Kleine modulaire kerncentrales (SMR’s) zijn veel duurder dan alternatieven, maar omdat sinds het ophogen van de NAVO-norm het geld tegen de plinten klotst, kan het leger juist een voortrekkersrol spelen bij het realiseren van zo'n kerncentrale. Dat is een conclusie van TNO in een rapport voor het ministerie van defensie. Dat werd eind december openbaar na een Woo-verzoek daartoe van Laka. ‘Maatschappelijk draagvlak’ blijft nog wel een probleem. Maar, schrijft TNO, “om maatschappelijk draagvlak te kunnen behouden (of mogelijk te versterken) zou overwogen kunnen worden om mogelijke toepassing van SMR’s op defensie terreinen in een publiek/private constructie vorm te geven, zodat ook in de omgeving van een defensie locatie burgers en bedrijven kunnen profiteren van lokaal opgewekte kernenergie. De rol van kernenergie zou hier bijvoorbeeld complementair kunnen zijn aan lokaal (privaat) opgewekte elektriciteit uit zon en windenergie.”
Kernenergie complementair aan zon en wind, zo weet iedereen, maakt het helemaal onbetaalbaar. Dus 'privaat' kan alleen met superveel subsidie om de stroom betaalbaar te houden. Maar dit laat TNO onbesproken. Defensie heeft wel een bijzondere uitzonderingspositie. Milieuwetgeving wordt opzijgezet voor Defensie-belangen. Ze hoeven zich ook niet te houden aan duurzaamheidswetgeving en bijvoorbeeld uitstoot niet te publiceren. De CO2-uitstoot van het leger telt officieel ook niet mee bij de totale uitstoot van een land. Terwijl geschat wordt dat wapens en militarisme wereldwijd minstens 5,5% van de uitstoot van broeikasgassen veroorzaken. Dit is nog afgezien van ‘oorlogshandelingen’.
Veelzeggend is nog wel dat TNO “om een eerste overzicht te verkrijgen wat NAVO partnerlanden van plan zijn met het inzetten van SMR's voor defensie toepassingen” via het Ministerie een vragenlijst liet versturen aan “de relevante NAVO kanalen”, maar geen respons kreeg. Of in elk geval te weinig om daar conclusies uit te trekken.
Tot slot nog een feitje uit het rapport: "SMR's die geplaatst worden op Nederlandse defensieterreinen, mits op enige afstand geplaatst van munitiedepots, lopen geen significant grotere risico’s op gevechtsschade dan civiele reactoren, er van uitgaande dat Nederlandse defensieterreinen op grote afstand liggen van de frontlinies van toekomstige conflicten (oost Europa), en dat deze terreinen van afdoende lucht en raketverdedigingsmiddelen zijn voorzien." Opmerkelijke volgende zin: "Voor SMRs die gebruikt worden in het militair operationele domein zijn deze aannames minder hard te maken."
Het openbaar gemaakte TNO-rapport staat in de catalogus van Laka: TNO 2025 M11371 SMR verkenningen