Vrijdag stuurde CDA-staatssecretaris De Bat schriftelijke een aantal antwoorden op de vragen uit het debat over de levensduurverlenging van kerncentrale Borssele. De schriftelijke beantwoording dekt vooral procedurele en feitelijke vragen. De politiek gevoelige kernvragen (kosten, risico’s, keuzes) laat hij open voor het Kamerdebat. De schriftelijke antwoorden zijn wat ze altijd zijn in dit dossier: geruststellend van toon, maar vaag over de inhoud. De echte keuzes komen later. De wet gaat nu alvast door.
Eerst de wet, dan de rekening
Waarom de wet aanpassen voordat de kosten, veiligheid en milieu-impact duidelijk zijn? De staatssecretaris heeft daar een antwoord op: zonder wetswijziging mag EPZ geen vergunning aanvragen. Dus de wet moet eerst. Dat de inhoudelijke afweging — is dit veilig, betaalbaar en verstandig? — daarmee naar achteren wordt geschoven, vindt hij geen probleem. Een degelijke vergelijking met alternatieven zoals zon, wind en opslag ontbreekt nog steeds. En een harde grens waarbij de verlenging alsnog van tafel gaat, zoals PRO-kamerlid van Oosterhout vroeg, geeft hij niet.
Dit is de omgekeerde wereld die we al tijden benoemen: je past de wet aan voordat je weet of je het überhaupt moet willen. De staatssecretaris bevestigt die volgorde gewoon opnieuw.
Aan de mogelijke overname van EPZ kleeft ook een risico rond de afvoer van verbruikte splijtstof. Borssele stuurt dit naar Frankrijk voor “opwerking”. Maar in de praktijk wordt verbruikte MOX-splijtstof niet opgewerkt en blijft het in Frankrijk liggen.
Daardoor kan deze export feitelijk worden gezien als het wegbrengen van kernafval. Dat is problematisch, omdat opslag van buitenlands afval in Frankrijk niet is toegestaan. Laka is hier in 2023 een procedure over gestart. Als deze leidt tot een exportverbod, moet EPZ dit kernafval zelf opslaan. De mogelijke financiële en juridische impact zal moeten worden meegewogen in het overnameonderzoek van de staatssecretaris.
Een adviseur voor de sloopkosten — maar waarom eigenlijk?
Het meest opvallende antwoord gaat over de kosten van de sloop van de kerncentrale. De staatssecretaris schrijft dat hij een eigen adviseur heeft ingehuurd om te onderzoeken of de verwachte sloopkosten goed zijn ingeschat — als voorbereiding op de mogelijke overname van de centrale door de staat.
Dat roept een ongemakkelijke vraag op. De wet regelt dit namelijk al: EPZ is verplicht een actueel sloopplan bij te houden. De toezichthouder ANVS keurt dat plan goed. De ministers van Financiën en Infrastructuur beoordelen of er genoeg geld opzij is gezet, voor het laatst in 2023.
Als dat systeem goed werkt, waarom heeft de staatssecretaris dan zijn eigen adviseur nodig? En als die adviseur tot een wezenlijk andere schatting komt dan de goedgekeurde raming, wat zegt dat dan eigenlijk over de kwaliteit van het publieke toezicht?
Rusland: geen indirecte afhankelijkheid, maar een ketenprobleem
Over de afhankelijkheid van Rusland heeft de staatssecretaris sussende woorden: voor het opwekken van stroom is EPZ niet direct afhankelijk van Rusland. De afhankelijkheid zit volgens hem alleen in het hergebruiken van uranium — wat klinkt als een bijzaak.
Dat is het alleen niet: Borssele draait, onder andere, op uranium uit verbruikte splijtstof. De productie daarvan verloopt via een keten waarin Rusland een cruciale rol speelt. Maar het probleem is niet alleen de aanvoer van verse opgewerkte splijtstof. Wanneer de Rusland-route stagneert, is er ook geen bestemming meer voor de verbruikte splijtstof van de kerncentrale. Die hoopt zich dan op in een bassin in het reactorgebouw, want verbruikte splijtstof kan niet als kernafval naar de COVRA. De back end van de brandstofcyclus van EPZ, en daarmee de hele bedrijfsvoering, loopt daarmee vast. Dat is geen "indirecte afhankelijkheid".
De Bat stelt wel een grens: er moet een alternatief zijn voordat EPZ in 2029 de investeringsbeslissing neemt. Maar vervolgens schrijft hij dat het kabinet, als er geen alternatief komt, "een weging zal maken tussen het belang van hergebruik en deze afhankelijkheid." Met andere woorden: de afhankelijkheid van Rusland kan over drie jaar gewoon worden geaccepteerd. En de Kamer heeft dan het nakijken.
Borselse voorwaarden: ook voor levensduurverlenging, maar geen antwoord
Op de vraag welke eisen van de inwoners van Borsele worden ingewilligd, antwoordt voormalig gedeputeerde van Zeeland dat er geen voorwaarden zijn die specifiek over de levensduurverlenging gaan. Dat is opmerkelijk, want de juist een groot deel van de voorwaarden — over bouwverkeer, veiligheid, gezondheidsmonitoring, kernafval, compensatie, bouwoverlast en huisvesting — geldt nadrukkelijk ook voor de bedrijfsduurverlenging van de bestaande centrale. Zo eisen de inwoners onder meer een concreet plan voor de definitieve eindberging van kernafval vóórdat een vergunning wordt verleend, onafhankelijke metingen van straling, luchtkwaliteit en geluid, en financiële compensatie per opgesteld megawatt ook voor de verlengde centrale. Daarnaast is er een nieuwe voorwaarde die vraagt om een integrale veiligheidsbeoordeling van het hele Sloegebied, waar al negen grote energieprojecten samenkomen.
De staatssecretaris gaat aan dit alles voorbij. Voor de inwoners die concrete en goed onderbouwde eisen hebben gesteld, is dit een niet mis te verstaan signaal: hun voorwaarden doen er niet toe.
Dinsdag verder
Dinsdagavond gaat het debat verder. De staatssecretaris beantwoordt dan de resterende vragen mondeling. Veel zal er niet veranderen: de rechtse meerderheid wil door, het kabinet faciliteert dat, en de inhoudelijke afweging volgt later — als de wet al is aangepast, de onderhandelingen over de overname zijn afgerond, en er al miljoenen subsidie in de levensduurverlenging zijn gepompt. De vraag nu is vooral hoeveel onzekerheid de Kamer bereid is te accepteren.