Publication Laka-library:
Stroom voor Nederland (1970)
| Author | SEP |
| Date | 1970 |
| Classification | 1.01.7.80/01 (ELECTRICITY - OTHER (HIGH TENSION LINES, ETC.)) |
| Front |
|
From the publication:
samenwerking voor economie De zeer snel en regelmatig toenemende behoefte aan elektrische energie maakt het nodig - en gelukkig ook mogelijk - steeds te zorgen dat aan de vraag van de verbruikers kan worden voldaan. Dit kan worden gerealiseerd door het maken van plannen op langere termijn en door een zorgvuldige keuze van de benodigde installaties. De beste economie kan worden bereikt door samenwerking. Daarom is er al in 1949 een naamloze vennootschap opgericht die deze samenwerking tussen de verschillende elektriciteitsproducenten in Nederland op een zeer praktische manier verwezenlijkt. Dit is de N.V. Samenwerkende Electriciteits-Productiebedrijven (SEP). De samenwerkende produktiebedrijven zijn al vroeg begonnen hun uitbreidingsplannen met elkaar te bespreken. Dit is thans geformaliseerd in de vorm van een jaarlijks opgesteld "elektriciteitsplan". Daarin worden voorspellingen gedaan over de toeneming van de consumptie, waarbij wordt aangegeven hoe de bedrijven aan die vraag zullen kunnen voldoen. Het elektriciteitsplan omvat een periode van negen jaar. De daarin vermelde bouwplannen voor de eerste vijf jaar zijn zeer concreet en als definitief te beschouwen. De plannen voor de volgende vier jaar geven meer ruimte voor aanpassing aan latere verwachtingen omtrent de vraag naar elektrische energie. Na één jaar wordt het plan voor wat eerst het zesde jaar was definitief, en wat eerst het tiende jaar was wordt nu in de plannen opgenomen. Zulke plannen vooronderstellen coördinatie. In de elektriciteitsvoorziening hangt coördinatie nauw samen met de beschikbaarheid van voldoende technische hulpmiddelen om die coördinatie een reële inhoud te geven. Vandaar, dat de elektriciteitsproducenten bij de oprichting van de SEP hebben besloten de centrales van de verschillende produktiebedrijven met elkaar te verbinden door middel van een koppelnet. Dat koppelnet functioneert in het noordoosten van het land bij een spanning van 110.000 en 220.000 volt, in de rest van het land bij 150.000 volt (150 kilovolt of 150 kV). In maart 1965 heeft de Raad van commissarissen van de SEP besloten een nieuw, veel sterker koppelnet te bouwen. Dit net werkt, evenals de koppelnetten in het buitenland, bij een spanning van 380.000 volt. Het kernpunt van de coördinatie is, dat boven alles de stroomvoorziening overal en altijd moet doorgaan, en wel tegen zo laag mogelijke kosten. In beginsel geldt dat de produktiekosten (de opwekkosten) dalen bij het groter worden van de eenheden. De opwekkosten vormen evenwel niet de totale kosten. Er komen ook transportkosten bij; er zijn kosten voor reserve-eenheden enz. Sommige van die kostenfactoren pleiten voor grote opwekeenheden, sommige voor kleinere. In elk geval is voor het werken bij een economisch optimum een koppelnet reeds lang onmisbaar.
This publication is only available at Laka on paper, not as pdf.
You can borrow the publication or request a copy. When we're available, this is possible for a small fee.