Publication Laka-library:
Jaarverslag 1981 (1982)
| Author | PEGUS |
| Date | April 1982 |
| Classification | 1.01.7.34/02 (UTILITIES - OTHER/GENERAL) |
| Front |
|
From the publication:
Elektriciteitsbedrijf Algemeen Degene die de verschillende aspecten van de energievoorziening enigszins afstandelijk beschouwt, zal ongetwijfeld geboeid worden door de voortdurend wisselende prijsverhoudingen, de achterliggende economisch/politieke factoren en de technologische ontwikkelingen, die mede door de eerstgenoemde factoren worden beïnvloed. Het belang van de energievoorziening voor de levensomstandigheden kan, mondiaal, moeilijk worden overschat, zodat afstandelijkheid niet voor velen is weggelegd. De betrokkenheid van velen blijkt uit de vele publicaties over het onderwerp en de reacties daarop, die soms een massaal karakter verkrijgen, waardoor de kwaliteit niet recht evenredig kan zijn aan de kwantiteit. De complexiteit van de problemen bemoeilijkt toekomstige beleidsbeslissingen, het voortdurend wisselend beeld van de beslissingsvariabelen vraagt een consistent beleid op langere termijn, doch bemoeilijkt het vaststellen daarvan. Zo tekende voor Nederland naar de mening van veten zich zo'n 15 jaar geleden het definitief einde van het kolentijdperk af, gezien de aardgasvoorraad van Slochteren, de overvloed aan olie en het uitzicht op kernenergie (dit laatste leidde mede tot het versneld aanspreken van de Groningse aardgasvoorraad). Thans menen velen te mogen rekenen op terugkeer van het kolentijdperk, waarbij de vraagstukken van de voor het verstoken van grote- hoeveelheden kolen vereiste infrastructuur (vervoer!) en afvalverwerking veel aandacht vragen. Een kolencentrale van 1000 MW produceert per jaar meer dan 100 000 ton vliegas. Moge op dit ogenblik voor de thans bij de elektriciteitscentrales in Nederland in gebruik zijnde koleneenheden het afvalprobleem nog niet zó omvangrijk zijn, op iets langere termijn moeten oplossingen worden gevonden voor de verwerking van de enorme hoeveelheden afvalproducten. Voor wat het prijsaspect betreft is het een illusie te menen, dat kolen (inclusief verwerkingskosten) altijd voordeliger zullen blijven dan andere primaire energiedragers (inclusief verwerkingskosten). Aan de algemene economische wetmatigheid tot prijsaanpassing valt, gezien ook de ervaringen in het verleden, op lange termijn waarschijnlijk niet te ontkomen. Deze theorie geldt uiteraard ook voor kernenergie, doch het is nog de vraag of dit ook in de praktijk zal blijken. Immers, de wereldvoorraden aan kolen en olie/gas zijn relatief beperkt en in ieder geval slechts exploitabel tegen toenemende kosten. De wereldvoorraad nucleaire brandstof (die geografisch iets anders is verdeeld dan bij kolen en olie/gas) is echter, blijkens een studie van het IIASA)*), bij toepassing van kweekreactoren het 1000-voud van de wereldvoorraad aan fossiele brandstof. Daaruit is mogelijk mede te verklaren het achterblijven van de uraniumprijs bij die van andere energiedragers, ondanks het feit, dat een toenemend aantal kerncentrales (thans ruim 260) in gebruik is. Het lijkt dan ook voor de hand te liggen om in de periode tot het jaar 2030/2050 (omstreeks welk tijdperk volgens dezelfde IIASA- studie de wereld moet zijn overgeschakeld op niet-eindige energiebronnen) in toenemende mate gebruik te maken van kernenergie, temeer omdat de olievoorraad ten enenmale onvoldoende is om zelfs een rol van afnemende betekenis te vervullen. *) In het in Laxenburg (Oostenrijk) gevestigde International Institute for Applied Systems Analysis werken nationale onderzoekorganisaties van 17 landen samen, waaronder de U.S.A. en U.S.S.R. Enige gegevens zijn ontleend aan het IIASA- rapport "Energy in a finite world".
This publication is only available at Laka on paper, not as pdf.
You can borrow the publication or request a copy. When we're available, this is possible for a small fee.