Publication Laka-library:
De Kernsmeltingsongevallen Tsjernobyl en Harrisburg: lessen voor reactorveiligheid (1987)
| Author | KEMA |
| Date | 1987 |
| Classification | 6.01.3.10/03 (NUCLEAR SAFETY - REACTORS - GENERAL) |
| Front |
|
From the publication:
VOORWOORD Op 26 april1986 vond in de Sovjet-Unie een reactorongeval plaats nabij Tsjernobyl (ca 130 km van Kiev), waarbij de schade zo groot was (Fig. 1) dat enorme hoeveelheden radionucliden in de atmosfeer werden verspreid. Dit ongeval heeft niet alleen in de Sovjet-Unie, doch ook in landen ver daarbuiten, grote gevolgen gehad. Voor de Sovjet-Unie staan de directe gevolgen van het ongeval - de doden, de zieken, de geëvacueerde en de gevolgen voor de energievoorziening - om begrijpelijke redenen voorop. Het nut en de toekomstige rol van kernenergie voor elektriciteitsopwekking lijken in de Sovjet-Unie, ook na dit zeer ernstige ongeval, echter geen punt van discussie. Buiten de Sovjet-Unie, en vooral in West-Europa, heeft de overtrekkende adioactieve wolk in sommige landen voor veel consternatie gezorgd. Maatregelen ter beperking van de stralingsdosis bij de bevolking werden ijlings genomen. Juist door die maatregelen ontstond echter soms een groeiende verwarring als gevolg van werkelijke en schijnbare inconsistenties. Dit ook binnen de Europese Gemeenschappen onvoldoende gecoördineerde overheidsbeleid moet voornamelijk worden verklaard uit het feit dat een ongeval met een reactor in de Sovjet-Unie, met als gevolg fall-out in grote delen van West-Europa, in slechts weinig draaiboeken voor rampenbestrijding voorkwam. In enkele landen waren de reacties van de bevolking dan ook vrij emotioneel; in andere landen daarentegen is nauwelijks enige beroering ontstaan. Het reactorongeval bij Tsjernobyl was (en is) het ernstigste uit de geschiedenis van de civiele kernenergie. De gevolgen ervan waren, door de grote hoeveelheid verspreide radioactieve stoffen, veel ernstiger dan die van het tot dan toe ernstigste ongeval (met eenheid 2 van de centrale bij Harrisburg, Verenigde Staten), hoewel ook daar sprake was van een (gedeeltelijk) smelten van de reactorkern. Het ongeval te Harrisburg begon op 28 maart 1979. Het leidde tot een groot aantal aanpassingen in de veiligheidsconcepten van de kernenergiecentrales die in het Westen waren en werden gebouwd. De 'lessen uit Harrisburg' hebben volgens de betrokken deskundigen de reactorveiligheid dan ook zeker verhoogd. Betekent Tsjernobyl echter dat de aanpassingen die zijn gerealiseerd na het ongeval in Harrisburg toch onvoldoende effectief zijn? En moet het dus mogelijk of zelfs waarschijnlijk worden geacht dat in de toekomst meer kernsmeltingongevallen zullen optreden, zo mogelijk met nog ernstiger gevolgen dan bij Tsjernobyl? Dit boek wil op die vragen een zo duidelijk mogelijk antwoord geven. Daartoe worden de beide ongevallen beschreven en geanalyseerd. Daarbij zal aandacht worden besteed aan de onderlinge overeenkomsten, maar ook aan de onderlinge verschillen. Op grond van de bevindingen zal vervolgens worden uiteengezet of het, volgens de opvattingen van de auteurs, verantwoord is om met kernenergie verder te gaan op de wijze die tot het ongeval in Tsjernobyl gebruikelijk was.
This publication is only available at Laka on paper, not as pdf.
You can borrow the publication or request a copy. When we're available, this is possible for a small fee.