Zet de Belgische en de Nederlandse nucleaire toezichthouder naast elkaar, en het verschil springt eruit. Het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC) publiceerde in mei zijn advies over het langetermijnplan van NIRAS, de Belgische afvalorganisatie, voor hoogradioactief afval. Het FANC is daarin niet mals: de locatiekeuze moet sneller, uitstel noemt het agentschap ronduit "een ethische noodzaak" omdat de rekening anders bij volgende generaties komt te liggen, en er moet een onafhankelijke 'garant' komen voor het participatietraject. Stevige, principiële taal. En openbaar.
In Nederland is zulke kritiek nauwelijks te vinden. Niet omdat er niets op aan te merken valt, maar omdat de ANVS die kritiek niet levert. Via een Woo-verzoek kreeg Laka de interne stukken waarmee de ANVS commentaar gaf op het concept van het Nationaal Programma Radioactief Afval (NPRA) en de bijbehorende Routekaart eindberging. Daaruit blijkt waar de ANVS haar energie in stak: in november 2024 zette een medewerker 57 opmerkingen in de kantlijn van het concept-NPRA. Op één na gaan ze allemaal over feitjes. Urenco werd ten onrechte vergunninghouder van kerncentrale Dodewaard genoemd – dat is GKN. Een zin over de eigenaar van COVRA "klopt niet". Een verdrag werd niet bij de officiële naam genoemd. En meermaals moest worden benadrukt dat de bedrijfsduurverlenging van Borssele nog geen gelopen race is.
De enige opmerking die verder gaat dan taalkundig bijschaven, wijst op een internationale aanbeveling (van de IAEA-missie IRRS) om regels te maken voor afvalacceptatiecriteria. Ook dat is een technisch-juridisch punt. Over de kern van het beleid zelf – hoe snel de locatiekeuze moet gaan, hoeveel afval de nieuwe kerncentrales gaan opleveren – zegt de ANVS niets.
Waarom dat zo is, wordt duidelijk uit een andere mail, van begin maart 2025. Daarin overleggen ANVS-medewerkers of ze überhaupt een officiële inspraakreactie zullen indienen op het concept-NPRA. In die mail beschrijft de ANVS haar eigen rol: het is aan haar om te zorgen dat het afvalbeheer "nu en in de toekomst" veilig is, maar dat gebeurt volgens haarzelf pas "tijdens vergunningverlening, toezicht en handhaving". Met andere woorden: pas wanneer er ooit eens een vergunning wordt aangevraagd voor de eindberging of voor een nieuwe kerncentrale. Niet nu, in de fase waarin het NPRA het tempo, de locatiekeuze-aanpak en de toekomstige afvalberg vastlegt. Precies de vragen die het FANC over het Belgische plan wél stelt, vallen zo buiten wat de ANVS zichzelf als taak toebedeelt – en dat nota bene op het moment dat er nog iets aan te veranderen valt. Ook veelzeggend: uit dezelfde mail blijkt dat het ministerie van IenW de ANVS niet eens persoonlijk had uitgenodigd om als adviseur aan te schuiven bij de publieksbijeenkomsten over het NPRA - terwijl de ANVS toch voorlichting als wettelijke taak heeft.
Wat er wél met de ANVS-correcties is gebeurd, valt te checken in de uiteindelijke ontwerpversies van NPRA en Routekaart. Urenco is inderdaad niet meer vergunninghouder van Dodewaard, de bedrijfsduurverlenging heet nu overal "mogelijk", en de aanbeveling over acceptatiecriteria staat erin. Op dat detailniveau werkte het systeem dus prima. Maar de rol die de ANVS daarbij speelde, was die van een meelezende collega, wier suggesties het ministerie naar eigen inzicht kon overnemen of niet. Sterker: de ANVS schrijft zelf dat haar inbreng maar "deels" is overgenomen. Dat is iets anders dan een onafhankelijke toezichthouder die publiekelijk een oordeel velt over de vraag of het beleid zelf wel deugt.
Dat verschil is niet toevallig. Het NPRA vermeldt terloops dat de ANVS bij haar oprichting in 2015 nog een rol had in de voorbereiding van het afvalbeleid, maar dat die taak sinds mei 2020 is overgegaan naar het ministerie van IenW zelf. Sindsdien schrijft niet de ANVS het NPRA, maar de beleidsdirectie van de eigen minister – dezelfde minister die politiek verantwoordelijk is voor precies het beleid waarop de ANVS moet toezien. Het FANC staat in België institutioneel losser van de beleidsmakers en heeft een wettelijke adviesrol die uitmondt in een openbaar document. Dat de ANVS haar bevindingen in plaats daarvan per mail en in track changes deelt met collega's op hetzelfde ministerie, past bij een toezichthouder die aan dezelfde tafel zit als degene die ze eigenlijk moet controleren. Het verklaart ook meteen waarom Laka een Woo-verzoek nodig had om er iets van te weten te komen.
Het kabinet kondigde en fikse koerswijziging aan: het loslaten van 2100 als beslismoment, twee nieuwe kerncentrales, langer open blijven van Borssele, mogelijk kleine reactoren. Dat de ANVS geen van die keuzes ter discussie stelt, zegt dan waarschijnlijk minder over het ontbreken van vragen, en meer over de ruimte die de toezichthouder zichzelf in deze rol toekent.
Het defintieve NPRA wordt dit najaar verwacht, en wordt dan aan de Kamer voorgelegd