Elektriciteits-grootverbruiker Air Liquide bij Terneuzen heeft een flexibel energiecontract afgesloten met netbeheerder TenneT, waarmee het afziet van het recht om op elk moment de volledige gecontracteerde hoeveelheid stroom te kunnen gebruiken. In ruil daarvoor krijgt het bedrijf korting op haar nettarieven. Deze stap maakt ruimte op het stroomnet in Zeeuws-Vlaanderen, waardoor tientallen andere bedrijven hun elektrificatieplannen kunnen realiseren. Volgens TenneT is dit een belangrijke stap om de wachtlijsten voor netaansluitingen te verkorten, nu netwerkuitbreidingen jaren duren. Het illustreert hoe grootverbruikers steeds vaker bereid zijn om vraagsturing toe te passen.
Het besluit van Air Liquide raakt aan een fundamentele discussie in het Europese energiebeleid: hoe flexibel moet het elektriciteitssysteem zijn? Kernenergie wordt vaak gepresenteerd als een stabiele, betrouwbare bron, maar in een markt die steeds meer door zon en wind wordt gedomineerd, is juist flexibiliteit cruciaal. Uit analyses blijkt dat kerncentrales technisch wel kúnnen moduleren, maar in de praktijk nauwelijks worden ingezet om dagelijkse pieken op te vangen.
Nederland wil in 2040 een CO₂-neutrale elektriciteitsvoorziening realiseren en het dubbel demissionaire kabinet presenteert kernenergie daarbij als een "pijler" naast wind- en zonne-energie: Ze willen kerncentrale in Borssele langer openhouden, vier nieuwe kerncentrales en daarnaast onderzoeken ze Small Modular Reactors (SMR’s).
De stap van Air Liquide laat zien dat industriële spelers bereid zijn om hun processen aan te passen aan een aanbod-gestuurde markt, waarin hernieuwbare energie leidend is en vraag zich moet voegen naar aanbod. Dit staat haaks op het klassieke baseload-denken van kernenergie, dat economisch afhankelijk is van hoge vollasturen. In een systeem met veel zon en wind leidt dit tot structurele overschotten, negatieve prijzen en onderbenutting van dure nucleaire assets.
Air Liquide’s keuze voor flexibiliteit onderstreept een trend: in een energiesysteem dat draait op hernieuwbare energie, is vraagsturing en flexibiliteit waardevoller dan starre baseload. Voor de de kernenergieplannen van het kabinet is dit niet alleen een technische, maar ook een economische en systeemlogische uitdaging. De vraag is niet eens óf kernenergie een rol speelt, maar hoe die rol zich überhaupt verhoudt tot een markt waarin flexibiliteit de sleutel is.