Het kabinet kan niet garanderen dat uranium dat door Urenco wordt verrijkt, buiten het Britse kernwapenprogramma blijft. Dat blijkt uit antwoorden van minister Berendsen op Kamervragen van de SP over de Nederlandse instemming met een uitbreiding van Urenco's activiteiten voor Britse defensiedoeleinden.
Bij nadere lezing blijken de toezeggingen van de minister aanzienlijk beperkter dan zij op het eerste gezicht lijken. Op de centrale vraag of door Urenco verrijkt uranium uiteindelijk kan bijdragen aan het Britse kernwapenprogramma, geeft het kabinet geen expliciet antwoord. Ook gaat de minister niet in op de bestemming van het materiaal: onderzeebootbrandstof, tritiumproductie of een andere militaire toepassing.
De antwoorden zijn opgenomen in het Verslag van een schriftelijk overleg over de geannoteerde agenda voor de Europese Raad Buitenlandse Zaken van 13 juli 2026. De SP-fractie vroeg onder meer of kan worden uitgesloten dat Nederlandse Urenco-faciliteiten bij de Britse plannen betrokken raken, of Nederlands verrijkt uranium uiteindelijk in het Britse kernwapenprogramma terechtkomt, en hoe deze steun zich verhoudt tot het Non-proliferatieverdrag.
De minister verwijst daarbij naar het Verdrag van Almelo en de statuten van Urenco. Op grond daarvan mag Urenco geen uranium produceren met "de voor wapens vereiste verrijkingsgraad (...) voor de vervaardiging van kernwapens of andere nucleaire explosiemiddelen".
Die formulering is echter aanzienlijk nauwer dan de vragen die aan de orde zijn. Het Britse verzoek betreft, voor zover publiek bekend, de opbouw van een binnenlandse brandstofcyclus voor nucleaire defensietoepassingen, vermoedelijk voor de voortstuwing van kernonderzeeërs. De daarvoor gebruikte brandstof bestaat doorgaans uit hoogverrijkt uranium (HEU), dat qua verrijkingsniveau dicht bij wapenmateriaal kan liggen, maar niet noodzakelijk wordt geproduceerd voor de vervaardiging van kernwapens. Daarmee valt deze toepassing buiten de garantie die de minister expliciet geeft.
Bovendien blijft onduidelijk wat er gebeurt nadat uranium Urenco heeft verlaten. De minister sluit niet uit dat door Urenco verrijkt uranium elders verder wordt verrijkt of via andere stappen uiteindelijk onderdeel wordt van Britse militaire nucleaire programma's.
Opvallend is ook wat níét wordt besproken: tritiumproductie. In nucleaire beleidskringen wordt al langer gespeculeerd dat het Verenigd Koninkrijk de eigen productiecapaciteit voor tritium wil versterken, een cruciaal onderdeel van moderne kernwapens. De minister noemt deze mogelijkheid niet en sluit haar evenmin uit. Zijn antwoord beperkt zich tot uraniumverrijking voor de directe vervaardiging van kernwapens en behandelt andere potentiële militaire toepassingen niet.
De antwoorden van Berendsen maken daarmee vooral duidelijk waarover het kabinet geen uitspraken doet. Hoewel wordt verwezen naar internationaal recht, verdragsverplichtingen en collectieve veiligheid, blijft de kernvraag onbeantwoord: kan uranium dat mede onder Nederlandse verantwoordelijkheid wordt verrijkt uiteindelijk bijdragen aan het Britse kernwapenprogramma? Op basis van de gegeven antwoorden valt dat niet uit te sluiten.