Het Nederlandse kabinet zet in Europees verband in op een prominentere rol voor kernenergie in het klimaat- en energiebeleid na 2030. Dat blijkt uit de non-paper EU Energy Framework beyond 2030 – Priorities of the Netherlands, die voorafgaand aan de Europese discussies over de klimaatdoelen voor 2040 door Nederland is verspreid. In het document pleit Nederland voor een bindend Europees doel voor “schone energie”, waarin zowel hernieuwbare energie als kernenergie worden meegeteld.
Volgens het kabinet moet een dergelijke doelstelling bijdragen aan de Europese ambitie om de uitstoot van broeikasgassen in 2040 met 90 procent te verminderen ten opzichte van 1990 en om in 2050 klimaatneutraal te zijn. Kernenergie wordt daarbij gepresenteerd als een middel om de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen, de leveringszekerheid te vergroten en de Europese concurrentiekracht te versterken.
Uit de bijbehorende beslisnota blijkt dat de Europese Commissie later dit jaar met voorstellen komt voor het klimaat- en energiekader na 2030. Nederland probeert daar met deze non-paper invloed op uit te oefenen. Naast kernenergie pleit het kabinet onder meer voor bindende doelen voor energiebesparing, verdere elektrificatie en een Europese bijmengverplichting voor biomethaan (“groen gas”).
De inzet op kernenergie en groen gas stuit inmiddels op kritiek vanuit de Tweede Kamer. In vragen aan staatssecretaris Bertram (CDA) stelt de Partij voor de Dieren dat zowel kernenergie als groen gas niet als duurzame energiebronnen kunnen worden beschouwd.
Met de non-paper probeert Nederland kernenergie steviger te verankeren in het toekomstige Europese klimaatbeleid. Door kernenergie samen met hernieuwbare energie onder een gezamenlijke doelstelling voor "schone energie" te brengen, vervaagt het onderscheid tussen duurzame energiebronnen en een technologie die radioactief afval produceert, afhankelijk is van omvangrijke staatssteun en waarvan nieuwe projecten in Europa structureel kampen met kostenoverschrijdingen en vertragingen.
Opvallend is bovendien dat de Nederlandse inzet vooral focust op de vermeende bijdrage van kernenergie aan klimaatdoelen, energiezekerheid en concurrentiekracht, terwijl de vraagstukken rond kernafval, ontmanteling, uraniumwinning en de lange doorlooptijden van nieuwe kerncentrales in het document vrijwel geen aandacht krijgen.
Met deze inzet kiest Nederland nadrukkelijk de kant van de pro-kernenergielobby binnen de EU. Als de Europese Commissie deze lijn overneemt, dreigt kernenergie een steeds grotere aanspraak te maken op middelen die anders beschikbaar zouden zijn voor energiebesparing, hernieuwbare energie en flexibiliteitsoplossingen die op veel kortere termijn kunnen bijdragen aan emissiereductie.