Kerncentrale Borssele gaat vannacht om middernacht naar verwachting weer in bedrijf, bijna drie weken na een onverwachte stillegging. De centrale viel in de nacht van vrijdag 27 op zaterdag 28 juni stil na een storing in het nucleaire deel van de installatie. Exploitant EPZ meldde dat de afschakeling "veilig en gecontroleerd" verliep. Uit productiedata blijkt dat kolencentrales het grootste deel van het weggevallen vermogen hebben opgevangen.
De storing volgde kort op een uitgelopen jaarlijkse onderhoudsstop, waarbij zich al meerdere technische problemen hadden voorgedaan, waaronder afwijkingen in het koelsysteem en falende afsluiters in het ventilatiesysteem. Op 30 juni bevestigde toezichthouder ANVS dat EPZ een lek had gevonden bij een afsluiter in een afgesloten ruimte binnen het nucleaire gedeelte. De aanvankelijk aangekondigde herstartdatum van 2 juli werd vervolgens uitgesteld, eerst naar 10 juli en daarna naar vannacht.
Kolen vulden het gat
Uit productiedata van NED.nl blijkt dat kolencentrales het grootste deel van het weggevallen vermogen hebben opgevangen. Vóór de storing leverde Borssele een constant ongeveer 450 MW, terwijl kolencentrales daarnaast al draaiden maar duidelijk de zon volgden: rond het middaguur zakte hun productie naar 100-150 MW, om 's ochtends en 's avonds weer op te lopen naar 650-700 MW.
Na de uitval verandert dat patroon zichtbaar: kolencentrales draaien sindsdien veel vaker en langduriger op een hoger niveau, met pieken tot 1.400-1.500 MW en aanzienlijk minder diepe dalen overdag.
Een schatting op basis van het verschil in gemiddelde kolenproductie voor en na de storing komt uit op zo'n 140 GWh extra kolenstroom over de hele periode, goed voor ongeveer 100.000 ton extra CO₂-uitstoot.
Precies het probleem waar al voor gewaarschuwd werd
Deze episode illustreert een probleem dat breder speelt dan alleen Borssele. Politici, waaronder recent nog voorstanders van kernenergie-uitbreiding, wijzen graag naar Frankrijk om te suggereren dat kerncentrales als flexibele, regelbare aanvulling op wind en zon kunnen dienen. Laka liet eerder al zien dat dit beeld niet klopt: ook in Frankrijk volgen kerncentrales de dagelijkse vraagvariatie nauwelijks, en wordt de balans juist bewaakt met opslag (pomp- en waterkrachtcentrales) en in-/export — niet met op- en afschakelende reactoren.
De uitval van Borssele bevestigt dat probleem eigenlijk nog directer. Toen Nederlands enige kerncentrale onverwacht wegviel, was er geen CO₂-vrij regelbaar vermogen beschikbaar om dat gat op te vangen — geen batterijopslag, geen waterstofcentrale, geen substantiële importcapaciteit die kon bijspringen. Uit armoede schakelden daarom binnen enkele uren kolencentrales bij. Met andere woorden: het ontbreken van juist regelbare, CO₂-vrije capaciteit — waar het kabinet al jaren te weinig in investeert — zorgde ervoor dat een storing in één kerncentrale direct in vele kilotonnen CO₂-uitstoot vertaalde.
Dat is precies de kwetsbaarheid die ontstaat wanneer je inzet op kernenergie. Valt die "stabiele" bron toch eens uit, dan is fossiel de enige achtervang die snel genoeg kan bijspringen.
Het is niet bekend of de storing bij Borssele verband houdt met de aanhoudende hittegolf in Europa, waarbij meerdere kerncentrales elders hun vermogen moesten verminderen vanwege te hoge koelwatertemperaturen.