Laka Foundation

Publication Laka-library:
Verslag over het jaar 1978 (1979)

AuthorGKN
DateApril 1979
Classification 1.01.8.10/05 (DODEWAARD - GENERAL)
Front

From the publication:

Algemene beschouwingen

Aan het einde van het verslagjaar kon teruggezien worden op een bedrijfsperiode 
van de centrale van tien jaar.
Vastgesteld kan worden dat gemiddeld over deze tien jaar een hoge bedrijfszekerheid 
is gerealiseerd. Ook aan het opdoen van ervaringen bij onderhoud en reparatie aan 
belangrijke onderdelen van de centrale is veel aandacht besteed.
Ondanks dat er moeilijke reparaties, die wellicht door de autoriteiten strikt genomen
niet zouden zijn geëist, succesvol werden uitgevoerd, werd toch de hoge 
beschikbaarheid bereikt. Vooral op grond van de ervaring bij de exploitatie van deze 
centrale en bij de bouw en beproeving door de KEMA opgedaan, kunnen de 
Nederlandse elektriciteitsbedrijven in internationaal verband op technisch en 
wetenschappelijk niveau als gelijkwaardige partner participeren en is de KEMA een 
geaccepteerde gesprekspartner bij vele grote onderzoekinstituten in het buitenland.

De beschikbaarheid van de centrale was in het verslagjaar hoger dan ooit (94%). 
Daar ook de centrale in Borssele een zeer goed bedrijfsjaar achter de rug heeft, 
hebben de Nederlandse kernenergiecentrales een goede bijdrage geleverd aan de 
Nederlandse elektriciteitsvoorziening.

De nieuwe uitbreiding van de verwerkingsinstallatie voor radioactief afval van de 
centrale kwam vrijwel gereed. De aanwezigheid van deze installatie zal een 
aanwinst zijn in technisch opzicht en voor de exploitatie, maar ook een verbetering 
betekenen voor het personeel wat betreft de stralingsbelasting die bij de verwerking 
van dit materiaal wordt ondervonden. De opzet van de installatie ondervindt reeds 
internationale belangstelling.

Met British Nuclear Fuels Limited (BNFL) werd een contract afgesloten voor 
opslag, transport en opwerking van splijtstofelementen. Er moeten nog wel zekere 
formele afspraken gemaakt worden tussen de regeringen van het Verenigd 
Koninkrijk en Nederland over eventuele behandeling van het in de toekomst uit 
het proces komende vaste afval.

Zowel in Nederland als internationaal werd er weinig voortgang geboekt in de 
besluitvorming over wat te doen met radioactief afval. Dit werd zeker beïnvloed
door het initiatief van President Carter tot een zeer veel omvattende studie over de 
splijtstofcyclus ten behoeve van kernenergiecentrales, de z.g. "International
Fuel Cycle Evaluation" (INFCE). Hieraan nemen ca. 40 landen deel en het streven 
is rond de jaarwisseling 1979/1980 tot een rapport te komen.

Wat betreft de acceptatie van kernenergie als een middel tot opwekking van 
elektriciteit, kwam het tot positieve uitspraken in Engeland, Zweden en Duitsland,
terwijl in Oostenrijk een kleine meerderheid zich bij een referendum uitsprak tegen 
het in bedrijf komen van de eerste kernenergiecentrale aldaar in Zwentendorf. 
Inmiddels heeft een dergelijk referendum in Zwitserland daarentegen als resultaat 
gehad dat kernenergie als middel om elektrische energie op te wekken principieel 
werd aanvaard. In Frankrijk wordt met buitengewone voortvarendheid aan het 
kernenergie-bouwprogramma gewerkt, terwijl in de meeste andere West-Europese 
landen de situatie zich nauwelijks wijzigde.

This publication is only available at Laka on paper, not as pdf.
You can borrow the publication or request a copy. When we're available, this is possible for a small fee.