'Energienota'

26 september 1974

Minister Lubbers Uit een Memorie van Antwoord van de nieuwe regering (Den Uyl) in maart op het Voorlopig Verslag over de 'Nota inzake het Kernenergiebeleid' blijkt dat het kabinet er van uit gaat dat het nucleaire vermogen stijgt van 500 'thans' naar 4000 in 1985 en 9000 MW in 1990. Maar het beleidsmatige aspect van kernenergie is zoveel mogelijk achterwege gelaten om die in het kader van de Energienota die later in het jaar zal verschijnen op geïntegreerde wijze aan de orde te kunnen stellen. Energienota 1974

In september komt de minister van Economische Zaken, Ruud Lubbers, met de Energienota. Het is de eerste keer dat energiebesparing als belangrijk doel wordt genoemd en ook wordt energiebeleid niet langer los gezien van milieu en ruimtelijke ordening. Dat heeft natuurlijk alles te maken met de oliecrisis (1973/74) en het Rapport van de Club van Rome (1972). Op 1 december 1973 heeft Den Uyl zijn befaamde toespraak op tv gehouden met de zinsnede dat het "nooit meer wordt zoals het was".

De visie van het kabinet (vooral de PPR en PvdA) is dat energiebeleid een actieve rol dient te spelen in het kader van de gewenste selectieve en economische groei en dat impliceert ook een sterke en zelfs sturende rol van de overheid. Beperking van energiegebruik moet vooropstaan.
De Nota pleit ook voor studie over heffing of energieverbruik, want in het algemeen zal "het prijsmechanisme niet altijd voldoende effectief zijn om de noodzakelijke matiging van het verbruik te verwezenlijken."

Het beleid is gericht op diversificatie van energiebronnen waarin kernenergie speerpunt is. In het hoofdstuk 'Kernenergie' komt de regering met het principebesluit om nog vòòr 1985 drie grote kerncentrales van 1000 MW elk te bouwen. Er zijn nog wel een aantal voorwaarden: er moet een organisatiestructuur komen waarin de centrale overheid op essentiële punten een beslissende stem moet krijgen; een risicoanalyse voor de complete splijtstofcyclus; rapporten over gezondheidsaspecten en milieubelasting en veiligheidsaspecten van splijtstofcyclus in Nederland; en nadere bestudering van de vestigingsplaatsen.

In de praktijk betekent deze beslissing al een uitstel van de bouw en wordt als compromis gezien tussen de Verstandig met energieministers Lubbers (ARP) en Trip, Van Doorn (PPR) en Vorrink (PvdA) in het kabinet. Den Uyl verklaart vervolgens dat er niet eerder dan in 1979 gestart zal worden met de voorbereiding van de bouw, terwijl Lubbers zegt dat er in 1976 al begonnen kan worden. Maar dat wordt bijgelegd: 1979 is de uiterste datum als de centrales in 1985 klaar moeten zijn, maar verstandiger is om al in 1976 te beginnen. Lubbers "wil geen maand verloren laten gaan". Volgend jaar, zo zegt hij, moet het algemene structuurschema op tafel liggen.

In juni 1975 besluit het kabinet om het Reactor Centrum Nederland te verbreden tot een Energie Centrum Nederland (ECN).


lees hier de Energienota (deze Nota is maar liefst 232 blz, waarvan we hoofdstuk 10 'Kernenergie' -18 blz- gedigitaliseerd hebben, 1.9MB).
De volledige Nota vind u hier.