Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) heeft groen licht gekregen voor een nieuw onderzoeksprogramma eindberging radioactief afval, gefinancierd uit het Klimaatfonds. Uit stukken die op kerstavond door Financiën zijn vrijgegeven blijkt dat het IenW tot en met 2035 188,5 miljoen euro claimt voor een nieuw onderzoeksprogramma. Dat is fors meer dan de 8 miljoen euro waarover staatssecretaris Aartsen (VVD) de Kamer op 19 december informeerde. Verder dacht Laka medio 2024 nog dat het noemen van de mogelijkheid van eindberging ónder de zeebodem in 2018 nog een faux pas was. Nu blijkt daar vanaf 2029 een volledige onderzoekslijn naar te worden opgericht.
Dit blijkt uit een stuk wat vrij is gegeven na een omvangrijk Woo-verzoek van een onbekende indiener bij het ministerie van Financiën:
- bericht gaat door onder kader -
Deze "Financiële Uitwerking fiche Klimaatfonds IenW kernenergie - eindberging & kennisopbouw", gedateerd 22 april 2025, betreft een 'goedgekeurde uitwerking van een claim van IenW op het Klimaatfonds'.
In een tegelijk vrijgegeven mail (document 292) merkt een ambtenaar op dat middelen voor radioactief afval een onlosmakelijk onderdeel zijn van de inzet op meer kernenergie. Tot 2035 is er volgens IenW dus haast 190 miljoen gereserveerd, en men verwacht dat hier tot 2050 jaarlijks minsten €25 miljoen aan belastinggeld bij zal komen. De overheid is dus van plan ruim een half miljard bij te bijdragen aan onderzoek naar de eindberging van kernafval.
Op de momenten dat er serieus gekeken moet worden naar een oplossing voor kernafval komen dit soort exotische ‘oplossingen’ ook weer uit de kast. Eind jaren '70/begin jaren 80, toen het duidelijk werd dat de beoogde eindopslag van kernafval in zout in het Noorden van het land, politiek en maatschappelijk onmogelijk was, werd er al onderzoek gedaan naar de opslag van kernafval onder de bodem van de Noordzee; door de Rijks Geologische Dienst bijvoorbeeld, maar ook door het ECN.
Daarna is met de nota radioactief afval uit 1984 uiteindelijk een politieke uitweg gevonden: tijdelijke bovengronds berging voor 50-100 jaar. Daarna maar verder zien. Dat werd de COVRA en die 50-100 jaar werd al snel 150 jaar, tot 2130. Nu het beleid weer lijkt te wijzigen en er een locatie en methode voor eindberging moet worden gekozen in 2050, wordt de Zeebodem weer afgestoft. Want bij elke mogelijke locatie op land is protest namelijk gegarandeerd.
Des te opmerkelijker is daarom dat demissionair VVD-staatssecretaris Aartsen van IenW op 19 december de Tweede Kamer nog meldde dat er hier tot en met 2030 [maar - Laka] om acht miljoen zou gaan. In het nu vrijgegeven document is ook sprake van 8,5 miljoen voor stralingsbescherming. Dat bedrag komt wèl overeen met de Kamerbrief van Aartsen. Dus óf de Kamer is niet goed geïnformeerd, óf het onderzoeksprogramma is alsnog in de kiem gesmoord.
Behalve de usual suspects qua eindbergingsonderzoek staan er ook een aantal niet recente verkende onderzoeksthema's: "Berging onder zeebodem" en "Schuin graven/boren (bovengrondse locatie niet loodrecht boven bergingslocatie)". Een verdere toelichting ontbreekt in de vrijgegeven stukken. Bijzonder is wel dat de participatieve stapsgewijze aanpak pas in 2027 begint, maar dat nu al duidelijk is wat in 2029 de onderzoeksvragen zouden moeten worden.
Wat wel wrang is, is dat volgens het Europese milieubeginsel 'de vervuiler betaalt' de kosten voor eindbergingsonderzoek voor rekening van de producenten van kernafval moeten moeten komen. COVRA reserveert echter maar 7 ton per jaar voor dit onderzoek. Hier is the devil is in de detail: 'vervuiler betaalt' is in de Nederlandse regelgeving beperkt tot de kosten die kernafvalbeheerder COVRA zélf maakt. Nu IenW de portemonnee trekt, komen kerncentrale Borssele, NRG-Pallas en Urenco alsnog voor een dubbeltje op de eerste rang.