back to home

 terug naar publicaties
 

Persbericht, 22 februari 2001
 

Commissie CORA’s keus voor ondergrondse opslag kernafval te voorbarig.
Terugneembaarheid dient slechts tot ‘masseren’ publieke opinie?

Gisteren werd het eindrapport van de Commissie Opberging Radioactief Afval (CORA) gepresenteerd. Deze commissie heeft zich de afgelopen jaren bezig gehouden met het kernafvalvraagstuk. Naast het vele technische onderzoek heeft de stichting Laka (samen met onderzoeker Herman Damveld) in opdracht van CORA de ethische en maatschappelijke aspecten van terugneembaarheid bestudeerd en een studie verricht naar de discussies in het buitenland*.

De stichting Laka is het oneens met de conclusie van CORA dat ondergrondse opslag van kernafval op den duur “noodzakelijk” is. Daarbij gaat ze voorbij aan de maatschappelijke weerstand tegen ondergrondse opslag. Alom bekend zijn de protesten van bewoners en besturen van de Noordelijke provincies tegen de voorgestelde opslag van kernafval in zoutkoepels aldaar.

Naast het “noodzakelijk” noemen van ondergrondse opslag doet de CORA ook de aanbeveling om “een maatschappelijk keuzeproces, zonder vooropgelegde conclusies” te ontwikkelen. Een dergelijk debat met als strekking wat te doen met ons kernafval? verwelkomen wij zeer. Een dergelijk debat heeft immers nog nooit plaatsgevonden in Nederland. Maar CORA constateert dat terugneembaarheid “de weerstand tegen ondergrondse berging wellicht doet verminderen” en dat regelmatige informatie over onderzoek “zodoende het wantrouwen” kan verkleinen. Hieruit trekken wij de conclusie dat bij voorbaat al vaststaat dat ondergrondse opslag de uitkomst moet zijn van dit debat en ook duidelijk is welke rol terugneembaarheid daarin speelt: namelijk het masseren van de publieke opinie.

Overigens stelt CORA in haar eindrapport dat in de Laka/Damveld studie Kernafval en Kernethiek terugneembaarheid niet is getoetst aan ethisch-maatschappelijke criteria. De resultaten van het onderzoek naar ethiek, duurzaamheid, risicobeleving, markeringen en meningen van milieuorganisaties werden wel degelijk door ons getoetst aan het concept van terugneembaarheid, met als conclusie dat bovengrondse opslag ethisch het minst slechte alternatief is. Onze conclusie was dat de lasten voor toekomstige generaties van het onderhouden van zo’n opslag niet opwegen tegen de voordelen van het permanent kunnen blijven controleren (en repareren) van het kernafval. Bij ondergrondse opslag verliest men immers de mogelijkheid van controle als de opslagmijn na een periode van terugneembaarheid afgesloten zal worden. Dat CORA vervolgens onze conclusie voor haar beleid onwelgevallig acht, is iets anders dan dat die conclusie niet onderbouwd zou zijn.

Het “minst slechte” alternatief van bovengrondse opslag neemt overigens niet weg dat daar geen nadelen aan verbonden zijn. Het vraagt immers om een zeer langdurig (permanent) en stabiel systeem om het afval te bewaken, gedurende honderden of duizenden jaren.  Dit toont dan ook aan dat er geen echt veilige en acceptabele oplossing van het kernafvalprobleem bestaat. De CORA constateert dan ook terecht dat “de discussie over het afval direct wordt gekoppeld aan de negatieve beeldvorming rond kernenergie”.
 

*De studies Kernafval en Kernethiek en Discussions on Nuclear Waste zijn op aanvraag beschikbaar bij het Laka.
 
 

 terug naar boven