaar; etc. Maar wel één van de eerste keren (we zijn al met weinig tevreden) dat vermeldt wordt dat het Nederlandse hoogradioactief afval dat uit de opwerkingsfabriek terug komt niet hergebruikt kan worden, omdat het verglaasd is.

Kortom wij gaan er goed naar kijken. Tot 24 maart is er de gelegenheid om een zienswijze in te dienen. Daarna komt er een nieuwe advies van de commissie MER, worden alle reacties verwerkt en komt er een definitief NPRA wat dan door de Kamer kan worden vastgesteld. Wij eten alvast onze hoed op dat dat voor augustus allemaal gedaan is.