Laka Foundation

Publication Laka-library:
Locatiekeuze nieuwe kerncentrales. Advies reikwijdte en detailniveau van het milieueffectrapport (2025)

AuthorCommissie mer
1-01-0-23-36.pdf
DateSeptember 2025
Classification 1.01.0.23/36 (NEW NUCLEAR POWER PLANTS - SITE SELECTION)
Front

From the publication:

Locatiekeuze nieuwe kerncentrales
Advies reikwijdte en detailniveau van het milieueffectrapport
Commissie voor de milieueffectrapportage
25 september 2025 / projectnummer: 3933

Advies voor de inhoud van het MER
De regering wil in Nederland twee nieuwe kerncentrales bouwen. De twee centrales komen op
dezelfde locatie vanwege kostenefficiëntie. In een milieueffectrapport (MER) gaan zeven
locaties in vier gebieden onderzocht worden (zie figuur 1 hieronder).
De minister van Klimaat en Groene Groei (KGG) heeft de Commissie voor de
milieueffectrapportage (hierna: de Commissie) gevraagd te adviseren over de gewenste
inhoud van het op te stellen MER. De Commissie reageert in dit advies op de inhoud van het
onderzoeksvoorstel van de minister, de zogeheten ‘Notitie Reikwijdte en Detailniveau’
(hierna: NRD). Ook vraagt de minister aan de Commissie om de kwaliteit en de volledigheid
van de voorverkenning van locaties te beoordelen.

Vooraf
De Commissie vindt het positief dat de minister met het milieueffectrapport straks een
gedegen en compleet milieu-informatiepakket beschikbaar maakt voor de politiek-
bestuurlijke en maatschappelijke besluitvorming. Het gaat hierbij niet alleen om
voorgenomen milieuonderzoek naar bijvoorbeeld nucleaire veiligheid en bouwhinder. Ook
komt milieu-informatie beschikbaar over de voorverkenning van de zeven kansrijke locaties
én een samenvatting van de (milieu)argumenten en de milieuafweging op grond waarvan
kernenergie in het algemeen nuttig of noodzakelijk wordt geacht voor de Nederlandse
energievoorziening. Over dit laatste zijn ook nieuwe publiekparticipatie-momenten
voorzien.
Het valt de Commissie daarbij in positieve zin op dat de minister in de NRD de zeven
uiteindelijk te onderzoeken locaties (alternatieven) elk apart al heeft laten toelichten. Dit is
als startpunt niet alleen nuttig voor het uit te voeren onderzoek, maar ook voor
omwonenden, bedrijven en andere betrokkenen. Het maakt daarmee zinvolle participatie
mogelijk.